Bijtelling blijft bij auto van politici

De fiscale regels voor het gebruik van dienstauto’s door politieke ambtsdragers kunnen niet worden aangepast. Dat heeft minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) gisteren in de Tweede Kamer gezegd. De belastingdienst onderzocht het afgelopen jaar het dienstautogebruik van commissarissen van de koningin. Zij kregen allemaal een naheffing van 50.000 euro over de periode 2001-2005 omdat ze de auto ook hadden gebruikt voor nevenfuncties die niet direct samenhangen met hun hoofdfunctie. De fiscus is daarom van mening dat zij een fiscale bijtelling van 22 procent over de waarde van de auto moeten betalen, zoals iedereen dat moet die meer dan 500 privékilometers per jaar in een leaseauto rijdt. Dit kan voor commissarissen van de koningin oplopen tot 10.000 euro per jaar. De belastingdienst is nu bezig met een onderzoek naar burgemeesters.

„Het gaat hier om belastingregels die voor iedereen gelden, bijvoorbeeld ook voor bestuurders in het bedrijfsleven”, zei Remkes na vragen van de Kamerleden Spies (CDA) en Van Gent (GroenLinks). Hij zal samen de minister van Financiën een brief aan de Kamer sturen waarin ze meer in detail op de kwestie ingaan.

Lokale bestuurders zijn verbolgen over het feit dat ze moeten betalen voor de dienstauto. Zij vinden dat bijvoorbeeld het bestuurslidmaatschap van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) direct samenhangt met hun werk. Meestal krijgen ze ook toestemming van de gemeenteraad om dergelijke functies te vervullen. Het Kamerlid Spies pleit er voor dat in zo’n geval de belastingdienst geen bijtelling oplegt. Directeur Ralph Pans van de VNG vreest dat burgemeesters en wethouders deze vaak onbetaalde functies niet meer willen doen als ze voor gebruik van de dienstauto worden aangeslagen.

Het Kamerlid Van Gent vindt het onjuist dat Remkes de naheffing voor de commissarissen volledig compenseert, omdat dit betekent dat zij ook voor hun meer commerciële bijbanen niet voor de auto hoeven te betalen. Volgens Remkes is er nu geen onderscheid meer te maken. „Vaak is er geen of geen volledige rittenadministratie aanwezig.” Hij zei dat van een compensatie in de toekomst geen sprake meer zal zijn.