Irak moeilijk maar ‘niet hopeloos’

Luitenant-generaal David Petraeus, die de hoogste Amerikaanse generaal in Irak moet worden en met de extra troepen die president Bush stuurt Bagdad onder controle moet krijgen, gelooft dat de situatie moeilijk is maar niet hopeloos. Tijdens een hoorzitting in de Senaatscommissie voor de strijdkrachten over zijn benoeming waarschuwde hij gisteren dat vooruitgang tijd zal kosten. „De weg vooruit zal erg moeilijk zijn. Maar moeilijk is niet hopeloos.” Maar hij zei ook dat geen enkele Amerikaanse inspanning zal werken als de Irakezen zelf niet leren compromissen met elkaar te sluiten. De Iraakse religieuze en etnische groepen staan nu onverzoenlijk tegenover elkaar.

Petraeus, die al twee termijnen in Irak heeft gediend na de Amerikaans-Britse invasie van 2003, volgt generaal George Casey op, die is genomineerd als volgende chef staf van het leger. Hij zag toe op de samenstelling van een nieuw militair handboek voor de strijd tegen opstandelingen, dat in december werd gepubliceerd. Daarin wordt onder andere de noodzaak onderstreept de plaatselijke religieuze en politieke cultuur te doorgronden.

In de schriftelijke getuigenis die Petraeus een dag eerder bij de Senaatscommissie indiende, schrijft hij te geloven dat de Amerikaanse autoriteiten verscheidene ernstige fouten hebben gemaakt in Irak. Een daarvan is, aldus Petraeus, de aanname dat verkiezingen het Iraakse nationalisme zouden versterken, terwijl zij juist sektarische gevoelens verscherpten – de Irakezen stemmen tegenwoordig op basis van hun etnische en religieuze achtergrond. Een andere fout die hij noemt is de ontbinding van het Iraakse leger (door de toenmalige civiele bestuurder Paul Bremer) zonder compensatie voor de ontslagen soldaten. Daardoor werd indertijd de voorraad potentiële rekruten voor de rebellen met vele duizenden uitgebreid. (AP)