Mark Rutte is de leider, echt waar

Maar Rutte eist van Rita Verdonk dat zij afstand neemt van de suggesties dat ze nog uit is op het leiderschap.

Dat betekent dus: stichting opheffen, stemrita.nl sluiten, campagneteam ontbinden.

Op zijn videolog op internet noemde VVD-leider Mark Rutte de fractiedag van gisteren in Zeist „zeer geslaagd”. Maar de fractie kreeg een andere indruk. „Hij stond te briesen van woede, hij was over het kookpunt heen”, zegt een Kamerlid.

Op een nieuwe crisis rondom zijn positie zit Rutte niet te wachten. Gisteren zei hij „stevig te balen” van een artikel in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag. Daarin zeiden de vrienden en politieke medestanders van demissionair minister Rita Verdonk (Integratie, VVD) dat zij nog steeds uit is op het leiderschap van de VVD. Het liefst zo snel mogelijk. Alleen Rita Verdonk, zeggen zij, kan van de partij de grootste maken.

Rutte was woedend op Verdonk. Hij eiste van Verdonk dat zij afstand zou nemen van de uitspraken van haar adviseurs. Elke discussie over het leiderschap van de VVD is schadelijk voor zijn positie én voor de VVD, zei hij. De demissionair minister voor Integratie reageerde kalm. Ze bood aan een toespraak te houden op de Algemene Ledenvergadering van komend weekend. Ze zou tegen de aanwezige leden kunnen zeggen dat Mark Rutte een uitstekende partijleider is. Daar komt niets van in, reageerde Rutte. Ze moest de Stichting Stem Rita Verdonk opheffen, en de website www.stemrita.nl uit de lucht halen. Verdonk zegde dat toe, onder druk van Rutte. Ze moet, kortom, afstand nemen van haar trouwe groep adviseurs die haar al bijna een jaar bijstaan.

Rutte neemt de woorden van de adviseurs van Verdonk serieus. Sinds Rutte en Verdonk vorig voorjaar de strijd aangingen om het lijsttrekkerschap blijft een sluimerend conflict over het leiderschap de VVD achtervolgen. De adviseurs van Verdonk spelen daar een belangrijke rol in. Verdonk verzamelde voor haar campagne in maart 2006 een groep vrienden en kennissen bij haar thuis. Voor een groot deel waren het mensen die ze in de VVD had leren kennen: Ed Sinke, oud-voorzitter van de afdeling Amsterdam, werd haar campagneleider. Tweede-Kamerlid Charlie Aptroot stond haar terzijde, evenals de regionale kopstukken Toetie Vorenkamp en Hans Nieukerke.

Echte VVD-toppers heeft ze nooit aan zich kunnen binden. Het hoofdbestuur en een groot deel van de Kamerfractie wantrouwen Verdonk. Dat leidde tot openlijke spanning in de partij. Verdonk heeft uitgesproken – en veelal luidruchtige – fans. De top, bang voor een meer populistische koers, is die aanhang een gruwel.

Ed Sinke richtte in mei 2006 de Stichting Stem Rita Verdonk op. Daar verzamelden de vrienden van Verdonk donaties van sympathisanten. Na de mislukte strijd om het lijsttrekkerschap bleef de stichting actief. Met het campagneteam bleef ze ook werken. Verdonk ging een eigen campagne voeren. De partijleiding vond dat goed. Maar nadat bleek dat zij Mark Rutte overtrof in het aantal voorkeurstemmen bij de Tweede-Kamerverkiezingen, kwam de verwijdering tussen beide weer aan het licht. Verdonk eiste, daartoe aangespoord door haar adviseurs, impliciet het leiderschap van de VVD op.

Rutte zei dat daar geen sprake van kon zijn en rekende erop dat de problemen daarmee de wereld uit zouden zijn. Verdonk heeft de samenwerking met haar adviseurs altijd voortgezet. Stichting Stem Rita Verdonk is altijd intact gebleven. Het beschikbare geld – niemand wil zeggen hoeveel – kon te allen tijde ingezet worden voor haar promotie. Met de leden van het campagneteam werkt ze nog altijd nauw samen, al is het team formeel opgeheven.

Wat de stap van maandag precies betekent, is dan ook onduidelijk. Verdonk kan moeilijk verboden worden contacten met haar vertrouwelingen te onderhouden. Het geld van de stichting gaat, zo hebben Rutte en Verdonk afgesproken, naar de partijkas van de VVD. Maar bestuursleden blijven haar trouw. Bestuurslid Hans Nieukerke: „Ik ben altijd bereid spanningen te doen afnemen, maar de afwikkeling moet wel netjes gebeuren. En we móéten niets, hè? In Nederland is het nog altijd zo dat iedereen die dat wil een stichting mag oprichten.”