Ook eigen kring valt Bush af

President Bush’ zesde State of the Union werd gisteren overschaduwd door allerlei rampberichten. Over ontbindingsverschijnselen in oorlogstijd.

Al uren vóór de State of the Union ontstond gisteren in de VS een beeld van Republikeins verval.

De dag begon met de publicatie van een nieuwe politieke krant, The Politico, waarin John McCain, op dit moment de Republikeinse koploper voor de opvolging van George W. Bush, voor het eerst de aanval opende op vice-president Dick Cheney. Deze had Bush „bijzonder slecht geadviseerd” over de oorlog in Irak. En Cheney’s vriend, de twee maanden geleden ontslagen minister van Defensie Donald Rumsfeld, zal „als een van de slechtste ministers van Defensie de geschiedenis ingaan”, zei McCain. Nooit eerder liet de prominente Republikein zich zo negatief over deze partijgenoten uit.

Daarna kwamen flarden door van de eerste zittingsdag in het proces tegen Scooter Libby, de voormalige topadviseur van Bush en Cheney die wordt berecht. Hij zou meineed hebben gepleegd in een onderzoek naar het lekken van een staatsgeheim. Zijn advocaat schetste in een eerste verweer waarom Libby in de problemen was gekomen: hij was in het Witte Huis als „zondebok” aangewezen om te maskeren dat het staatsgeheim was gelekt door Bush’ persoonlijke strateeg, Karl Rove. Nooit eerder uitte een topadviseur van dit Witte Huis zulke zware beschuldigingen aan het adres van een collega.

Intussen verscheen voor de defensiecommissie van het Huis van Afgevaardigden generaal James Conway, van het korps mariniers. Hem werd gevraagd of de VS, nu het land zoveel troepen in Irak en Afghanistan heeft, nog kunnen voldoen aan al hun militaire plichten, zeker bij een internationale crisis. Dan lopen wij „een risico”, zei Conway. „Onze reactie zou trager zijn dan ons lief is.” Zelden gaf een militaire leider zo openlijk toe dat het Amerikaanse leger door de oorlog in Irak zijn werk niet meer aankan.

Vervolgens besloot John Warner een interview te geven, de 79-jarige senator uit Virginia die geldt als de gezaghebbendste Republikeinse senator voor defensie. Hij hield het beleefd. Maar het beleid van de president, het sturen van ruim 20.000 extra troepen naar Irak, zal hij niet steunen. En hij is niet de enige: nooit eerder ontmoette George W. Bush zoveel weerstand in eigen kring op wat betreft de oorlog in Irak, cruciaal voor zijn presidentschap.

Toen mocht Bush beginnen aan zijn zesde State of the Union. Met een accent op binnenlandse thema’s zou hij de aandacht afleiden van de ellendige oorlog.

Bush Onmachtige oorlogspresident

En dan kon hij laten zien dat hij bereid is – een stijlbreuk, maar toch – samen te werken met de Democraten, die het Congres sinds eind vorig jaar in handen hebben.

Hij sprak over gezondheidszorg. Onderwijs. Immigratie. De opwarming van de aarde (héél even). En, net als eerdere jaren, over de Amerikaanse verslaving aan olie: het zou mooi zijn, zei de president, als we over tien jaar ons gebruik van brandstof met twintig procent hebben teruggedrongen. Hoe bleef voor een groot deel in het midden.

Sommige onderwerpen zullen waarschijnlijk ook tot samenwerking met Democraten leiden. Vooral voor een akkoord over immigratie kan nu eenvoudig een meerderheid worden gevonden, die met steun van Bush gastarbeid in de VS introduceert en bestaande illegalen een kans biedt Amerikaans staatsburger te worden.

Maar op één punt had vrijwel iedereen zich misrekend. George W. Bush sprak wél uitvoerig over Irak: ruim de helft van zijn speech was eraan gewijd. Niet dat hij veel bereikte. Ken Duberstein, voormalig stafchef van de Republikeinse president Ronald Reagan, vertelde na afloop dat het Witte Huis hem twee weken geleden voorspelde dat Bush na de State of the Union alsnog het vertrouwen voor zijn nieuwe Irak-plan (ruim 20.000 extra troepen) zou hebben gewonnen. „Maar het enige wat hij heeft bereikt is dat nu béide partijen tegen zijn.”

Aan grote woorden had het anders niet ontbroken. Bush presenteerde de oorlog in Irak opnieuw als onderdeel van „de beslissende ideologische strijd” tegen terroristen. Een oorlog die uitloopt op een nachtmerrie als „Amerikaanse troepen zich terugtrekken voordat Bagdad veilig is”.

„Dan mogen we een episch gevecht verwachten tussen shi’itische extremisten die worden gesteund door Iran, en sunnitische extremisten die worden geholpen door Al-Qaeda en supporters van het oude regime [in Irak]”, zei Bush, die zei dat dit „het doel van de vijand” is.

Viermaal noemde hij Iran dat steun zou verlenen aan regionaal opererende terroristen. Nadat hij twee weken terug soortgelijke uitspraken deed, spraken politici en deskundigen de vrees uit dat het Witte Huis de militaire confrontatie met Iran wil opvoeren om de aandacht van het Iraakse moeras af te leiden.

Vandaag al zal de invloed van de speech getoetst worden: de commissie Buitenlandse Zaken van de Senaat stemt voor het eerst over het nieuwe Irak-plan. Maar niemand die nog aan de uitslag twijfelt: afgewezen.

Hoofdredacteur John Meacham van het weekblad Newsweek zei vannacht op de publieke omroep dat Bush hiermee een onmachtige president wordt, die binnenlands steeds minder gewicht toegekend zal krijgen – terwijl hij het land buiten de eigen grenzen in een steeds bloediger oorlog betrekt. „We zijn op een tragisch moment in de geschiedenis aangekomen.”

    • Tom-Jan Meeus