Blij de mouwen opgestroopt

Bevlogen werknemers zijn goed voor de arbeidsproductiviteit.

Winkelpersoneel en ICT’ers zijn het minst enthousiast.

Oudere werknemers zijn niet meer vooruit te branden en bouwvakkers willen om drie uur naar huis. Toch? Mis. Onderzoek naar professionele bevlogenheid door het instituut TNO leidt tot verrassende conclusies. Docenten, dienstverleners in de zorg en kunstenaars behoren tot de meest bevlogen werknemers. „De zorg en het onderwijs kampen weliswaar met werkdruk en emotionele belasting, maar blijkbaar spelen andere werkfactoren – en mogelijk ook persoonskenmerken – een belangrijkere rol”, zegt onderzoeker Peter Smulders.

Opvallender is dat beroepen die niet bepaald een bevlogen reputatie hebben, zoals bouwvakkers en vertegenwoordigers, ook de meest enthousiaste werkers hebben. Drukkers, winkel- en horecapersoneel en ICT’ers daarentegen, scoren significant onder het gemiddelde.

Bij indeling naar leeftijd sneuvelt nog een vooroordeel. TNO ontdekte dat de bevlogenheid op het werk met de leeftijd toeneemt. „Dit komt waarschijnlijk doordat mensen bij het ouder worden langzamerhand doorstromen naar de betere banen”, meent Peter Smulders. „Verder zijn minder gedreven mensen op latere leeftijd vaak al uit het arbeidsproces verdwenen, bijvoorbeeld door arbeidsongeschiktheid of vervroegde pensionering en blijven de meest bevlogen leeftijdsgenoten over.”

Zijn observatie wordt ondersteund door het feit dat leidinggevenden volgens het TNO-onderzoek een stuk enthousiaster zijn dan lager personeel omdat hun werk meer zelfstandigheid, variatie en uitdaging biedt. Om diezelfde reden komen zelfstandig ondernemers als bevlogener uit de bus dan werknemers.

De economische voordelen van bevlogen personeel zijn groot, meent Smulders. Mensen die met opgestroopte mouwen het kantoor binnen stappen, zijn niet alleen tevredener, ze zijn ook minder geneigd om ander werk te zoeken en minder vatbaar voor burn-out of ander verzuim. Bovendien werken ze meer: de meest bevlogen categorie draait 12 overuren naast een gemiddeld 32-urige werkweek, tegen circa 6 overuren en 20 uur per week voor de minder gedreven werkers.

Bevlogenheid is dus goed voor de arbeidsproductiviteit. Maar wat is het precies? En hoe kun je het als werkgever stimuleren? Volgens Smulders is bevlogenheid een combinatie van vitaliteit, toewijding en betrokkenheid. „Het is in grote mate een persoonskenmerk dat samenhangt met zaken als extraversie en emotionele stabiliteit. Er bestaat dus een ‘bevlogen persoonlijkheid’.”

Maar ook omstandigheden op het werk zijn van invloed. Om die te meten kunnen werkgevers terecht bij het veelgebruikte Werkstressoren-Energiebronnen-Burnout-model, dat de vakgroep sociale en organisatiepsychologie aan de universiteit van Utrecht heeft ontwikkeld.

Het model veronderstelt dat bevlogenheid toeneemt naarmate er minder werkstressoren zijn en meer energiebronnen. Onder stressoren vallen zaken als werkdruk, taakinterrupties, rolproblemen en emotionele belasting. De energiebronnen zijn onder andere autonomie, leermogelijkheden, beloning, participatie in de besluitvorming, coaching, feedback en sociale steun van collega’s.

Door de bank genomen blijken Nederlanders overigens behoorlijk enthousiaste werkbijen. Peter Smulders van TNO: „Gemiddeld 10 procent van de Nederlandse werknemers zegt altijd bevlogen met werk bezig te zijn, driekwart dikwijls of regelmatig en slechts 2 procent nooit.”

Ook uit ander onderzoek blijkt dat Nederland zich best prettig voelt op de werkvloer. Zo bleek uit de studie ‘Het geluk van werkend Nederland’, dat onderzoeksbureau Motivaction in 2005 voor uitzendbedrijf Randstand uitvoerde, dat de gemiddelde Nederlander zijn werkgeluk een dikke voldoende geeft: een 6,8.

Voor een wetenschappelijk artikel over bevlogenheid zie www.tno.nl (zoekterm: bevlogenheid); voor een test hoeveel stress je ervaart: www.vacature.com/art2673

    • Sharon Klein