Alleen al het woord ‘arbeidsongeschiktheidsverzekering’

Er komt een moment in het leven dat je het leven moet regelen. En dan bedoel ik niet dat je eindelijk eens gaat uitzoeken op welke dag de vuilnis eigenlijk wordt opgehaald, of dat je na jaren gaat checken hoeveel airmiles je hebt opgespaard, nee, ik bedoel de grotere dingen des levens. Ik bedoel Ziekte en Ouderdom.

Ik weet het, Ziekte en Ouderdom zijn niet leuk. Maar weet je wat nog erger is? Ziekte en Ouderdom in arren moede. En die dreigen aan de horizon als je zoals ik en duizenden anderen zo’n beetje freelancet van opdracht naar opdracht zonder werkgever die je op je vijfenzestigste een gouden horloge en geld voor de rest van je leven geeft en als je ziek bent geld en een leuke fruitmand.

Dus op naar de verzekeraar. Dit klinkt als een kordate hupsakee-beslissing, iets wat ik tussen de was en de lunch door deed, maar het had een aanloop van vijf jaar. Laten we het erop houden dat ik zo in de bloei van mijn leven was dat ik niet aan pensioenen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wilde denken. Alleen al het woord ‘arbeidsongeschiktheidsverzekering’ riep zo’n diepe moeheid in mij op, dat het op zich bijna tot arbeidsongeschiktheid leidde.

Maar daar zat ik, tegenover een man die alles van verzekeringen wist. Hij tekende een lijn op zijn notitieblok. Die lijn was mijn leven, zei hij. Op de lijn tekende hij drie punten. „Dit zijn de drie punten waar het om gaat. Je kunt langdurig ziek worden. Je gaat met pensioen. En je gaat dood. Voor die drie dingen moet je je verzekeren.”

Daar stond mijn leven, in al zijn niet zo volle glorie, op het notitieblok. Als je het zo bekeek, was het leven vrij simpel. En heel erg deprimerend.

Alle ziek-of-oud-scenario’s spraken we door. Wanneer wilde ik stoppen met werken? Zou ik willen werken als ik maar één been had? Of als ik gek werd? Of depressief? Dit werd allemaal genoteerd.

Gelukkig gebeurde er toen iets prettigs. De man streepte ‘dood’ – dat punt had hij met een dodenkruisje aangegeven – door. „Daar hoef je je niet voor te verzekeren, want je hebt geen kinderen. Dus als je dood bent, kunnen je nabestaanden gewoon je huis verkopen.”

O.

Het maakte dus niet uit of ik doodging. Verzekeringstechnisch gezien. Mijn leven op het notitieblok was ineens nog simpeler geworden.

    • Aaf Brandt Corstius