Vinex-bewoner hunkert naar park of plantsoen

In tien jaar zijn er 417.000 huizen gebouwd op Vinex-locaties. Niet alles pakte uit zoals het rijk wilde: bewoners verkiezen de auto nog boven de bus en klagen ook over te weinig groen.

Bewoners van grote Vinex-nieuwbouwwijkenzijn ingenomen met hun huizen, maar de onvrede over het ontbreken van groen in de wijk is erg groot. Het gaat dan om parken en kleinere plantsoenen maar ook om de verbindingen met het bos of landschap buiten de stad. Een kwart van de bewoners is hier ontevreden over, zo blijkt uit een evaluatie van tien jaar Vinex-beleid (1995 - 2005) die demissionair minister Winsemius (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, VVD) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In een reactie op het rapport schrijft Winsemius: „Ik ben tevreden, maar niet helemaal.” Volgens Winsemius is er „geen reden om achterover te leunen”. Voor de komende jaren kondigt hij „een inhaalslag” aan om vooral te bereiken dat er meer groen binnen en rondom de Vinex-wijken komt. Een substantieel deel van de reeds gereserveerde een miljard euro voor verstedelijking wordt de komende jaren gebruikt voor de aanleg van parken, groenstroken en recreatiegebieden.

Vinex-projecten, (zo genoemd naar de Vierde Nota ruimtelijke ordening Extra nu omgedoopt in de Nota Ruimte), werden in de jaren negentig bedacht om het woningtekort terug te dringen en meer samenhang te brengen in allerlei uitbreidingen bij steden en dorpen. Een grotere rol voor het openbaar vervoer was ook een doelstelling.

Uit de evaluatie blijkt dat de nieuwbouw van woningen landelijk gezien op een hoger totaal is uitgekomen dan vooraf werd gedacht: 680.000, dertigduizend meer dan de geplande 650.000. Maar op de 25 Vinex-locaties werden 417.000 woningen gebouwd en dat is 43.000 minder dan de beleidsmakers van plan waren. Al met al, zo stelt Winsemius vast, is de doelstelling om het landelijk woningtekort terug te dringen, niet gehaald. „In een aantal Vinex-wijken is het woningtekort hoger gebleven dan twee procent”, aldus de minister. Een van de oorzaken is dat de grotere stadsuitbreidingen Leidsche Rijn bij Utrecht, IJburg bij Amsterdam, Meerhoven bij Eindhoven en Waalsprong bij Nijmegen na 1995 tot stand zijn gekomen. Hierbij deden zich volgens Winsemius opstartproblemen voor bij de grondverwerving en bij de afstemming tussen alle betrokken partijen.

Aan het begin van de onderzochte periode was door het Rijk een dichtheid in de bebouwing aangegeven van 33 woningen per hectare in de vier grote stadsregio’s en 30 woningen in de andere gebieden. Ook dat is anders uitgepakt. In het westen staan 31 huizen op een hectare en in de andere gebieden werden tussen de 21 en 25 woningen per hectare gerealiseerd.

Een ander doel van het Vinex-beleid, de bundeling van de woningbouw binnen een afgesproken gebied om wildgroei terug te dringen, is evenmin gehaald. „Het beleid heeft niet geheel het gestelde ambitieniveau gehaald. Maar zonder het gevoerde beleid zou de verstedelijking veel verspreider zijn geweest”, meldt Winsemius.

Om te voorkomen dat „de balans tussen bebouwing en groen niet verder uit evenwicht raakt, zijn diverse acties in gang gezet” , aldus de minister. Hierdoor moet ‘het groen in de wijk’ een groter aandeel krijgen in de woningbouwplannen voor de komende tien jaar.

Bij een ander onderdeel van het beleid, het (hoogwaardig) openbaar vervoer en het parkeren, is het ook niet volgens plan gegaan, zo blijkt uit het rapport. Het autogebruik is niet echt teruggedrongen. Veel bewoners gebruiken twee auto’s en daar is bij de aanleg van parkeerruimte niet op gerekend. De norm bleef steken op 1.4 auto per woning. Verder liep de aanleg van vervoersverbindingen vaak vertraging op waardoor de Vinex-bewoners toch weer kozen voor de auto. Winsemius is optimistisch: „We weten dat het een paar jaar duurt voordat bewoners het hoogwaardig openbaar vervoer hebben ontdekt en het daadwerkelijk gaan gebruiken.”

    • Harm van den Berg