Belgische oplossing goed voor Kosovo

Een goede oplossing voor de status van Kosovo is dit gebied deel uit te laten maken van zowel Servië als Albanië, betoogt Vincent Verouden.

De toekomstige status van Kosovo, officieel een provincie van Servië maar voor 90 procent bewoond door Albanezen, plaatst Europa en de wereld voor een moeilijk probleem. Servië is gekant tegen een onafhankelijk Kosovo, terwijl de Kosovo-Albanezen met niets minder genoegen willen nemen dan onafhankelijkheid. Binnenkort wordt een rapport verwacht van VN-gezant Martti Ahtisaari over de toekomst van het gebied.

Volgens waarnemers is de meest waarschijnlijke uitkomst een onafhankelijk Kosovo, mogelijk na een overgangsperiode. Er zijn twee argumenten vóór onafhankelijkheid.

In de eerste plaats is het de wil van het overgrote deel van de bevolking. In de tweede plaats ‘verdienen’ de Albanese Kosovaren de onafhankelijkheid, na de gewelddadige militaire acties van het Servische (Joegoslavische) leger in de late jaren ’90. Servië heeft alle morele zeggenschap over Kosovo, met een bevolking van een kleine twee miljoen, verloren na zijn pogingen de Albanezen met geweld uit de provincie te verdrijven.

De vraag is of onafhankelijkheid voor Kosovo een goede zaak is. Het is waar dat een meerderheid van de bevolking in Kosovo deze optie verkiest. Maar staten worden niet gebouwd op meerderheden alleen. In het geval van Kosovo bestaat de meerderheid uit één etnische groep, de Kosovo-Albanezen, tegenover de Kosovo-Serviërs. Dit antagonisme geeft de nieuwe staat een zwak fundament.

Er is een werkbaar alternatief voor volledige onafhankelijkheid voor Kosovo. De provincie zou deel uit kunnen gaan maken van zowel Servië als Albanië. Naargelang het onderwerp zou de zeggenschap kunnen worden toebedeeld aan een centrale Kosovaarse regering (voor onderwerpen die het Kosovaarse gebied aangaan), aan Servië en de Servische gemeenschap van Kosovo (voor onderwerpen die vooral de Serviërs in Kosovo aanbelangen) en aan Albanië en de Albanese gemeenschap van Kosovo (voor onderwerpen die met name de Albanezen in Kosovo aangaan).

Dit idee vindt inspiratie in de oplossing die in mijn land België is gevonden voor Brussel. België is onderverdeeld in drie gewesten: Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In grote lijnen is het Nederlands de officiële taal van Vlaanderen, het Frans de officiële taal van Wallonië en is Brussel officieel tweetalig. Brussel is van oorsprong een Nederlandstalige stad, maar het aantal Nederlandstaligen in Brussel ligt tegenwoordig op ongeveer 10 à 15 procent.

Om een leefbare balans te vinden tussen de Franse en Nederlandse taalgroepen in Brussel is een aantal bevoegdheden toebedeeld aan de zogeheten Gemeenschappen in plaats van aan de (door Franstaligen gedomineerde) Brusselse gewestregering. De Vlaamse Gemeenschap bestaat uit de inwoners van Vlaanderen en de Nederlandstalige inwoners van Brussel; de Franse uit de Franstalige inwoners van Wallonië en Brussel. Beide Gemeenschappen kennen gekozen parlementen (in het geval van Vlaanderen zijn het parlement van het Vlaams Gewest en dat van de bredere Vlaamse Gemeenschap één en dezelfde). De Gemeenschappen zijn bevoegd voor alle ‘persoonsgebonden’ zaken: taal, cultuur (o.m. openbare bibliotheken, media, kunst), onderwijs, gezondheidsbeleid, maatschappelijke zorg (o.m. jeugdzorg), sport en andere zaken.

Er zijn in Brussel dus zowel Nederlandstalige als Franstalige scholen, gefinancierd door de ene of de andere Gemeenschap. De Brusselse gewestregering beperkt zich tot zaken als infrastructuur (o.m. onderhoud en aanleg van wegen, openbaar vervoer) en economische ontwikkeling. Openbare veiligheid, justitie, sociale zekerheid, defensie en buitenlands beleid worden geregeld op Belgisch federaal niveau.

Eenzelfde soort oplossing zou gevonden kunnen worden voor Kosovo. Door het gebied formeel te koppelen aan Servië en Albanië zouden de Kosovo-Serviërs zich verbonden weten met Servië (via de Servische Gemeenschap), terwijl de Kosovo-Albanezen hun roep om onafhankelijkheid vertaald zouden zien in de vorm van een officiële link met Albanië (via de Albanese Gemeenschap). Servische en Albanese Kosovaren zouden samen hun gezamenlijke gewestregering kunnen kiezen in Priština. Deze regering zou zich in het bijzonder bezig kunnen houden met infrastructuur, economische ontwikkeling, openbare veiligheid en justitie.

Daarnaast zouden de Kosovo-Serviërs deel kunnen nemen aan de verkiezingen voor het Servische parlement in Belgrado (het parlement van de Servische Gemeenschap), terwijl de Kosovo-Albanezen stemgerechtigd zouden zijn voor het Albanese parlement in Tirana (het parlement van de Albanese Gemeenschap). Deze parlementen zouden zelf kunnen beslissen over hoe zij vorm willen geven aan hun respectievelijke Gemeenschappen. In internationale organen zou Belgrado het woord voeren namens de Servische Kosovaren en Tirana namens de Albanese Kosovaren. In de toekomst zou het niet nodig zijn naast Servië en Albanië ook Kosovo als EU-lid op te nemen. Evenmin zou Kosovo een leger nodig hebben.

Beide taalgroepen in Kosovo zouden aldus een belangrijke mate van autonomie verkrijgen, beide zouden zich verbonden voelen met hun respectievelijke ‘kernlanden’. Tegelijkertijd is het belangrijk dat beide groepen goed met elkaar samenwerken, zowel in de openbare instellingen als in het dagelijkse leven. Het bevorderen van respect en begrip voor elkaar is daarbij van wezensbelang. Zo is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat goede taalwetten van toepassing zijn op de openbare instellingen. Ambtenaren zouden de beide talen moeten kennen. Leerlingen op school zouden beide talen moeten leren. De activiteiten die worden ondernomen door de gemeenschappen zouden ook niet moeten worden ‘gereserveerd’ voor de eigen groep. Brussel geeft alweer een goed voorbeeld. Nederlandstalige scholen staan open voor Franstaligen en omgekeerd. En het werkt.

Momenteel gaan er bijna evenveel Franstalige als Nederlandstalige leerlingen naar Nederlandstalige scholen. Er voor zorgen dat de gemeenschappen ‘open’ zijn is ook daarom van belang omdat niet alle Kosovaren volledig Servisch of Albanees zijn (denk bijvoorbeeld aan kinderen uit gemengde gezinnen) en omdat niet alle Kosovaren het even op prijs zullen stellen om ‘te moeten kiezen’. Voldoende flexibiliteit is nodig om tegemoet te komen aan deze voorkeuren.

Dr. Vincent Verouden is econoom en werkzaam bij een Europese instelling in Brussel.

    • Vincent Verouden