Nolens’ directe, trefzekere taal

Leonard Nolens: Een fractie van een kus. Poetry International en Querido, 16 blz., € 2,-

Het is een duurzaam onderdeel van Gedichtendag. Zeven jaar lang al is er in januari een speciaal bundeltje uitgegeven. In 2000 opende Toon Tellegen de reeks; Judith Herzberg, Hugo Claus, Eva Gerlach , Rutger Kopland, Gerrit Kouwenaar en Menno Wigman volgden. En vanavond wordt Een fractie van een kus van Leonard Nolens ten doop gehouden op het tweede Gedichtenbal in Paradiso in Amsterdam.

De bundel telt slechts tien gedichten, maar dat tiental is voor wie Nolens’ werk nog niet kent een sublieme introductie. Liefde is het onderwerp, liefde in al haar schakeringen: van kennismaking tot vriendschap, tot liefdesverklaring en de expliciete daad in bed. Van ‘Ik heb een goede vriend’ tot ‘Dat een juiste vingerzetting vlees / Decennia zo hoog kan laten zingen / Als een moedervarken voor de slacht.’

In zijn dagboekaantekeningen in Blijvend vertrek (1993) schreef Leonard Nolens dat hij in feite dag en nacht met mensen wil samenzijn. ‘Maar dan kan ik niet meer schrijven. En als ik niet schrijf, word ik gek. Dus probeer ik schrijvend dag en nacht met mensen samen te zijn.’

Deze uitspraak krijgt nu kwetsbare spiegeling in het gedicht ‘Stop’. Stop met bellen, maant hij de ‘je’ in dit vers. En stop met mailen. ‘Roep me iets toe uit een verte gewikkeld / In zo’n bruin, potdicht, met vliegertouw, / Omsnoerd pak post… / Ik raap die zo graag / Van de gangmat… / Ik weeg zo graag haar dorpen en steden / Op mijn hand. / Ik lees zo graag mijn naam en adres / In andermans handschrift.’

Een fractie van een kus beschrijft de aantrekking en afstoting die de menselijke omgang bepalen. Liefdevol, in toenadering, zoals in het laatste couplet van het openingsgedicht ‘Kennismaking’. Ruw en geil, zoals in het erotische ‘Steek’. Verlangend, zoals in ‘Midwinter’. Soms beschroomd, soms beschouwend, maar steeds in directe, trefzekere taal.

De dichter wordt dit jaar zestig, en dat wordt vanavond in Amsterdam en morgen in Antwerpen publiekelijk gevierd. Maar Nolens zelf is bepaald geen feestganger. Zijn eerdere bundels hebben een sombere grondtoon, en die klinkt ook in Een fractie van een kus. Minder nadrukkelijk, maar het tiental is niet vrij van melancholie.

‘Vastgeroest in een versleten keukenstoel’ overpeinst de dichter in het slotgedicht ‘Inertie’ zijn gezichtsverlies. ‘Het moet gezegd’, luidt de eerste kenmerkende regel.

Opnieuw toont Arie Nolens zich een dichter die niet anders kan dan schrijven.

    • Arie van den Berg