Nu is Loekasjenko aan zet

CDA-senator René van der Linden werd gisteren herkozen als parlementsvoorzitter van de Raad van Europa, het mensenrechtenorgaan waarin 46 landen samenwerken. Dit weekeinde keerde hij terug van een bezoek aan Wit-Rusland, het enige Europese land dat – wegens het autoritaire gezag van president Loekasjenko – geen lid is van de Raad.

Was uw herverkiezing een formaliteit?

„Niet als er tegenkandidaten waren geweest, maar die waren er niet. Het parlement is tevreden over de grotere zichtbaarheid van de Raad onder mijn voorzitterschap, bijvoorbeeld door het rapport dat wij schreven over geheime CIA-gevangenissen.”

Wat was het doel van uw bezoek aan Wit-Rusland?

„Het hervatten van de dialoog en het overbrengen van onze zorgen. Met name over het lot van politieke gevangen, het gebrek aan vrije verkiezingen en de beperkte vrijheid voor de oppositie en NGO’s. Ik heb nu de eerste stap gezet. Dat was moeilijk en niet onomstreden. De oppositie vreesde dat mijn bezoek een erkenning van het regime zou inhouden. Het is nu aan Wit-Rusland om de volgende stap te zetten.”

Aan welke stappen denkt u dan?

„Aan het vrijlaten van de politieke gevangenen, het aanpassen van de verkiezingswetgeving aan Europese normen en meer vrijheid voor de oppositie en NGO’s.”

Denkt u dat het daarvan komt?

„De omstandigheden zijn goed door het recente conflict met Rusland over de olieprijs die de Wit-Russen aan Moskou moeten betalen. Daardoor kijken ze met meer welwillendheid naar de relatie met Europa. Een regeringsfunctionaris zei dat het hem niet zou verbazen als dit het begin van een doorbraak is.”

De senaatsvoorzitter ontkende tegenover u dat er politieke gevangenen zijn.

„Als ze dat volhouden kan er van toenadering geen sprake zijn.”

Weet u hoe het met oppositieleider Kozoelin is, na zijn lange hongerstaking?

„Ik heb alleen zijn vrouw gesproken. Die zei dat het nog niet goed met hem gaat, maar zij had hem ook al een week niet gezien. Ik heb wel geregeld dat de Duitse ambassadeur hem binnenkort mag bezoeken.”