Pure ontregeling bij de bourgeoisie

Het werk van Luis Buñuel stuitte op desinteresse van het Nederlandse publiek.

Dus huur of koop ‘El Angel Exterminador’ (1962) op dvd!

Geen filmer die zo ijzig kalm zaagt aan de stoelpoten van de bourgeoisie als Luis Buñuel. El Angel Exterminador. Regie: Luis Buñuel. Met: Silvia Pinal, Enmrique Rambal, Augusto Benedicio, Lucy Gallardo. Geen extra’s. Uitgebracht door Arrow Films. (Import) Geen filmer die zo ijzig kalm zaagt aan de stoelpoten van de bourgeoisie als Luis Buñuel.

Op het International Film Festival Rotterdam dat deze week begint, krijgen de bewonderaars van de cinema van Luis Buñuel iets bijzonders voorgeschoteld. De Portugese veteraan Manoel de Oliveira (98 jaar oud!) heeft een vervolg gemaakt op Buñuels meest succesvolle film, Belle de Jour (1967). In Belle Toujours herneemt Michel Piccoli zijn rol als Henri Huson, de minnaar die ooit het seksueel verlangen losmaakte in de kuise Séverine. Zij werd gespeeld door de ijsblonde Cathérine Deneuve, maar die doet niet mee aan Belle Toujours. In haar plaats zien we nu Bulle Ogier met blonde pruik. In Rotterdam zal tijdens het festival ook Buñuels film worden vertoond.

Heel fijn dat er überhaupt weer eens iets van hem te zien valt, want dat is maar zelden. En dan is het meestal, inderdaad, Belle de Jour. Buñuel is een van die meesters wiens werk door de desinteresse van het Nederlandse bioscooppubliek is teruggebracht tot tv-formaat, tot het dvd-schijfje. Dan moeten we er daar maar het beste van maken.

In de (betere) videotheek zijn vooral Buñuels latere films voorradig: Belle de Jour, Viridiana, Cet obscur objet du désir, Tristana, Le charme discret de la bourgeoisie. Allemaal mooie films, maar in mijn ogen leggen ze het allemaal af tegen El angel exterminador uit 1962. De film heeft overigens in thema en aanpak veel gemeen met de bekendere Le charme discret de la bourgeoisie. Ook hier gaat het om de onmacht van een groep welgestelde burgers om iets te veranderen aan een ongewenste situatie. In Le charme discret de la bourgeoisie slaagt een groep vrienden er maar niet in te dineren. In El angel exterminador zijn ze niet in staat zich uit een kamer te bevrijden.

Het bijzondere van Buñuel is dat hij zijn radicale emoties altijd weet te beteugelen in een koele beeldtaal en dat hij zodoende zijn surreële scènes weet te behoeden voor de aanstellerigheid waar andere surrealisten nog wel eens last van hebben. In El angel exterminador is dat niet anders. De film begint met een doodgewoon establishing shot zoals Hollywoodfilmers er tienduizenden moeten hebben gemaakt: het naambordje van de calle Providencia, de Voorzienigheidsstraat, en daarachter het huis waar de rijke dinergasten zich zullen vertreden.

Ook de shots van het interieur zijn koel, registrerend. De camera gaat met enkele doeltreffende bewegingen langs het personeel tijdens zijn voorbereidingen. De enige aanwijzing dat dit niet een vrolijke film van the leisure class wordt, is het gedrag van de bedienden. Zij weten niet hoe gauw ze moeten maken dat ze wegkomen.

Het gegoede gezelschap feliciteert zichzelf dan nog aan tafel. Er wordt getoost (en dezelfde toost nog eens herhaald zonder dat iemand nog oplet), geconverseerd en als een bediende struikelt met een schaal pikante levertjes, barst iedereen uit in complimenten aan de gastvrouw die altijd bijzondere verrassingen heeft. O, ze weten zo zeker dat de wereld om hen draait. Zij zijn toch ook het middelpunt van het kader, van het filmdoek? Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de rotsvaste overtuigingen waarop het zelfvertrouwen van de bourgeoisie is gestoeld, ooit aan het wankelen kunnen worden gebracht.

Geen filmer die zo ijzig kalm zaagt aan de stoelpoten van de bourgeoisie als Buñuel. Geen wonder dat veel van zijn films op een of ander moment verboden zijn geweest in de diepburgerlijke Spaanse dictatuur van generaal Franco. Als het groepje notabelen zich eerst beleefd heeft verveeld bij pianospel en zichzelf door de conversatie heeft heen geslagen, kan men zich er niet toe brengen het huis te verlaten. Bij de kletspraatjes heeft Buñuel dan al kans gezien de meest bijtende dialogen te plaatsen. „Hoeveel kinderen heeft u? Vier?” „Geen idee, ik ben de tel kwijtgeraakt.” „En weet u zeker dat ze van u zijn?” „Dat moet u mijn vrouw vragen.” Het is geen burgermansparodie, maar pure ontregeling. Als het echtpaar later wanhopig is, bidden ze voor het heil van hun kinderen – „Het kostbaarste dat ik bezit”, zegt de man nu.

Als zij diep in de nacht in de salon terecht zijn gekomen, komt daar een monumentale onmacht over hen. Niemand kan de kamer verlaten, hoe ellendig het verblijf daar ook wordt. Dagen brengen ze er door, zonder eten of drinken, met al gauw een dode onder hen en alle lagen beschaving worden razendsnel afgepeld. „U stinkt als een hyena”, zegt een jongeman tegen een van de dames. Een andere man vliegt op: „Hoe durf je te zeggen wat wij allemaal zorgvuldig negeren?”

Maar Buñuel is geen filmer van metaforen. Hij filmt geen symbolische handelingen. Hij registreert reële handelingen en voert die door tot in het surreële. Altijd blijft hij observeren, of het nu gaat om een vrouw die kippenpootjes in haar tas blijkt te hebben of om een beer die in een pilaar klimt. Het zijn schokkende beelden omdat alles wat je ziet vertrouwd is, en niets het houvast biedt dat men van het vertrouwde gewend is.

dvd

El Angel Exterminador. Regie: Luis Buñuel. Met: Silvia Pinal, Enmrique Rambal, Augusto Benedicio, Lucy Gallardo. Geen extra’s. Uitgebracht door Arrow Films. (Import)