Moderne Herodotos

De gisteren overleden Poolse schrijver en journalist Ryszard Kapuscinski was gegrepen door de Derde Wereld, met name Afrika.

Kapuscinski Foto AFP This undated picture shows Polish author and journalist Ryszard Kapuscinski in Warsaw. Kapuscinski, several times cited as a likely candidate for the Nobel literature prize, has died 23 January 2007 at the age of 74. AFP PHOTO/REPORTER/POLAND OUT AFP

De gisteren overleden Poolse journalist Ryszard Kapuscinski heeft hele generaties beroepsgenoten overal ter wereld geïnspireerd. Met zijn schrijfstijl, een mengeling van journalistiek en literatuur, maar vooral met zijn vermogen om de menselijke maat terug te vinden in alles en iedereen verzwelgende historische gebeurtenissen.

Kapuscinski was de chroniqueur van de Derde Wereld. In de jaren zestig en zeventig reisde hij voor het Poolse nieuwsagentschap PAP jarenlang door Azië, Latijns-Amerika, en het meest door Afrika. Hij deed verslag van de dekolonisatie en, bovenal, van de enorme chaos die erop volgde. Hij was getuige van 27 staatsgrepen en revoluties en werd vier keer ter dood veroordeeld.

Het boek dat hem internationale faam bracht was Cesarz (De Keizer) uit 1978, over de val van de Ethiopische keizer Haile Selassie. Zijn boeken zijn gepubliceerd in meer dan dertig talen, ook in het Nederlands, zoals het oorspronkelijk in 1982 geschreven boek De Sjah aller Sjahs (1986) – dat ging over de revolutie in Iran in 1979 maar, op verhulde wijze, ook over het Polen van de jaren zeventig; Ebbenhout (2000), over zijn Afrikaanse avonturen; en Imperium (1993), over het einde van het Sovjetrijk, gezien door de ogen van de gewone man.

Ryszard Kapuscinski werd op 4 maart 1932 geboren in Pinsk, dat nu in Wit-Rusland ligt. Zijn ouders waren onderwijzers.

Poolse chroniqueur van de wereld

In Pinsk maakte Kapuscinski kennis met de armoede. „De mensen daar hadden zelfs geen messen. Ze sneden de boter met hun vingers.” Het was, zei hij, een regio die door antropologen werd bezocht en bestudeerd.

Toen de oorlog uitbrak, sloeg het gezin voor Russische soldaten op de vlucht, eerst naar Lvov (Lviv) (tegenwoordig in Oekraïne), later naar Warschau. Zijn vader ging het verzet in. In de Poolse hoofdstad maakte Kapuscinski kennis met de honger. De journalist zei later dat hij zich, door zijn ervaringen in Polen, meteen thuis voelde in Afrika. „Ik weet hoe het is om op blote voeten te lopen.”

Na de oorlog studeerde Kapuscinski geschiedenis en Poolse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Warschau. Hij debuteerde in 1949 met gedichten in het tijdschrift Dzis i Jutro (Vandaag en Morgen). Zijn eerste journalistieke werk deed hij voor het jeugdblad Sztandar Mlodych (De Jeugdstandaard). Voor dat blad reisde hij door India, Pakistan, Afghanistan, China, Hongkong en Japan.

In 1953 werd Kapuscinski lid van de communistische partij. En dat zou hij blijven tot 1981, toen de vrije vakbond Solidariteit van Lech Walesa hardhandig werd opgerold en het regime van journalistiek een farce maakte.

Aan de vooravond van een reis naar India kreeg Kapuscinski van zijn toenmalige hoofdredactrice een exemplaar van de Historiën, van de Griek Herodotos. De jonge journalist raakte gefascineerd door diens verhalen over despotisme en wreedheid, geschreven alsof ze gisteren hadden plaatsgevonden.

Het boek zou meegaan op al zijn reizen. Hij herlas het tientallen keren. Zijn andere grote voorbeeld was Bronislaw Malinowski, een Pool die algemeen wordt beschouwd als de uitvinder van de etnologie.

In 2005 verscheen de Nederlandse vertaling van Reizen met Herodotos. Voor Kapuscinski is Historiën „de allereerste reportage uit de wereldliteratuur”. De oude Griek werd, net als hij, maar dan 2.500 jaar eerder, gedreven door een „optimistisch geloof dat het mogelijk moet zijn de wereld te beschrijven. Een geloof, denk ik, dat wij, moderne mensen, allang zijn kwijtgeraakt.”

Niet iedereen was gediend van zijn stijl. Er klonken zo nu en dan ook kritische geluiden over zijn boeken omdat de scheiding tussen journalistiek en literatuur soms wel heel vaag was.

Via het communistische, maar prestigieuze weekblad Polityka kwam Kapuscinski begin jaren zestig terecht bij wat zijn belangrijkste werkgever zou worden, persbureau PAP. Het was het begin van zijn Afrikaanse jaren. „Ik wou dat ik kon overbrengen hoe Afrika was”, zei hij later. „Afrika heeft een eigen persoonlijkheid. Soms triest, soms ondoordringbaar, maar nooit saai.”

Het was een bizarre tijd voor Kapuscinski. Hij was als enige correspondent voor Afrika volledig vrij in zijn doen en laten, maar hij schreef voor een publiek in Polen dat allerminst vrij was en gebukt ging onder het communisme. Om die reden schreef hij ook altijd drie versies van elk verhaal dat hij schreef: de eerste versie was voor de Poolse krantenlezer en was daarom hevig gecensureerd en droog. De tweede verscheen in een informatiebulletin voor de politieke elite en al een stuk levendiger. En een derde versie – de beste versie – was voor hemzelf en zijn boeken.

„Geen enkele Poolse schrijver kan het gat vullen dat door hem is achtergelaten”, zei Marek Zakowski, zijn Poolse uitgever, gisteren. „Hij was een zeldzaam grote persoonlijkheid.” Kapuscinski overleed in een ziekenhuis in Warschau, na een mislukte hartoperatie. Over de precieze doodsoorzaak is niets bekend.