Voor de Rus is de markt een criminele oase

Rusland wil na racistische incidenten het aantal buitenlanders sterk beperken. Het heeft gevolgen voor de markten, hét domein van buitenlanders. In Moskou ziet het stadsbestuur zijn kans schoon.

Een buitenlandse marktkoopman op de Moskouse Tsjerkizovski-markt. Foto Oleg Klimov Bigger of all Cherkizovsky market in Moscow which will fetch down soon by Moscow government. Russia. Photo by Oleg Klimov Klimov, Oleg

De wetten tegen buitenlanders komen Nikolaj Jevtichev prima uit. De prefect van Moskou-Oost steekt bedachtzaam zijn pijp aan en wijst op zijn stadsplan. „Dat zorgt toch voor beslissende druk in dit moeizame proces.”

De een zijn dood is de ander zijn brood. Maatregelen tegen immigranten die sinds de jaarwisseling in Rusland van kracht zijn helpen Moskou een megaproject uit te voeren. Zes winkel- en kantoorcomplexen van spiegelglas, een groep woontorens, een sport- en een museumcomplex. Waar xenofobie al niet goed voor is.

Tot dusver zat een ‘criminele oase’ in de weg die zich „als een kanker over ons rayon uitvrat”, aldus Jevtichev. Hij doelt op de Tsjerkizovski-markt, een mierenhoop van containerstraten waar dertigduizend Aziatische kooplui in alles handelen dat goedkoop is, niet zelden vervalst en meestal van dubieuze kwaliteit. Dagelijks voeren tweeduizend busjes handelaars aan en braakt de metro honderdduizenden Russische klanten uit. Moskou wilde al jaren van de markt af, maar de situatie zat muurvast. Tot een skinheadbom en nieuwe wetten tegen buitenlanders een draagvlak voor sluiting schiep.

Op 1 januari werden nieuwe immigratiewetten van kracht die bepalen dat Rusland jaarlijks zes miljoen gastarbeiders te werk stelt. Het huidige aantal wordt op acht tot twaalf miljoen geraamd, van wie 90 procent illegaal – het inschrijven van gastarbeiders is zo complex dat zelfs staatsorganen liever illegalen inhuren. Dat moet nu simpeler worden, terwijl boetes voor het inhuren van illegalen flink omhoog gaan.

Op Russische markten, tot dusver het domein van zuiderlingen, mogen vanaf 1 april slechts 40 procent van de kooplui een buitenlands paspoort hebben. Verkoop van alcohol of medicijnen is voor buitenlanders verboden. In 2008 zijn de Russische markten honderd procent blank.

De maatregelen zijn een concessie van Poetin aan het gure, xenofobische klimaat in Rusland. Katalysator was de rassenrel in het Karelische stadje Kondopoga, waar inwoners eind juli alle Kaukasiërs wegjoegen en hun winkels en markten plunderden. De inwoners kregen spontaan bijval uit het hele land. In de nasleep eiste president Poetin snelle actie om „de belangen van inheemse producenten en Ruslands autochtone bevolking te verdedigen”. Hij wees met name op ‘etnische maffia’s’ die Russische boertjes uitpersen, hun landbouwproducten weren en prijzen kunstmatig hoog houden.

Provinciale autoriteiten voeren zeer voortvarend de marsorders van het Kremlin uit. In het Siberische Chabarovsk stonden de marktstalletjes deze week leeg: de Chinese handelaars waren naar huis teruggekeerd. In Vladivostok staan borden: ‘Russische verkopers gezocht: urgent!’ In Krasnojarsk kost een lederen tas deze week 3 euro, een winterjas 13 euro en een bontjas 60 euro: buitenlanders dumpen snel hun handel. In Tver raakten Tadzjieken slaags om van hun laatste meloenen af te komen.

Experts waarschuwen dat deze eliminatie van tussenhandel tot aanvoerproblemen en prijsstijgingen kan leiden. Het keuterboertje dat zijn bieten en appeltjes naar de grote stad brengt is een leuk ideaal, maar het Russische marktwezen drijft grotendeels op import. Anderen vermoeden dat het bij buitenlander treiteren blijft, maar uiteindelijk alles bij het oude blijft.

Op de moeder aller markten, de Tsjerkizovski in Moskou, halen ze hun schouders op over de nieuwe wetten. „Onzin, welke Rus gaat ons werk overnemen?”, vraagt de Afghaan Mohamed Reza. „Een Rus wil bier drinken en op de bank liggen. Hij komt hooguit uit zijn bed om een uniform aan te trekken en ons smeergeld af te persen. Om vier uur opstaan, zakken sjouwen? Kom nou.”

Reza verkoopt in een stalletje van tien vierkante meter goedkope schoeisel. Moskou kan niet zonder hem, denkt hij. „Alleen rijke mensen kunnen in winkels kopen.” Reza pakt een dameslaars met veel te veel gespen en bont. „Die kost bij mij tweeduizend roebel, als je heel goed onderhandelt 1.500 roebel. In de winkel het dubbele.” En dan nog iets. Reza’s baas betaalt elke maand 3.000 dollar huur voor deze tien vierkante meter. „Deze markt levert honderden miljoenen dollars per jaar op, misschien miljarden. Alleen idioten slachten de kip met de gouden eieren.”

Het lijkt inderdaad robuust, dit doolhof van stalletjes, restaurantjes en duistere Chinese gokholen. Maar volgens prefect Jevtichev kijken we naar Pompei vlak voor de ondergang. Want tegen de markt hebben zich ook machtige economische belangen verenigd. 234 hectare grond op een toplocatie middenin boomtown Moskou: een project om van te watertanden.

Moskou heeft geen behoefte meer aan markten en allochtone handelaars, denkt de prefect. Moskou elimineerde de afgelopen jaren tweederde van het aantal kiosken en de helft van de 250 openluchtmarkten. Ze gelden als een gepasseerd stadium van het kapitalisme. Moskovieten moeten als alle beschaafde Europeanen hun boodschappen doen in winkels. „Tien jaar geleden kocht 20 procent in winkels en 80 procent op markten”, doceert Jevtichev. „Nu is dat andersom. Goedkope supermarkten schieten uit de grond als paddenstoelen na een regenbui.” De Tsjerkizovski-markt functioneert tegenwoordig vooral als groothandelsmarkt voor provincialen: slechts een vijfde van de klanten komt nog uit Moskou.

Toch bleek deze markt een harde noot voor het stadsbestuur, omdat de grond toebehoort aan de Nationale Sportacademie, die honderden miljoenen dollars huur incasseert. Jevtichev, voorzichtig: „Volgens de rechtbank mag het terrein niet als markt worden gebruikt, maar bepaalde structuren binnen het ministerie van Sport negeren dat vonnis.”

De bom die drie racistische scheikundestudenten in augustus op de Tsjerkizovski-markt legden, hielp in zekere zin. Dertien Aziatische handelaars kwamen om, ruim vijftig anderen raakten gewond. Daags na de explosie bood de Moskouse burgemeester Loezjkov geen troostrijke woorden voor de nabestaanden, wel de belofte de markt nu spoedig te sluiten. Ook onder Moskovieten klonk weinig medelijden. Prefect Jevtichev: „Sindsdien spreekt iedereen met één stem: dicht die markt!” In combinatie met de rassenrellen van Kondopoga en de wetten tegen buitenlanders ziet de prefect niet hoe ‘de structuren’ binnen het ministerie van Sport de sluiting kunnen tegenhouden. „Ze zetten hun handtekening, daarna gooien we de markt vanaf juli sector voor sector dicht.”

En dan kan Jevtichev op het lege terrein bouwen aan het nieuwe Moskou van spiegelglas, dure woontorens en blanke supermarkten. „Ik ben bij u in Amsterdam op bezoek geweest”, zegt hij peinzend. „Bij u zijn complete wijken buitenlands. Dat is niet onze toekomst, hopen we.”

    • Coen van Zwol