‘Argentinië maakt te veel films’

Voor het eerst in 36 jaar opent het filmfestival van Rotterdam met een Argentijnse film, ‘La antena’.

Argentinië is inmiddels een vooraanstaand filmland.

Verschillende scènes uit ‘La antena’ van de Argentijnse filmer Esteban Sapir. Midden: de meedogenloze Mr. TV. De zwart-witfilm van Sapir opende gisteren de 36ste editie van het International Film Festival Rotterdam (IFFR). Hij is 26 en 27 januari en 1 februari nog te zien.

Voor het eerst in haar 36-jarige geschiedenis opende het Internationale Filmfestival van Rotterdam (IFFR) gisteren met een speelfilm uit Argentinië, La antena.

Op het Rotterdams filmfestival worden nog vijf andere Argentijnse speelfilms getoond. Het illustreert de voorname positie die Argentinië als filmland inneemt. Mede dankzij financiële hulp van het Rotterdamse Hubert Bals Fonds (HBF), worden er in Latijns-Amerika nergens zo veel en zo veel goede speelfilms gemaakt als in het grote, lange land aan het einde van de wereld.

In 2006 werd in Argentinië het recordaantal van zeventig films vervaardigd. Dit jaar zal dat aantal waarschijnlijk op honderd uitkomen. Vrijwel elke artistieke film begint in Argentinië met een dankwoord aan het HBF of, als het om documentaires gaat, het Jan Vrijman Fonds, opgericht door het IDFA.

Vanuit de hele regio, maar ook uit Europa, komen mensen studeren aan de vooraanstaande Nationale Filmuniversiteit (FUC) in Buenos Aires. Zo’n twaalfduizend leerlingen hebben er de afgelopen vijftien jaar de vierjarige studie afgerond. En het is niet eens de enige opleiding. In Buenos Aires zijn twintig filmscholen en in andere uithoeken van het land nog eens tien.

Vrolijke cijfers voor filmliefhebbers maar, zegt Jorge La Ferla: „Er is in Argentinië helemaal geen markt voor zoveel films.” La Ferla is als filmprofessor verbonden aan de Universiteit van Buenos Aires en doceert aan de FUC. „Twintig van de vorig jaar gemaakte films zijn nooit vertoond. Dit jaar blijven er nog meer nieuwe films op de plank liggen omdat er geen bioscoop is die ze wil tonen.”

De Argentijnse speelfilms trekken in het 38 miljoen inwoners tellende land gemiddeld hooguit 10.000 man publiek. „Het is een ramp”, vindt La Ferla. „Er is vrijwel geen Argentijnse regisseur die met het maken van films financieel een normaal bestaan kan leiden.”

Dat er desondanks zoveel ‘jonge honden’ rondlopen in Argentinië die vaak met een goed gevoel voor humor ook over kleine dagelijkse gebeurtenissen mooie films maken, is omdat ze veel liefde voor het vak hebben. „In Mexico is doorgaans het idee dat je met minder dan een miljoen dollar geen interessante film kunt maken. In Argentinië gaat men ook met heel weinig geld gewoon aan de slag”, zegt Ilse Hughan.

Deze Nederlandse filmproducente woont in Argentinië en geeft er – met steun uit Rotterdam – onder andere cursussen aan jonge latino filmmakers over hoe ze hun eerste filmproject „het beste aan de buitenwereld kunnen verkopen.” In Rotterdam draaien nu twee films die zij financieel heeft helpen produceren en die eerder op het festival van Cannes te zien waren: Hamaca Paraguaya van de Paraguayaanse Paz Encina en Fantasma van de Argentijn Lisandro Alonso. Bij die laatste film smeerde Hughan zelf de boterhammen voor de crew om te besparen op de kosten van de catering.

De producent van La antena, José Arnal, zegt dat voor het maken van deze tweede film van zijn partner en regisseur Esteban Sapir veel financieel risico is genomen. De speelfilm kon worden voltooid dank zij twee keer een financiële bijdrage van het HBF. En door Sapir gedeeltelijk vrij te stellen van het doen van zijn normale werk: het maken van reclamefilms voor zijn firma LadobleA. „We moeten nog maar zien of we de kosten van een miljoen dollar terugverdienen. De film is ook een visitekaartje waarmee we misschien nieuwe projecten binnenhalen.”

Maar in Europa maken de Argentijnse films furore. „In Europa organiseren ze festivals over wat ze juichend de Nuevo Cine Argentino noemen maar van een dergelijke beweging is geen sprake”, zegt La Ferla. Het is een slogan, een marketingleuze. „Doordat de Argentijnse filmmakers zo afhankelijk zijn geworden van geld van Europese fondsen die vaak niets snappen van de Argentijnse cultuur kan er geen sprake zijn van een nieuwe, experimentele en onafhankelijke filmindustrie.”

Nuevo cine is volgens La Ferla een cliché geworden. „Het leidt tot het maken van weer zo’n politiek correcte film over brave desaparecidos (vermisten) en de gemene junta of weer zo’n mooie road movie uit Patagonië omdat de makers weten dat de Europeanen dat graag zien. Veel Argentijnse regisseurs die de afgelopen jaren vernieuwende films maakten, zoals Alejandro Agresti en Pablo Trapero, maken tegenwoordig onge- looflijke rotzooi om Hollywood te plezieren.”