‘Laten we Wijffels vragen om premier te worden’

Gisteren debatteerden prominenten van VVD en PvdA over de huidige formatie. Goed voor de democratie, dat de fracties niet mee mogen schrijven aan het regeerakkoord.

Ondanks alle woede en teleurstelling over de geslotenheid van de huidige onderhandelingen over een nieuwe coalitie, is de huidige formatie zo slecht nog niet. „Uit het oogpunt van het democratisch gehalte is het minder duister”, vindt bijvoorbeeld oud-informateur Frits Korthals Altes (VVD). Want deze keer schrijven de coalitiefracties niet massaal mee aan een regeerakkoord, maar is het in handen van de zes onderhandelaars.

Korthals Altes ging gisteren – tijdens een door de Universiteit Leiden en NRC Handelsblad georganiseerd nieuwscollege – in debat met politicoloog en oud-senator Joop van den Berg (PvdA) over de formatie. Anders dan bij eerdere formaties hebben de onderhandelaars Balkenende (CDA), Bos (PvdA) en Rouvoet (ChristenUnie) besloten op voorhand niets naar buiten te brengen over hun onderhandelingen.

Korthals Altes, die in 2003 samen met CDA’er Rein Jan Hoekstra werkte aan het tweede kabinet Balkenende, pleitte ervoor dat CDA, PvdA en ChristenUnie – direct na het sluiten van een beginselakkoord – met mogelijke kandidaat-bewindslieden praten over de concrete uitwerking van dat akkoord. „Anders schrijven de fracties het regeerakkoord, maar controleren zij als Kamer vervolgens of wat is afgesproken ook wordt uitgevoerd. Dat hoort niet.”

Van den Berg vindt dat de PvdA te gretig is geweest. Bos had moeten proberen om de positie van premier ook onderdeel te laten zijn van de formatie-onderhandelingen: „Is Balkenende wel zijn eigen onvermijdelijke opvolger”, zei hij. „Het CDA wil graag dat Bos vice-premier wordt, dat geeft al te denken”, aldus Van den Berg. „Er staat nergens dat de premier uit de grootste partij moet komen.”

Van den Berg en Korthals haalden voorbeelden aan waaruit moest blijken dat het geen wetmatigheid is dat de grootste partij ook de premier levert. Drees in 1948, Biesheuvel in 1972. „Maar Biesheuvel was niet direct een succesvol kabinet”, relativeerde Korthals Altes. „De grootste partij blijft zonder premier altijd met een gevoel van onbehagen zitten.” Van den Berg: „Het zou nog beter zijn als Bos én Balkenende én Rouvoet af zouden zien van een ministerspost en gewoon in de Kamer zouden gaan zitten.”

Historicus Cees Fasseur vond dat maar onzin. „Dat zou je reinste kiezersbedrog zijn. In de campagne ging het over de vraag of Bos of Balkenende in het Torentje terecht zou komen. Mede daarop heeft de kiezer zijn stem bepaald.” Van den Berg: „Partijen gebruiken de premiersvraag als campagnetechniek, dat is ook logisch, zonder dat dat morele of juridische verplichtingen schept.”

Korthals Altes had wel een oplossing voor het probleem wie er premier moet worden in het nieuwe kabinet: „Waarom doet Herman Wijffels het niet?” Iemand in de zaal riep: „Maar die wil niet.” Korthals Altes: „Als het onvermijdelijk wordt, doet-ie het vast wel.”

Hoewel veel aanwezigen twijfelden aan het realiteitsgehalte van de suggestie van Van den Berg dat Bos premier zou kunnen worden, maakte Korthals Altes een simpel rekensommetje. „Stel dat de Kamer uiteindelijk beslist wie de premier mag worden, Bos of Balkenende, dan krijgt Balkenende steun van CDA, VVD, Wilders, de SGP. Bos krijgt steun van PvdA, SP, GroenLinks, D66 wellicht, ChristenUnie misschien. Dan zal, net als bij de stemmingen over het generaal pardon, de Partij voor de Dieren de doorslag geven.”

    • Egbert Kalse