De kracht van de herhaling

Gedichtendag opent vanavond met het Gedichtenbal, waarop ook de Gedichtendagbundel van Leonard Nolens wordt gepresenteerd. Een profiel en een recensie.

Leonard Nolens (Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel) Leonard NOLENS,auteur,dichter.foto VINCENT MENTZEL/NRCH.Antwerpen, 6 juli 2004 Mentzel, Vincent

Rotterdam, 24 jan. - Als de Vlaamse dichter Leonard Nolens schrijft, vangt een fluisterend zingen aan. Met schrijnende refreinen, welluidende zinnen en een vreugdevolle melodie. Dat is te merken in ‘Het’, een van zijn mooiste gedichten.

De eerste strofe begint met: ‘Het komt in de ochtend, de wekker slaat af en het nieuws is besteld.’ De tweede strofe begint met: ‘Het komt in de middag, het vlees is versneden, de zon staat hoog.’ De derde strofe begint met: ‘Het komt in de avond, het komt ook het liefst in de avond, de nachten.’ De vierde strofe luidt in zijn geheel, en leert u hem meteen uit het hoofd: ‘Het is een gezonde vermoeidheid van voor en van na dit leven/ Die ons maar niet wil vergeten, het is een soort prangende rust/ Die de spieren pijnlijk ontspant en het voorhoofd dwingt op de rand/ van de tafel, een grondeloos willen verzinken in iemand, in iets.’

Nolens kent de kracht van herhaling. Zijn retorische begaafdheid is de helft van zijn dichtersschap. Hij is dan ook een echte, puur lyrische, zingende dichter. ‘Het’ komt uit Liefdes verklaringen, de bundel liefdesgedichten waarmee hij in 1990 in Nederland zijn naam vestigde. In Vlaanderen noemt de kritiek hem ‘de grootste liefdesdichter van het moment’.

Zijn oeuvre, dat zeventien bundels omspant, geschreven vanaf 1969, kent veel meer kanten: melancholie, maatschappijkritiek, treffende observaties en sterke verhalen. Wat niet verandert: in zijn poëzie is Nolens altijd in gesprek met zichzelf. Steevast schrijft hij in de ik-vorm. „De taal is niet mijn werktuig. Mijn werktuig ben ik zelf”, zei hij in een interview. Met uitzondering van de imponerende reeksen gedichten die al vijf bundels lang ‘Bres’ heten. Daar experimenteert Nolens met de wij-vorm, wat hij „een enorme bevrijding” noemt. Die ‘wij’ zijn de ‘andere studenten van ’68’, ‘de stille generatie’, waar Nolens deel van uitmaakte.

De ik-factor in zijn werk gaf hem het aureool van de archetypische romantisch dichter en heremiet, eenzaam en verlangend. Dat cultiveerde hij tot in detail – ook in zijn vier delen dagboeken. Want zo was het: jarenlang schreef hij in een schilderachtige hut in het bos, een onweerstaanbaar beeld. Tegenwoordig zondert hij zich af in een alledaagse flat aan de rand van Antwerpen. Maar hij is nog altijd een dichter zonder vakantie. „Wat is aan iets anders denken? Er is geen anders. Het werk is het hele leven.”

Vanavond wordt Nolens, die in april zestig wordt, bij het Gedichtenbal in Amsterdam verrast door dichters die speciaal voor hem een gedicht schreven. Morgen doet een andere groep dichters hetzelfde in Antwerpen. Daar spreekt respect uit, verdiend respect.

Gedichtenbal. Paradiso, Amsterdam, vanavond, 20.00 uur. Opening van Gedichtendag en van festival Weerwoord. Met o.a. Leonard Nolens, Rutger Kopland, Anna Enquist, Louis Lehmann.