Krankzinnige koks

Ik kook te veel. Mijn geliefde en vrienden zijn daar niet rouwig om; zij eten. Nu en dan noemt iemand me grappend Monica, naar het personage uit de sitcom Friends. Sinds ik mij met dit karakter vertrouwd heb gemaakt, vermoed ik dat de meeste mensen in mijn omgeving wel in de gaten hebben dat mijn, meestal tijdelijke, obsessionele drang tot het voeden van mensen deel uitmaakt van een bredere neurose. Wanneer ik knoflook fijnhak, groenten stoom, sausjes roer, tafels dek en aan het gratineren sla, voel ik mij wel vaker een Grunberg-personage. Ik kan niet beweren dat dit mijn zelfbeeld ten goede komt. Het gaat immers altijd slecht met de toegewijde thuiskoks die de auteur opvoert. Jörgen Hofmeester was het laatste voorbeeld, maar hij wordt vooraf gegaan door een taarten bakkende en zichzelf mutilerende moeder, beklemmende kaasmakers en een schrijver die ten onder gaat aan een kookboek. In Grunberg rond de wereld staat een stuk waarin de auteur (ik ga ervan uit dat hij zichzelf daarin redelijk waarheidsgetrouw opvoert) zijn vriendin met aandrang verbiedt iets te bereiden in zijn keuken, zelfs tegen een eitje maakt hij bezwaar.

Waarschijnlijk heeft Grunberg gelijk. Er bestaan massa’s restaurants, uitgebaat door professionele voedselvakmannen. Waarom wijdt iemand zijn eigen tijd dan nog aan keukenexperimenten? Het enige antwoord dat ik kan bedenken is dat koken tot op zekere hoogte rustgevend kan zijn. Tot op zekere hoogte, want doet men het te vaak, te lang of voor te grote menigten, dan heeft de bezigheid een averechts effect. Dat is althans mijn ervaring, topkoks zullen het er niet mee eens zijn.

Een ander voordeel vind ik dat ik er bij zelfbereid voedsel van uit kan gaan dat er niets vies met het eten gebeurd is. Dat klinkt misschien nogal paranoïde, maar ik heb werkelijk al erg akelige dingen uit mijn bord gevist in restaurants.

Ik vraag me af of er ooit wetenschappelijk onderzoek werd verricht naar het verband tussen koken en waanzin. Jaren geleden las ik in een krant een interview met een gerenommeerde kok die met de grootste zekerheid beweerde dat alle koks krankzinnig zijn. Zijn woorden maakten destijds indruk op mij omdat ik toen een relatie had met een ziekelijk gestoorde kok. Maar één geval uit de eigen omgeving bewijst natuurlijk niets. Bovendien houdt mijn toenmalige geliefde zich tegenwoordig naar verluidt bezig met de verkoop van vastgoed.

Hoewel Grunberg dus hoogstwaarschijnlijk nooit kookt, zijn er veel schrijvers die dat wel doen. Schrijven en koken sluiten elkaar niet uit en ik ben dus geen geïsoleerd geval. Met Herman Brusselmans voerde ik ooit een gemoedelijk gesprek over wat we die avond op het fornuis zouden zetten. Van tijdgenoten Saskia De Coster en Tom Naegels weet ik ook dat ze plezier scheppen in dampende potten en groentegarnituur. Jeanette Winterson, een schrijfster met wereldfaam die ik vaak heb bewonderd, trekt haar culinaire obsessie waarschijnlijk nog het verst door. Niet alleen hebben vele van haar literaire personages iets met voedsel te maken en plukte ze wel eens een motto uit een kookboek, zij maakt ook reclame voor haar eigen olijfolie- en pastawinkel die zij in 2005 in Londen heeft geopend en prijst Nigella Lawson aan.

In dat opzicht valt het met mij nog wel mee. Mijn recente kookopleving zal ik spoedig tot bedaren brengen en mijn biogroentenabonnement zeg ik op, want dat was toch werkelijk een brug te ver.

Vanaf nu ga ik zorgeloos op zoek naar restaurants waar geestelijk stabiele koks en kelners niets akeligs in het eten stoppen.

    • Annelies Verbeke