Veiling toont ‘Chinese zeesculpturen’

Volgende week veilt Sotheby’s een lading Chinees porselein die jarenlang op de bodem van de zee lag. Maar, zeggen ze daar, het gaat vooral om het verhaal van de schipbreuk.

Zeesculptuur met gesmolten kommetjes en koraal

Bovenal zijn het conversation pieces: porseleinen theepotten, wijnbekertjes en serviezen die 280 jaar op de bodem van de Zuid Chinese Zee lagen. Althans, zo noemt Mark Grol, directeur van veilinghuis Sotheby’s, de opgedoken lading uit het wrak van een Chinese jonk, die begin 18e eeuw voor de kust van Vietnam verging. Volgende week wordt de lading geveild.

Het gaat vooral om het verhaal van de schipbreuk, zeggen ze bij het veilinghuis. Omstreeks 1725 voer een zwaar beladen Chinese jonk van Kanton naar Batavia. De vracht bestond grotendeels uit chine de commande, Chinees porselein, dat speciaal was vervaardigd voor de westerse markt. In Nederlands-Indië zou de lading worden overgeslagen op VOC-schepen, met bestemming Amsterdam. Nederlanders bestelden in China onder andere serviezen met ‘Scheveningse’ taferelen: Hollandse duinen, vuurtorens, kerken. Het scheepswrak lag er in 1998 nog vol mee.

De schipbreuk moet halverwege de tocht, bij de Vietnamese provincie CaMau, veroorzaakt zijn door brand in de kombuis. „De temperaturen aan boord moeten zijn opgelopen tot meer dan duizend graden”, zegt Sotheby’s taxateur Victor Bouman, „want alleen bij zulke immense hitte vermolmt porselein.” En zo, gesmolten, uitgezet en samengeperst, werden de serviezen in 1998 op 36 meter diepte aangetroffen. Grol: „Dat vermolmde porselein, waaraan zich oesterschelpen en koralen hebben vastgeklonken, zijn prachtige zeesculpturen geworden.”

In de jaren negentig takelden twee Vietnamese vissers 32.000 stukken porselein met visnetten boven water, en vernielden daarbij talloze andere objecten. Dat uiteindelijk toch veel stukken zijn ‘gered’, is te danken aan de ingenieuze manier waarop de Chinezen het porselein hadden ingepakt; in houten kratten, met de kommen en borden in elkaar geschoven en op hun zijkant in cirkels gerangschikt.

Tussen 1998 en 1999 liet de Vietnamese overheid 130 duizend stukken opduiken. Een deel is ondergebracht in nationale musea, een ander deel is vergaan. Nu veilt de Vietnamese regering 76 duizend stukken. Daarbij kan het wrak in Amsterdam hoogstwaarschijnlijk op de meeste belangstelling rekenen.

China heeft nauwelijks interesse getoond voor het ‘eigen’ schip. Dat is anders dan in Nederland, waar de opduiking van het wrak van het Nederlandse galjoen Geldermalsen, in 1984, ook in de Zuid-Chinese Zee, wel enorme aandacht van Nederlandse musea en media kreeg. Mede daardoor bracht die veiling in 1986 het recordbedrag van 10,3 miljoen dollar op. De getaxeerde opbrengst van de ‘Camau’-stukken is bescheidener: 1,5 miljoen euro.

Een andere reden is dat in het geval van Camau alle informatie over het schip moet worden afgeleid uit de wrakstukken. „Toch helpt de vondst ons ander porselein te dateren”, zegt Willem Terlouw van keramiekmuseum Princessehof. „Sommige stukken zijn uniek. En ik wist niet dat borden met Scheveningen-dessin er in zo veel formaten waren. Wij hebben er twee, op de veiling liggen er tientallen. De grootschaligheid van de vondst relativeert ons eigen bezit.”

De gebrekkige Chinese belangstelling kan ook verklaard worden uit de kwaliteit van de lading. Dit ‘chine de commande’ was niet van het hoogste niveau; slechts enkele kommen zijn voorzien van een keizerlijke markering. Bouman: “Exportporselein was eerder gebruiksvoorwerp dan kunstobject.”

Made in Imperial China, kijkdagen bij veilinghuis Sotheby’s t/m zondag 28 januari. Veiling op 29/30/31 jan.

    • Laura van Baars