Russell, Bach en de gratis krant

Een nieuwe maatschappelijke driedeling tekent zich af. Bovenaan heb je natuurlijk de aristocratie van mensen die zich een dure krant kunnen veroorloven. Daaronder zit een klasse die het met Metro of Spits moet doen. En daartussenin een bourgeoisie van halfkleine luiden die een bloemlezing uit het werk van Bertrand Russell hebben gekocht waar ze eerst allemaal gele plakkertjes uit laten steken, alvorens het exemplaar op de salontafel te leggen.

„Dat de mensen zien dat we niet van de straat zijn”, zei Gerard Reve altijd al wanneer hij Hanny Michaelis (met wie hij toentertijd getrouwd was) op het moment dat de visite aanbelde opdracht gaf achter de piano te gaan zitten en Jesu, joy of men’s desiring te spelen.

In de middenklasse leest men De Pers.

Vol sociologische belangstelling nam ik gisteren kennis van drie ochtendbladen uit de bovenbedoelde categorieën. In een desbetreffende winkel betaalde ik eerst uit m’n eigen zak een krant (toevallig next) die nog geld kostte. Vervolgens liep ik naar een station waar ik me een Metro en een Pers toe-eigende.

Het viel me op dat ik dat laatste met een zekere gêne, om niet te zeggen een zekere steelsheid deed. Ik ben opgevoed door een rechtschapen vader die weliswaar bereid was te bukken als hij een dubbeltje in de hondenpoep zag glinsteren, maar die na afwassing van het muntje altijd serieus overwoog om het als een gevonden voorwerp naar het dichtstbijzijnde politieposthuis te brengen. Mag je een krant van een stapel pakken zonder het dubbeltje van mijn vader in een gleufje te gooien? Generatiekloof.

Van mijn bevindingen met next hoef ik op deze plaats geen verslag te doen – u weet zelf hoe het daar mee staat. Niet gratis. Maar goedkoop.

Wat me in het eerste nummer van De Pers trof was eigenlijk een behoorlijk hoog Jip-en-Janneke-gehalte. Alleen al in de column van Hans Wiegel komen zinnetjes voor die korter zijn dan Metro z’n lezers ooit zou durven aandoen. Alsof die man te beroerd is om iets te schrijven met een onderwerp en een werkwoord en een lijdend voorwerp te verzinnen.

Of houdt men hier rekening met een sociaal verschijnsel dat we ook van andere levensgebieden kennen? In de onderklasse neem je altijd een gezonde ambitie waar om hogerop te komen. Daar wil iedereen die op de salontafel van Pauw & Witteman Bertrand Russell heeft zien liggen met al die uitstekende gele plakkertjes, zo’n boek op een dag ook hebben, en misschien zelfs wel lezen. De burgerlezer van De Pers denkt daarentegen dat hij er al is (arrivé, parvenu: ik ben aangekomen, dus ik hoef niks meer), en wordt steeds leesluier.

Vanwege zulke bewegingen binnen de sociale stratificatie, is het moeilijk te voorspellen hoe het met De Pers zal aflopen. Zelf zou ik als uitgever wel op het menselijk snobisme durven gokken. Hoe meer gratis kranten, des te exclusiever een onbetaalbaar abonnement. Er hangt toch altijd een prijskaartje aan de mate van zeldzaamheid? Een next moet volgens mij daarom minstens tien, vijftien euro per nummer gaan kosten. Dan kun je er in je krijtstreeppak ook veilig de straat mee op.

Maar je komt in die sector de raarste verschuivingen tegen. Ik dacht gisteren dat ik me vergiste toen ik in een Ster-spot ‘meneer Cliteur’ hoorde aanroepen, mijn lievelingsverlichter. Maar ik vergiste me niet. Meneer Cliteur bleek een spot in te spreken voor het nogal onnozele nieuwe weekblad Opinio. Daar begint het vaak mee: iets cultureels! Terwijl het al halverwege het zeeppoeder is geworden.

Voorlopig zijn de leesverhoudingen in ieder geval duidelijk. Je hebt patriciers. Je hebt leden van de werkende stand. En je hebt volk dat met Russell en Bach dweept.

Jan Blokker

Lees alle columns van Jan Blokker op www.nrc.nl/blokker

    • Jan Blokker