Afspraak is afspraak, maar niet helemaal

Ooit besloten EU- lidstaten om de opslag van belgegevens op elkaar af te stemmen.

Uiteindelijk gaat iedereen z’n eigen gang, zo wijst een reconstructie uit.

UMTS-masten, hier in Drachten, zijn instrumenteel voor het verzamelen van belgegevens. Foto Sake Elzinga Nederland - Drachten - 12-09-2006 GSM zendmasten op flatgebouw in het centrum van Drachten. Luchtballon in het luchtruim over de daken met zendmasten. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Het was zo logisch, een langdurige bewaarplicht van telefoon-, e-mail- en internetcommunicatie, betoogde directeur Jim Gamble van de Britse National Crime Squad september 2005 in Newcastle. Terroristen en criminelen vinden hun weg via hun mobieltjes en internet. En dus moest er een Europese verplichting komen om dat soort communicatie langdurig na te trekken. Nu bewaren telecomproviders die gegevens drie maanden. Maar, aldus Gamble, „je vernietigt toch ook je vingerafdrukken niet na een jaar?”

Gamble sprak in Newcastle op een top van Europese ministers van Justitie die er na anderhalf jaar niet in waren geslaagd om dergelijke verplichte opslag in Europees verband in regelgeving vast te leggen. Niet alleen de telecomproviders lagen dwars, ook de parlementen van de lidstaten, waaronder Nederland.

Maar Groot-Brittannië, in 2005 EU-voorzitter, maakte van Europese regelgeving over verplichte termijnen voor die opslag een missie. De bomaanslagen in Londen, drie maanden eerder, hadden die noodzaak volgens de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Charles Clarke, aangetoond. Mede door mobiel telefoonverkeer te onderzoeken, konden de daders van die aanslag eerder worden opgepakt. Clarke had vlak na die aanslagen tijdens een ingelaste topontmoeting ook de Europese ministers van Justitie achter die missie gekregen. Op die top had ook toenmalig minister Donner (Justitie, CDA) zich achter versnelde instemming over de opslag van dataverkeer geschaard. Want kort na die aanslagen was voor Nederland de diplomatieke situatie er niet naar om instemming te onthouden, aldus Donner. En die instemming kon Nederland niet zomaar intrekken, betoogde Donner.

Zo was er een trein in beweging gezet die niet meer tegen te houden was. In oktober kreeg Donner van zowel de Tweede als de Eerste Kamer een mandaat om te onderhandelen over regelgeving waar ook het Europees Parlement bij betrokken was, een handreiking aan aarzelende lidstaten die kritiek hadden op de besloten besluitvorming.

In december 2005 bereikten de ministers van Justitie in Brussel een ook door het Europees Parlement gefiatteerd akkoord over een richtlijn waarin een bewaarperiode van minimaal zes maanden en maximaal twee jaar werd opgenomen. Deze bandbreedte reflecteerde de diversiteit aan bewaartermijnen waaraan de diverse lidstaten dachten. Lidstaten mochten bij wijze van compromis die termijnen naar eigen inzicht invullen, waarbij Nederland dacht aan een bewaartermijn van een jaar voor telefonie en een periode van een half jaar voor internetgegevens.

Maar ruim een jaar later blijkt dat van Europese harmonisatie weinig terecht is gekomen. Nederland wil nu een bewaartermijn van achttien maanden. Duitsland, Finland en Tsjechië kiezen voor zes maanden; Frankrijk, Denemarken, Spanje en België voor twaalf maanden.

Vorig jaar februari probeerde een Kamermeerderheid van D66, VVD, LPF, de Groep-Wilders, PvdA, SP en GroenLinks besluitvorming over die bewaarplicht nog terug te draaien, omdat harmonisatie van wetgeving in de lidstaten niet van de grond kwam. Maar volgens Donner was dat een onuitvoerbare opdracht. Zijn betrouwbaarheid bij zijn Europese collega-ministers van Justitie zou op het spel staan als hij tijdens de ene vergadering ‘ja’ zei tegen een voorstel, maar ‘nee’ tegen datzelfde voorstel in de volgende vergadering. Onderhandelen was een kwestie van compromissen sluiten en dat moest de Tweede Kamer accepteren.

Inmiddels heeft Duitsland gekozen voor een bewaarperiode van maximaal zes maanden, omdat recent onderzoek heeft uitgewezen dat voor opsporingsonderzoek een bewaartermijn van drie maanden volstaat. Groot-Brittannië, aanjager van de Europese richtlijn, heeft helemaal geen verplichte termijnen ingesteld.