Israël: druk op president af te treden

President Moshe Katsav (61) van Israël staat onder zware druk om af te treden, omdat hij zal worden aangeklaagd op verdenking van verkrachting van vier vrouwen, machtsmisbruik en seksuele intimidatie.

Na een half jaar durend onderzoek naar klachten van tien vrouwen heeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad besloten dat er in vier gevallen voldoende bewijzen zijn om Katsav te vervolgen.

Het is voor het eerst in de geschiedenis van Israël dat het openbaar ministerie besluit een zittend staatshoofd strafrechtelijk te vervolgen. Overigens kan een rechtszaak pas beginnen als de president, die immuniteit geniet, al dan niet tijdelijk is afgetreden. Katsav wil zijn functie slechts tijdelijk afstaan om, zoals zijn advocaat zei, zich volledig te concentreren op het herstel van zijn goede naam. Hij maakt zijn besluit vanavond bekend.

De president acht zichzelf het slachtoffer van een politieke heksenjacht en zegt dat dat hij door een van de vrouwen is gechanteerd. Hij vergeleek eerder deze week zijn lot met dat van de Franse kapitein Alfred Dreyfus, die in 1894 het slachtoffer was van een antisemitische heksenjacht.

Maar als hij de weg van tijdelijke overdracht van taken kiest wacht hem in de Knesset een afzettingsprocedure. Negentig van de 120 Knessetleden kunnen de president uit zijn ambt verwijderen. Politieke gevolgen heeft zijn eventuele aftreden niet. Katsav is lid van Likud, dat nu in de oppositie zit en het presidentschap heeft een ceremonieel karakter. Hij meed inmiddels alle openbare verplichtingen.

Namens de vier vrouwen, die in de dossiers worden aangeduid als A1, A2, B en C, verklaarden hun advocaten dat het „een zeer moeilijke dag voor Israël is, maar een dag van licht voor de rechtsstaat”. Twee van de vier vrouwen werkten voor Katsav toen hij minister van Toerisme was, de twee andere maakten in 2003 en 2004 deel uit van de presidentiële staf.

Volgens hun advocaten gebruikte Katsav zijn macht als minister en president om hen tot seks te dwingen, in twee gevallen zou het om verkrachting zijn gegaan. Twee van de vrouwen hebben jarenlang hun verhaal niet durven vertellen, maar toen zich in de zomer van 2006 een groep van tien vrouwen vormde, kwamen zij met hun getuigenissen naar voren.

De vrouwen werden aanvankelijk niet geloofd, maar na tientallen politieverhoren kwam het openbaar ministerie tot de conclusie dat het geen verzinsels waren.