Een cynicus heeft veel kans op hartklachten

Wantrouwige en cynische mensen hebben net zoveel kans op een hart- en vaatziekte als mensen met flink overgewicht. Ook depressieven en mensen met chronische stress lopen meer kans op hartklachten.

Die verhoogde kansen door psychosociale kenmerken zijn gemeten in een Amerikaans onderzoek onder ruim 6.800 mensen. De publicatie stond maandag in Archives of Internal Medicine.

De kans op hartziekten is in dit onderzoek vastgesteld door in het bloed drie ontstekingsfactoren te meten. Dichtslibbende bloedvaten (atherosclerose, vanouds aderverkalking genoemd) zijn het gevolg van ontstekingsreacties in de bloedvaten. Moleculen die bij de ontstekingsreacties betrokken zijn, zijn meetbaar in het bloed. Veel ontstekingsfactoren in het bloed verhogen op den duur de kans op hart- en vaatziekten.

Dit onderzoek roept herinneringen op aan onderzoeken in de jaren zeventig die type-A-persoonlijkheden (jachtig, nerveus, roker) aanmerkten als grote kanshebbers voor een hartaanval. Toen de invloed van roken duidelijk werd, verdween de aandacht voor het type A. Tegenwoordig komt het type D in de belangstelling: de gesloten, geremde, geïsoleerde persoon die zijn frustraties niet uit. Hij lijkt op de cynische, wantrouwige persoonlijkheid die in dit onderzoek wordt onderscheiden. Wantrouwige cynici zijn mensen die niks goeds van de wereld en de medemens verwachten. Met depressieven en mensen met chronische stress hebben zij gemeen dat ze dikker zijn en meer roken, en vaker een lagere sociaal-economische status hebben.

De grote vraag bij dit onderzoek is nu of bijvoorbeeld een wantrouwig-cynische levensinstelling via een direct mechanisme tot vaatschade leidt. Het is ook mogelijk dat mensen door hun cynische instelling meer roken en dikker zijn en vooral daardoor hun hart en vaten verzieken. Waarschijnlijk speelt ongezond gedrag, zoals roken, dat uit het persoonlijkheidskenmerk voortkomt een ‘bemiddelende rol’ bij het ontstaan van vaatziekten. Maar er kunnen ook andere verklaringen zijn.

Om daar definitief uitsluitsel over te kunnen krijgen, schrijven de onderzoekers, is jarenlang prospectief onderzoek nodig, waarin een flink aantal mensen met verschillende persoonlijkheidskenmerken jarenlang wordt gevolgd, waarbij wordt gekeken bij wie en hoe snel er hartziekten ontstaan.