‘Ze wilde zelf meer pillen innemen’

Ton Vink werd gisteren vrijgesproken. Hij heeft niet de regie gevoerd over de zelfdoding van een 54-jarige vrouw, vindt de rechter. „Zij wilde snel en zeker dood.”

Ton Vink begeleidt „cliënten” met een doodswens. (Foto Flip Franssen) Nederland, Velp, 23-1-2007 Ton Vink Foto: Flip Franssen 024-3238442 Franssen, Flip

Anderhalf jaar geleden maakte Mimi de Kleine (54) een einde aan haar leven. Ze nam slaappillen en pijnstillers in en overleed in gezelschap van twee vriendinnen. Zelfdodingsconsulent Ton Vink (53) sprak, door de telefoon en per brief, met haar over de beëindiging van haar leven. Justitie vervolgde hem wegens strafbare hulp bij zelfdoding. Morele steun verlenen aan een zelfdoder is toegestaan, algemene informatie geven mag ook, net zoals het voeren van gesprekken. Ton Vink zou meer hebben gedaan, vond officier van justitie Hetty Hoekstra. Hij zou instructies hebben gegeven, gezegd hebben hoe ze het moest doen. Namelijk door meer medicijnen in te nemen dan nodig was. En daarmee had Ton Vink Mimi de Kleine „bij de hand genomen” en de regie over haar zelfdoding gevoerd. En dat is strafbaar. De rechtbank in Amsterdam sprak Ton Vink gisteren vrij van strafbare hulp bij zelfdoding. Het valt niet uit te sluiten, zegt de rechter, dat het Mimi de Kleines eigen initiatief was om meer pillen te nemen. Ton Vink heeft het „voordeel van de twijfel” gekregen. Ton Vink is gepromoveerd filosoof, heeft een filosofische praktijk in Velp en werkt sinds een jaar of zeven als vrijwilliger samen met stichting De Einder. Hij begeleidt mensen met een doodswens. Hij schreef het boek ‘Artikel 294’, genoemd naar het wetsartikel waarin hulp bij zelfdoding strafbaar wordt gesteld.

Opgelucht?

Ton Vink: „Ja, toch wel. Voordeel van de twijfel, klinkt dreigender dan het is. Justitie heeft aan de hand van mijn brieven aan Mimi willen bewijzen dat ik haar instructies heb gegeven. Daar was geen sprake van. Ik heb opgeschreven wat we, op haar initiatief besproken hebben. Zij wilde meer pillen innemen, omdat ze snel en zeker dood wilde gaan. Ze wilde haar lichaam ter beschikking stellen aan de wetenschap, en dat moet binnen 24 uur na intrede van de dood. Achteraf heb ik via de aanwezige vriendinnen begrepen dat Mimi eerder moeilijk onder narcose te brengen was, en dat ze daarom extra medicijnen wilde.”

Heeft u een goed gevoel overgehouden aan de manier waarop zij haar leven heeft beëindigd en uw steun daarbij?

„Er is iemand overleden, iemand heeft er voor gekozen zijn leven te beëindigen en daar is niemand voorstander van. Ik ook niet. Het is verlopen op de manier die ze zelf verkoos. Ik heb het de officier van justitie erg kwalijk genomen dat ze Mimi afschilderde als min of meer gestoord. Mimi wilde een afscheidsfeest houden om haar intieme vrienden de gelegenheid te geven afscheid van haar te nemen. Dat is misschien vreemd, maar ze heeft het recht er wel toe. Ze wilde zorgvuldig dood gaan. En niet haar vrienden achter laten met onbeantwoorde vragen over haar dood.”

Als u Mimi de Kleine niet had gesteund, was ze dan voor de trein gesprongen?

„Ik vond haar een klassiek voorbeeld van een balanssuïcide. Ze had goed op een rij dat ze het wilde. Als ze niet met mij of een ander had gesproken, weet ik niet wat er was gebeurd. Ze wilde in elk geval op een waardige manier sterven.”

Dan had ze al haar opgespaarde pillen alsnog genomen?

„Ja, waarschijnlijk wel. De officier van justitie gaat ervan uit dat iedereen die zelfdoding overweegt depressief is of psychisch lijdt. Dat bestrijd ik. Voor Mimi was het geen wanhoopsdaad. Natuurlijk had ze verdriet omdat haar dochter, twaalf jaar eerder, was overleden. Maar toen wilde ze doorleven. Ze vond dat ze, ondanks haar verdriet, nog een betekenis had in het leven.”

U wordt een overtuigingsdader genoemd. Klopt dat?

„Als ermee gezegd wordt dat ik uit volle overtuiging handel, ja. Het is mijn overtuiging dat iedereen zelf mag beschikken over het eigen leven en dus ook de dood.”

Waarom heeft u de aantekeningen die u maakte van de gesprekken met De Kleine weggegooid?

„Ik heb de aantekeningen gebruikt tijdens mijn verhoren bij de politie en ze staan vrijwel letterlijk in mijn boek. Het heeft meer dan een jaar geduurd voor het OM besloot me te vervolgen. In de tussentijd heb ik mijn bureau opgeruimd. Wellicht moeten we daar als counselors afspraken over maken. Dat we alles bewaren.”

Maar in uw boek staat niks over de aangepaste dosering die u haar gaf

„Ik publiceer nooit over medicijnen. Dat is uit zorgvuldigheid, het is niet aan mij onbekende lezers te informeren over medicijnen die geschikt zijn voor zelfdoding.”

Bent u wel de aangewezen persoon om met volstrekte vreemden te spreken over hun dood?

„Ik adviseer cliënten morele steun te zoeken bij familie of vrienden. Die zijn daar meestal toe bereid. Als dat niet zo is, moet ik de afweging maken of ik bereid en in staat ben iemand langdurig te steunen. Maar ik blijf terughoudend. Als ik bij de zelfdoding gevraagd wordt, vraag ik, heel formeel voordat ik de woning betreed: ‘is dit werkelijk wat u wilt?’ Ik wil niet het laatste duwtje geven.”

Het braakmiddel dat vooraf wordt ingenomen, heeft diezelfde functie toch?

„Jazeker. Twee dagen voor de geplande zelfdoding moet je drie keer per dag een anti-braakmiddel nemen. Dat werkt als spiegel. Het dwingt mensen hun daad bewust te heroverwegen. Ze kunnen nog terug.”

Zou u, na alle commotie, niet willen stoppen?

„Ik kan het tegenover mijn cliënten niet maken om ermee op te houden. Misschien een time-out. Maar met alle reclame die justitie nu maakt voor ons werk, krijg ik het nog druk.”