Federer laat zien wie de baas is

In een van de kortste halve mannenfinales ooit in Melbourne, maakte Roger Federer vanochtend een einde aan de zegereeks van Andy Roddick. „Alles liep, ik ben er nog beduusd van.”

Rotterdam, 25 jan. - Andy Roddick had zich veel voorgesteld van zijn halve finale op de Australian Open tegen Roger Federer. Na zijn overwinningen op toppers als Mario Ancic en Marat Safin kon niemand de voormalige nummer een van de wereld meer tegenhouden op zijn zijn weg terug naar de top. „Ik maak een goede kans tegen Roger”, liet hij voorafgaand aan de wedstrijd optekenen. „We zijn aan elkaar gewaagd.”

Dat had de Amerikaan beter niet kunnen zeggen. Vandaag kreeg A-Rod een afstraffing van de Zwitser zoals je die maar zelden ziet in halve mannenfinales op grandslams: 6-4, 6-0 en 6-2. Niet zozeer de eindstand als wel de manier waarop Federer de partij won was opmerkelijk. Met zijn superieure passeerslagen, dropshots en goed geplaatste opslagen reduceerde hij Roddick tot een middelmatige speler. Een weinig flexibele speler ook, die zich vastbijt in zijn vooraf uitgestippelde strijdplan en geen alternatief achter de hand heeft voor als het misgaat. Gaandeweg de wedstrijd – die tot 4-4 in de eerste set gelijk opging – werd de blik in de ogen van de Amerikaan steeds wanhopiger. Toen er na 20 minuten in de tweede set een stand van 5-0 op het scorebord verscheen, gooide hij bitter zijn racket in de richting van een fotograaf. Het kwam hem op een waarschuwing te staan van de umpire, die Roddick de schande van een diskwalificatie wilde besparen.

De snelle uitschakeling – in 83 minuten, een van de kortste halve finales bij de mannen ooit in Melbourne – kwam niet alleen voor Roddick onverwacht. Ook zijn coach Jimmy Connors zag zijn ontmanteling met lede ogen aan. Sinds Roddick de tennislegende driekwart jaar geleden inschakelde om zijn comeback te bewerkstelligen, was hij rap geklommen op de wereldranglijst. Stond de Amerikaan in juni vorig jaar nog op een elfde plek, nu prijkt zijn naam op de zevende plaats. ‘De nieuwe Roddick’ zoals hij zichzelf noemde, verscheen meer aan het net en gebruikte vaker dan ooit een ‘sliced-backhand’ om een aanval op te zetten.

Dat vertaalde zich in de laatste maanden van 2006 in fraaie resultaten: finale Indianapolis, kwartfinale Los Angeles en finale US Open. Aan de vooravond van de Australian Open wist Roddick bovendien voor het eerst in drie jaar de beste man van de wereld te verslaan, in de finale van een demonstratietoernooi in Melbourne. Die overwinning leverde Roddick weliswaar geen punten op voor de wereldranglijst, maar vergrootte wel zijn zelfvertrouwen. ‘Dit kunstje kan ik best herhalen’ moet de Texaan hebben gedacht.

En geef hem eens ongelijk. De man die in 2003 de US open won liet de afgelopen dagen zijn beste tennis sinds tijden zien. Vooral in zijn partij in de derde ronde tegen Marat Safin maakte hij indruk. Waar de Rus voortdurend op de umpire schold om zijn eigen tekortkomingen te camoufleren, hield de Amerikaan het hoofd opmerkelijk koel. En ook in zijn laatste partij tegen landgenoot Mardy Fish bewees Roddick dat hij in goede doen moeilijk te kloppen is.

Ironisch genoeg had juist Federer opgezien tegen de wedstrijd. „Ik maakte me zorgen, want hij speelt zo goed”, zei de Zwitser, die zijn tegenstander geen punt cadeau gaf en zelfs enkele malen het elektronische systeem hawk-eye inschakelde om zijn riante voorsprong te vergroten. Zijn analyse van de wedstrijd was even simpel als accuraat: „Ik speelde ongelooflijk goed.”

Maar zoals wel vaker in zijn carrière voegde de Zwitser, die in de finale uitkomt tegen de Chileen Fernando Gonzalez of de Duitser Tommy Haas, er meteen een relativerende opmerking aan toe: „De Australian Open is nog niet voorbij. Let’s not get carried away.”

Federer staat nu voor de zevende opeenvolgende keer in de finale van een grandslamtoernooi. Dat is een evenaring van het record van Jack Crawford uit de jaren dertig.