Zingende worstenmaker

Zingende worstenmaker Bill Buford ging voor Hitte (Meulenhoff, €20,95) in de leer bij verschillende koks. ‘Daar ontdekte hij als verdienstelijke thuiskok dat hij van eten bereiden nog niets begrepen had. Zijn leertijd werd een hellevaart vol vernedering, wanhoop en persoonlijke kwetsuren. Hij kwam er even gelouterd uit als de ziel uit Dantes Goddelijke komedie. Buford vertelt zijn beproevingen met smaak, op een parlando-toon die doet vermoeden dat hij zijn hele boek heeft gedicteerd. Maar ook daarin verraden zijn one-liners en tast- en ruikbare beschrijving van het koken en bakken onmiskenbaar de schrijver achter de journalist. Zelfs de meest banale scène (een slager die bij het worstmaken met zijn assistente O sole mio zingt) weet hij boven de kitsch uit te verheffen. In de keuken werd iedereen, zo schrijft hij, „seksistischer, harder. Ik vond het leuk. Ik geloof dat iedereen het leuk vond; de keuken had een openlijk botte werkelijkheid.” Voor Buford zijn chef-koks niet alleen „de gekste mensen ter wereld”. Ze zijn ook romantische helden, groter dan het leven zelf, even ongelikt als geniaal’, meent Ger Groot. Bill Buford ging voor Hitte (Meulenhoff, €20,95) in de leer bij verschillende koks. ‘Zelfs de meest banale scène weet hij ver boven de kitsch uit te verheffen.’ schrijft Ger Groot. Zie pagina 35 Bill Buford: Hitte. Vertaald uit het Engels door Ria Loohuizen. Meulenhoff, 351 blz. € 20,95 Bill Buford ging voor Hitte (Meulenhoff, €20,95) in de leer bij verschillende koks. ‘Zelfs de meest banale scène weet hij ver boven de kitsch uit te verheffen.’ schrijft Ger Groot. Zie pagina 35

Bill Buford ging voor Hitte (Meulenhoff, €20,95) in de leer bij verschillende koks. ‘Daar ontdekte hij als verdienstelijke thuiskok dat hij van eten bereiden nog niets begrepen had. Zijn leertijd werd een hellevaart vol vernedering, wanhoop en persoonlijke kwetsuren. Hij kwam er even gelouterd uit als de ziel uit Dantes Goddelijke komedie. Buford vertelt zijn beproevingen met smaak, op een parlando-toon die doet vermoeden dat hij zijn hele boek heeft gedicteerd. Maar ook daarin verraden zijn one-liners en tast- en ruikbare beschrijving van het koken en bakken onmiskenbaar de schrijver achter de journalist. Zelfs de meest banale scène (een slager die bij het worstmaken met zijn assistente O sole mio zingt) weet hij boven de kitsch uit te verheffen.

In de keuken werd iedereen, zo schrijft hij, „seksistischer, harder. Ik vond het leuk. Ik geloof dat iedereen het leuk vond; de keuken had een openlijk botte werkelijkheid.” Voor Buford zijn chef-koks niet alleen „de gekste mensen ter wereld”. Ze zijn ook romantische helden, groter dan het leven zelf, even ongelikt als geniaal’, meent Ger Groot.