En nu Kosovo

Voor Servië, dat afgelopen zondag in betrekkelijke rust naar de stembus ging, moet de werkelijke vuurdoop voor het democratisch gehalte van deze Balkanrepubliek nog komen: het loslaten van Kosovo. Op papier is Kosovo een autonome provincie van Servië. In werkelijkheid heeft Belgrado er sinds de afloop van de 78 dagen durende Kosovo-oorlog, van 24 maart tot 10 juni 1999, niets meer over te zeggen. Maar Kosovo is wel het historisch beladen gebied waar ruim zes eeuwen geleden de Slag op het Merelveld tussen Servische en Turkse troepen werd uitgevochten.

Zeker voor de Servische ultranationalisten, die bij de parlementsverkiezingen de grootste partij bleven, is het heilige grond. Kosovo, nu nog onder bestuur van de Verenigde Naties, zal binnenkort waarschijnlijk een vorm van onafhankelijkheid krijgen. Dan wordt het spannend. Aanvaardt Servië dit? Is de mate van soevereiniteit acceptabel voor de Kosovaren? En wat heeft dit voor wisselwerking op elkaar?

Het lijkt erop dat bij het electoraat het besef begint te dagen dat de visie van de nationalisten op de toekomst van Servië te beperkt is om het land vooruit te helpen. De ultranationalistische partij bleef weliswaar de grootste, maar won niet. De democratische partijen kunnen samen een meerderheidsregering vormen. Mede tot genoegen van de internationale gemeenschap: de Verenigde Naties en de Europese Unie. Beide instituties weten dat geen enkele Servische regering onafhankelijkheid van Kosovo voorstaat, maar met de democraten is het beter onderhandelen dan met de nationalisten. Als zij hadden gewonnen, was Servië verder weg dan ooit geweest van een mogelijk lidmaatschap van de Europese Unie. En de kwestie-Kosovo zou nog meer zijn gepolariseerd. Veel kiezers hebben daarvoor in elk geval níét gekozen.

Misschien is de matigende invloed van president Boris Tadic hier van belang geweest. Zijn democratische partij DS won veel stemmen. Deze realist pur sang had tenminste de moed de Serviërs te vertellen dat ze weinig verwachtingen over Kosovo hoeven te koesteren. Binnenkort is het voorstel over de Kosovo-status te verwachten van Martti Ahtisaari, oud-president van Finland en onderhandelaar namens de Verenigde Naties. Deze topdiplomaat heeft de sleutel tot rust in de zuidelijke Balkan in handen. Van de wijsheid van zijn advies hangt niets meer of minder af dan de vraag of deze omstreden regio weer slagveld wordt.

De belangen zijn dus groot. Van de Servische stembus en de status van Kosovo loopt een directe lijn naar Brussel en de Europese hoofdsteden, naar de VN in New York, naar de Amerikaanse regering in Washington en naar Moskou, vanouds Servië’s grootste bondgenoot. Laat de betrekkelijke rust en welvaart van dit moment voor Belgrado de maatstaf zijn. Het kan nog beter. De EU zal daarbij behulpzaam zijn als Belgrado meewerkt met de aanhouding van de oorlogsmisdadigers Mladic en Karadzic. Een lidmaatschap van de Unie is nog lang niet aan de orde. Maar dat Servië bij Europa hoort, staat vast.