Gemeenten raken gewend aan meer reuring

Vorig jaar legden 56 wethouders hun functie neer, meer dan de helft na een politiek conflict. De scheiding tussen raad en college zorgt voor veel verloop. „Het klopt dat zwakkere wethouders nu sneller het loodje leggen.”

De gemeenteraad van het Zuid-Hollandse Brielle wilde minder glazen kassen, het college van B en W juist méér. Voordat het dualisme in de gemeentepolitiek werd ingevoerd zou zoiets in een fractieberaad zijn opgelost. Nu leidde dit op het oog onschuldige conflict tot de val van wethouder Wim Kruikemeier.

Hij is een van de vele wethouders die sinds het dualisme het veld hebben geruimd. De afgelopen vijf jaar vond er een slachting onder wethouders plaats. Maar liefst eenderde vertrok voortijdig. Vóór de invoering van het dualisme in de gemeentepolitiek was dat nog één op de tien (zie inzet). Het dualisme is slecht voor wethouders, zo lijken de cijfers te zeggen. Maar er zijn meer oorzaken voor het grote verloop, zeggen deskundigen.

In het geval van Wim Kruikemeier speelde de scheiding tussen de raad en het college zeker een rol, stelt de Brielse PvdA-fractievoorzitter, Yvonne de Groot. „De raad had het college opgedragen het aantal vierkante meters bestaand glas in het landelijke gebied terug te dringen. Het college schond dat door meer kassen neer te willen zetten. De wethouder besloot om de kant van het college te kiezen, terwijl wij vonden dat hij beter naar zijn eigen fractie had moeten luisteren.”

De PvdA zegde daarom het vertrouwen op in Kruikemeier, die vervolgens besloot om op te stappen. Als de wethouder nog deel had uitgemaakt van de fractie, zoals voor de invoering van het dualisme het geval was, zou Kruikemeier dan nog op zijn post zitten? „Dat zou kunnen”, zegt De Groot, „want dan was er waarschijnlijk in de fractie overleg geweest om tot een compromis te komen.”

Volgens Hans Engels, bijzonder hoogleraar gemeenterecht en gemeentekunde (Thorbecke-leerstoel) aan de Universiteit Leiden, was er een „absolute noodzaak” om het monistische systeem te herzien. „Raadsleden zitten niet langer bij de wethouder op schoot, fractieleden lopen niet meer achter hun eigen wethouder aan.”

Opmerkelijk is dat van de vertrokken wethouders meer dan de helft opstapte na een politiek conflict. Dat lijkt een logisch gevolg van de invoering van het dualisme. „Die conclusie kun je niet één op één trekken”, vindt Douwe Jan Elzinga. De hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen was voorzitter van de staatscommissie die in 2000 de basis legde voor de dualismewet. „Het klopt dat zwakkere wethouders nu sneller het loodje leggen. Bestuurders worden door de onafhankelijke raadsfracties eerder gedwongen politieke consequenties te trekken.”

Hans Engels, naast hoogleraar ook lid van de Eerste Kamer namens D66, voegt daar aan toe: „Vóór het dualisme bedekten de collegepartijen veel zaken met de politieke mantel der liefde. Wethouders vertrokken eigenlijk alleen bij wangedrag, zoals dronkenschap onder werktijd.”

Naast het dualisme is er volgens de hoogleraren een andere belangrijke oorzaak voor de golf van vertrokken wethouders: de opkomst van de leefbare en lokale partijen. „Die zorgden voor veel politiek gooi- en smijtwerk”, zegt Elzinga. Hans Engels deelt die mening. „Lokale partijen profileren zich vaak als tegenpartij, ze voelen zich meer een spreekbuis van het ongenoegen in de samenleving dan onderdeel van het openbaar bestuur. Ze zoeken de reuring.”

De voormalige Rotterdamse wethouder Marco Pastors (Leefbaar Rotterdam) is het daar mee eens. „Lokale partijen hebben een hang naar spektakel. Maar is dat zo erg?” vraagt hij zich af. Pastors: „We zorgen er wel voor dat bepaalde onderwerpen op de agenda komen.”

De nieuwkomers missen volgens Engels politieke ervaring. Onderzoek van het weekblad Binnenlands Bestuur ondersteunt die visie. In de raadsperiode 2002-2006 sneuvelden vier van de vijf wethouders van leefbare partijen. De partij van Pastors zette in 2004 een ‘eigen’ wethouder (Rabella de Faria) af „omdat ze niet functioneerde”. Pastors: „Wethouders zijn net mensen, ze voldoen af en toe niet.”

Engels en Elzinga verwachten dat de storm van voortijdig vertrekkende wethouders nu wel is gaan liggen. „De klassieke partijen hebben zich bij de vorige twee verkiezingen hersteld. Het aantal opgestapte wethouders zal de komende jaren ongeveer op dit niveau blijven”, voorspelt Elzinga. En dat niveau is volgens hem „binnen zeer aanvaardbare proporties”. „Als er jaarlijks ongeveer zestig wethouders vertrekken op een totaal van ruim 1800 is dat een percentage van niks.”

Raadsleden moesten bovendien wennen aan het dualisme, zegt Engels. „Vooral in het begin wilden raadsleden zich te sterk profileren. Ze beseffen nu beter dat er ook compromissen moeten worden gesloten. Anders wordt het een circus.” Ook wethouders moesten wennen, volgens Engels vooral de „ouderwetse regenten”. „De nieuwe generatie politici pakt het goed op”, merkt Elzinga.

De twee hoogleraren concluderen na bijna vijf jaar dat het dualisme in de gemeentepolitiek werkt. Wel is er nog een aantal zaken dat nog niet helemaal goed gaat. Bijvoorbeeld dat sommige raadsleden nog steeds willen meebesturen. Zij gaan dan op de stoel van de wethouder zitten. Dat leidde tot veel politieke conflicten, ook wel ‘duellisme’ genaamd.

Wim Kruikemeier, van 2000 tot 2006 wethouder in Brielle, merkte dat in de praktijk. „Sinds het dualisme zijn raadsleden juist dichter op het bestuur gaan zitten”, zegt hij. Volgens Elzinga komt dat doordat de operatie niet is afgerond. „Veel bestuurstaken liggen nog bij de raad, de wet is halverwege blijven steken.”

Verder is er kritiek op het feit dat wethouders sinds de invoering van het dualisme niet langer uit de gemeenteraad hoeven te komen. „De benoeming is een zaak van de landelijke partijen geworden. Kijk maar naar Frits Huffnagel. Die wordt weggestuurd in Amsterdam en gaat later doodleuk in Den Haag aan de slag”, aldus Henk Koning, voormalig universitair docent staats- en bestuursrecht. Hij vreest dat bestuurders van ‘buiten’ de feeling missen met hun werkgebied.

VVD’er Huffnagel lag vorig jaar nog onder vuur in Den Haag, waar hij als wethouder onder meer verantwoordelijk is voor ‘citymarketing’, omdat een feestje voor de presentatie van een nieuw stadslogo maar liefst 190.000 euro kostte. In Amsterdam was hij eerder succesvol met de promotiecampagne ‘I Amsterdam’.

Bekleder van de Thorbecke -leerstoel Hans Engels ziet juist alleen maar voordelen in het feit dat wethouders van buiten de eigen raad mogen komen. „Gemeenten hebben nu een grotere vijver om uit te vissen. Het belangrijkste is of iemand een goed bestuurder is.” De hoogleraar wijst er verder op dat raadsleden wél verbonden zijn met de gemeente.

Volgens Christiaan de Vlieger van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is het niet zo gek dat het dualisme nog met problemen kampt. „Het is de allereerste grote stelselwijziging sinds Thorbecke 150 jaar geleden. Je kunt niet verwachten dat het meteen goed werkt.”