Berlijn in verlegenheid om ‘Bremer Taliban’

Heeft minister Steinmeier actief de repatriëring naar Duitsland verhinderd van een uit Guantánamo Bay vrijgelaten Duitse Turk?

„Het is ten eerste niet waar en bovendien is het infaam.” De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier (SPD), heeft er genoeg van. Net nu Duitsland voorzitter is van de EU en de G8 wordt Steinmeier hinderlijk achtervolgd door een schimmige kwestie uit zijn vorige politieke leven. Als stafchef van Gerhard Schröder zou hij de terugkeer naar Duitsland hebben verhinderd van een man die ten onrechte van terrorisme werd beschuldigd en in Amerikaanse gevangenschap werd mishandeld.

Murat Kurnaz, een Duitse Turk uit Bremen, werd in 2001 in Pakistan opgepakt en zat tot vorige zomer vast in Guantánamo Bay. De wederwaardigheden van Kurnaz – door Duitse media ‘Bremer Taliban’ gedoopt – spelen een belangrijke rol in een Duits parlementair onderzoek naar de handelswijze van de Duitse veiligheidsdiensten in de oorlog tegen het terrorisme. Steinmeier was onder Schröder verantwoordelijk voor de veiligheidsdiensten.

Het parlementaire onderzoek is in volle gang en Steinmeier moet nog gehoord worden. Tot die tijd wilde hij eigenlijk niets kwijt. Gisteren nam het Europees Parlement echter een rapport aan over activiteiten van de CIA in Europa. In het rapport staat dat de Amerikanen al in een vroeg stadium de vrijlating van Kurnaz hebben aangeboden, maar dat de Duitse regering daar niets van wilde weten. Steinmeier bestrijdt deze lezing. „Ik ken een dergelijk aanbod niet.”

Uit het Duitse onderzoek zijn de afgelopen dagen gegevens gelekt die een merkwaardig licht werpen op het optreden van de rood-groene regering. Steinmeier, zegt de oppositie in Berlijn, heeft heel wat uit te leggen.

In 2002 stuurde Duitsland drie geheimagenten naar Cuba om Kurnaz te verhoren. Zij concludeerden snel dat hij onschuldig was. Ook de Amerikanen vonden geen bewijs tegen Kurnaz. Op 26 september berichtten de geheimagenten aan hun chefs in Duitsland dat de Amerikanen overtuigd zijn van Kurnaz’ onschuld, dat hij binnen acht weken vrijgelaten kon worden en dat de Amerikanen de vrijlating zo wilden ensceneren dat deze het gevolg lijkt van Duitse druk. Waarom, zo vragen parlementariërs in Berlijn zich af, kwam het niet tot vrijlating?

De Duitse overheid lijkt zich sindsdien niet bijster te hebben ingespannen om Kurnaz vrij te krijgen. Integendeel. Er zijn aanwijzingen dat de kanselarij in samenwerking met veiligheidsdiensten en diverse ministeries Kurnaz buiten de deur probeerde te houden. Eind oktober 2002 pleitte een Duitse veiligheidsdienst er voor Kurnaz, die een Turks paspoort heeft, te laten uitwijzen naar Turkije. Later werd er een inreisverbod uitgevaardigd. In 2004 viel het besluit de verblijfsvergunning van Kurnaz in te trekken, met het formalistische argument dat Kurnaz zich niet elke zes maanden bij de immigratiedienst had gemeld.

Als de vorige Duitse regering inderdaad alles op alles heeft gezet Kurnaz kwijt te raken, rijst de vraag: waarom? Duitse kranten vermoeden dat regering en veiligheidsdiensten destijds geen enkel risico wilden nemen nadat gebleken was dat de zelfmoordpiloten van ‘11 september’ uit Hamburg afkomstig waren en jarenlang onopgemerkt waren gebleven. Ook speelde onduidelijkheid over Kurnaz mogelijk een rol. De 19-jarige man vertrok drie weken na ‘11’ september naar Pakistan om er de Koran te bestuderen.