Deel wachtlijsten jeugdzorg korter

De wachtlijsten voor kinderen die recht hebben op een behandeling bij een jeugdzorgaanbieder zijn geslonken. Het ministerie van Volkgezondheid presenteerde vandaag de cijfers van de bureaus Jeugdzorg per provincie.

Vorig jaar wachtten nog ruim 5.000 kinderen op een vorm van behandeling (ambulant, in een tehuis, een pleeggezin), nu zijn er nog 284 kinderen die langer dan negen weken moeten wachten. Negen weken is de maximale duur van de wachttijd die de bureaus Jeugdzorg vorig jaar hebben afgesproken met staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, CDA). Zij investeerde 140 miljoen euro in de jeugdzorg om het grote aantal wachtenden weg te werken.

Dat is, blijkt uit de cijfers van het ministerie, gelukt voor de kinderen die al een indicatie voor zorg hebben van een bureau jeugdzorg. Zij zijn geïndiceerd voor verdere behandeling en daar hoeven ze niet meer dan negen weken op te wachten.

De wachtlijsten in het voortraject zijn nog altijd lang, bevestigt een woordvoerder van het ministerie van VWS. Volgens bestuursvoorzitter H. Nieukerke van de MO-groep, de overkoepelende organisatie van de bureaus Jeugdzorg „is maar een deel van het probleem opgelost”.

Jaarlijks melden 150.000 kinderen zich bij de jeugdzorg. Hoe lang ze gemiddeld moeten wachten op een indicatie is niet eenvoudig te meten, zegt Nieukerke. De hulpvraag van de kinderen loopt sterk uiteen: ze komen bij een bureau Jeugdzorg voor een korte interventie (bijvoorbeeld een serie gesprekken), soms is er behoefte aan langdurige behandeling (in een tehuis) of zelfs jeugddetentie. De wachttijden daarvoor verschillen per provincie.

De bureaus Jeugdzorg sloten vandaag een convenant met minister Verdonk (Jeugdzorg, VVD) over de verlaging van het aantal kinderen per gezinsvoogd. Zij hebben nu 20 tot 24 kinderen onder toezicht; dat moet eind dit jaar zijn teruggebracht tot 17. Uiteindelijk streeft men naar 15. De bureaus eisen daarvoor wel meer geld.