Guineeërs zijn president beu

Niet eerder heeft de bevolking van Guinee zich zo kwaad gemaakt. De vakbonden gaan voorop bij het verzet tegen president Conté, die zijn langste tijd heeft gehad. Zeggen ze.

De algemene staking in Guinee gaat vandaag zijn zestiende dag in. Alles ligt stil: er rijden geen taxi’s, geen bussen, geen auto’s. Winkels en banken zijn dicht. Veel inwoners van de hoofdstad Conakry leven zo’n beetje op water en brood, zegt een lokale journalist. Als ze al ergens cola of rijst zouden kunnen krijgen, hun geld is zo goed als op. „Ik weet niet hoe lang we dit nog volhouden”, zegt de journalist per telefoon. „Het bloedbad van maandag heeft toch veel mensen bang gemaakt.” Sinds de staking begon is het dodental opgelopen tot boven de veertig, met maandag als voorlopige dieptepunt van het geweld. Het leger schiet met scherp op demonstranten die het vertrek van president Lansana Conté eisen.

Niet eerder heeft de bevolking van het geïsoleerde en grotendeels vergeten West-Afrikaanse land zich zo kwaad gemaakt. Vorig jaar werd het openbare leven twee keer platgelegd. In februari wisten de vakbonden een loonsverhoging voor ambtenaren af te dwingen. In juni eisten ze een verlaging van de brandstofprijs. Het succes van die stakingen – net als nu werd aan de oproepen landelijk gehoor gegeven – heeft de vakbondsleiders gesterkt in hun overtuiging dat ze meer invloed uitoefenen dan de verdeelde oppositie. Gisteravond onderhandelden de vakbondsleiders Rabiatou Serah Diallo en Ibrahima Fofana met de regering over het aanstellen van een nieuwe premier.

Het regime van Conté heeft zijn langste tijd gehad, ondanks een grondwetswijziging die bepaalt dat hij zich in 2010 weer herkiesbaar kan stellen. De oude despoot is sinds 1984 aan de macht. Hij is gesloopt door diabetes, slecht ter been en raakt regelmatig buiten bewustzijn. Vorig jaar moest hij twee keer in allerijl naar Zwitserland worden overgevlogen voor een spoedbehandeling. Zijn dood is al vele malen voorspeld, maar hij blijft volhouden, omringd door een kleine groep vertrouwelingen die van zijn zwakke gezondheid profiteert door hem decreten te laten tekenen waarvan hij denkt dat hij ze zelf heeft opgesteld – zo beweren althans insiders. Zijn familie laat zich ook gelden. Een van zijn zoons bekleedt een belangrijke positie in het leger, een van zijn vier vrouwen leidt een import-export-imperium.

Soms raakt een lid van Contés entourage uit de gratie, zoals de hervormingsgezinde premier Cellou Dalein Diallo, die vorig jaar ineens de laan uit werd gestuurd. Diallo had voor elkaar gekregen dat enkele donorlanden weer overwogen de hulpkraan open te draaien.

Zijn ontslag werd vermoedelijk bewerkstelligd door drie invloedrijke figuren die sindsdien op hun beurt in een machtsstrijd zijn verwikkeld. Als maffiosi vechten zij om de opvolging van de peetvader. Het gaat om parlementsvoorzitter Aboubacar Somparé, die volgens de grondwet staatshoofd wordt als Conté komt te overlijden; Fodé Bangoura, de officieuze interim-premier die vorige week door Conté werd ontslagen bij wijze van concessie aan de vakbonden; en Mamadou Sylla, een steenrijke zakenman die door toedoen van Bangoura in de cel belandde omdat zijn bedrijf geld schuldig zou zijn aan de staat.

De vakbonden riepen op tot de algemene staking toen Conté persoonlijk ingreep om Sylla en een bevriende zakenman uit de gevangenis te krijgen. Dat was de aanleiding. De oorzaak van het protest is diepgewortelde frustratie over de levensomstandigheden in Guinee. Die zijn de afgelopen jaren steeds slechter geworden. Conakry is een hoofdstad die bezoekers tot wanhoop drijft. Vrijwel niets werkt. De stroom valt voortdurend uit, de wegen zijn permanent verstopt door files, fatsoenlijke gezondheidszorg is onbetaalbaar en iemand bellen een hele opgave. De prijzen van rijst en brandstof zijn gestegen; de gemiddelde levensverwachting is gedaald tot vijftig jaar. Bijna de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Weinig Guineeërs durven te hopen dat het onder Conté ooit nog beter zal worden. De meeste donoren gaven het vier jaar geleden al op: de Wereldbank en het IMF zetten hun samenwerking met de regering stop. Alleen de Europese Unie blijft aandringen op beter bestuur, maar wil de hulp gaan hervatten. Transparancy International riep Guinee onlangs uit tot het meest corrupte land van Afrika.

Guinee hoeft niet zo verpauperd, corrupt en stuurloos te zijn, daarover zijn deskundigen het eens. De mineraalrijke grond bevat de grootste bauxietvoorraad ter wereld. Mijnbouw kan miljoenen in het laatje brengen. Maar de eens zo trotse republiek is hard op weg een mislukte staat te worden. Het socialistische experiment van de eerste president, Sekou Touré (1958-1984), eindigde in een wrede dictatuur. Het militaire regime van Conté dreigt in anarchie uit te monden.

Het beste wat de afgelopen jaren van Guinee kon worden gezegd, was dat het stabiel was, en niet als de buurlanden Liberia, Sierra Leone en Ivoorkust door burgeroorlog verscheurd. Sommige waarnemers waarschuwen dat het geweld uit de hand gaat lopen en de wankele regio nog verder uit balans zal brengen. Anderen denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Zolang het leger aan de zijde van Conté staat, zeggen ze, zijn de vakbonden en de bevolking machteloos.