Vrouwenmacht

Niet alleen in Nederland maar ook elders in de wereld stijgt de maatschappelijke status van vrouwen. Wereldwijd presteren meisjes op school beter dan jongens. In Nederland alleen al is 55 procent van de gediplomeerden in havo en vwo vrouw. Steeds meer vrouwen bezetten hoge posten. Duitsland heeft al ruim een jaar zijn eerste vrouwelijke bondskanselier. De Franse socialisten hebben Ségolène Royal tot presidentskandidate uitverkoren en in Amerika zette de machtige New Yorkse senator Hillary Clinton zaterdag haar eerste officiële stap in een gevecht om de presidentskandidatuur van de Democratische partij.

Wat langzamer gaat de opmars van vrouwen naar de top van het bedrijfsleven, maar van groei is steeds sprake. Er zijn hier en daar nog obstakels, maar in het algemeen kunnen getalenteerde en gemotiveerde vrouwen veel bereiken als zij dat willen.

Uniek voor Nederland is de lage arbeidsparticipatie van vrouwen, ondanks inspanningen van de overheid om die te vergroten. De drie miljoen vrouwen die betaald werken (tegenover vier miljoen mannen) doen dat meestal in deeltijd. Het gemiddelde aantal uren dat zij wekelijks op hun werk zijn, is veel lager dan het Europese gemiddelde. Slechts een op de drie Nederlandse werkende vrouwen heeft een fulltime baan.

De voorkeur voor deeltijd geldt niet alleen voor moeders maar ook voor veel vrouwen zonder minderjarige kinderen. Sommige goed opgeleide vrouwen spreken zelfs van de tweede golf van het feminisme die vrouwen de vrijheid geeft om geen carrière te maken. Voor de meeste mensen, man of vrouw, is een grote carrière niet aan de orde omdat ze daar niet voor zijn gekwalificeerd. Zij vinden allicht het werk in eigen huis vaak minstens even interessant als een baan.

De geringe arbeidsdeelname van vrouwen is onderdeel van de sterk op het gezin gerichte cultuur in Nederland. Dat is al eeuwen het geval. In het verleden heeft de Nederlandse arbeidersbeweging gevochten voor de mogelijkheid van vrouwen om fulltime of voor een groot deel van de tijd huisvrouw te zijn. De nieuwe norm van anderhalf inkomen per gezin valt niet planmatig ongedaan te maken. Mensen mogen zelf uitmaken wat ze in hun leven willen doen.

Moeders of vaders die deels of geheel afhankelijk zijn van het inkomen van hun partner zijn ook volwaardige burgers. Over hun keuzes kan worden gediscussieerd in tijdschriften en kranten, maar de overheid moet zich er niet mee bemoeien door voor te schrijven hoe partners het werk onderling verdelen. De overheid kan wel betaald werk door ouders vergemakkelijken door de toegang tot crèches en naschoolse opvang te verbeteren. Daarin wordt langzaam vooruitgang geboekt. Als dan nóg de arbeidsparticipatie van vrouwen stagneert, is dat hun vrije wil. Niet de ideologische maar economische factoren bepalen de arbeidsparticipatie. Wie een gezin sticht, heeft een groter huis nodig en de meeste mensen kunnen dat niet met slechts één of anderhalf inkomen betalen. De derde golf van het feminisme wordt het resultaat van een hoge hypotheek.