Racisme

Wat is een racistische uitlating, wat niet?

Dat is niet altijd even gemakkelijk te bepalen, zoals in Engeland weer eens is gebleken. Daar ontstond grote deining toen in het tv-programma Celebrity Big Brother 2007 de Indiase actrice Shilpa Shetty door een andere deelneemster werd uitgemaakt voor ‘Shilpa Poppadom’.

Poppadom? Dat is een Zuid-Aziatisch voorgerecht, een dunne, gebakken of geroosterde wafel. Is het racistisch om iemand naar een voorgerecht te vernoemen? Zó kan het in ieder geval wel worden opgevat. Als ik mijn Chinese buurman ‘pindachinees’ noem, mag ik verwachten dat hij boos wordt en met ‘kaaskop’ terugscheldt, ook al kan ik hem in de Van Dale laten zien dat pindachinees een ‘goedmoedig schimpwoord’ is (kaaskop is daar een gewoon scheldwoord).

Was poppadom minstens zo erg als pindachinees? Als we op de reacties in Engeland en India mogen afgaan: ja. Jane Goody, de vrouw die schold, is inmiddels door de kijkers weggestemd en heeft haar excuses aangeboden.

Ik heb er zelf geen afgerond oordeel over – dit bij gebrek aan visuele informatie over de context. Op de Nederlandse tv werden wel hier en daar flitsen vertoond uit het bewuste programma, maar daar viel geen touw aan vast te knopen. Tv-journalistiek, het is moeilijker dan je denkt.

Daarom ga ik nu over naar een ander voorbeeld. Eerst, zonder toelichting vooraf, het geïncrimineerde citaat, opdat de lezer zich onafhankelijk een oordeel kan vormen.

„Van de elf spelers in de nationale ploeg zijn er negen die zwart zijn. Normaal zouden dat er niet meer dan drie of vier moeten zijn. Dat het er zoveel zijn, komt doordat blanke spelers waardeloos zijn. Binnenkort zal die ploeg uit elf blacks bestaan. Het maakt me verdrietig.”

Het is een citaat uit Opinio, het nieuwe opinieweekblad, en het is afkomstig van de Fransman Georges Frêche, socialistisch gedeputeerde en voorzitter van de regio Languedoc-Roussillon. In het dagblad Midi Libre praatte hij op deze manier over het Franse voetbalelftal. Het veroorzaakte een golf van verontwaardiging in Frankrijk, tot in de hoogste politieke kringen toe.

Dat weet ik allemaal dankzij de publicist Sylvain Ephimenco, die dit citaat gebruikte in een artikel voor Opinio over Frankrijk. Volgens hem is Frankrijk ‘een bang en bibberend geheel’ geworden, een land waar Voltaire, en daarmee het vrije woord, ‘dood’ is. Ephimenco vindt al die ophef over Frêche onzinnig, het zou maar een onbeduidende verbale uitglijder zijn, vooral gericht tegen de luie blanke spelers.

Ik zie dat anders. Het lijkt mij je reinste racisme, veel onsmakelijker dan die poppadom in Engeland – ook omdat Frêche een politicus is. Frêche kan het niet verdragen dat de Franse zwarten beter voetballen dan de Franse blanken, dáár wordt hij verdrietig van – en daarin verraadt zich juist de racist.

Mij deden de woorden van Frêche denken aan de uitspraak van Hans Janmaat dat het Nederlands elftal belangrijke wedstrijden verloor doordat er te veel Surinamers in stonden, want die waren mentaal zwak. Janmaat hoopte nog dat blanken beter waren, Frêche heeft die hoop al opgegeven. Over Janmaats uitlatingen ontstond destijds de nodige commotie. En terecht.

Het vrije woord is pas ‘dood’ als het niet meer racisme durft te zeggen tegen racisme.