Met het uranium is niets aan de hand

De provincie Noord-Brabant vreesde onrust na de vondst van uranium in het grondwater. En dus moest het verhaal in „al zijn genuanceerdheid” worden verteld.

De provincie Noord-Brabant belde vrijdag de landelijke media af. Na het weekend zou er groot nieuws worden gemeld. Gisteren werd opeen persconferentie bekendgemaakt dat het om uranium in het grondwater bij twee voormalige stortplaatsen ging, bij Oosterhout en Gilze. Zonder gevaar voor de volksgezondheid: de concentraties zijn zo laag dat niemand zich zorgen hoeft te maken.

De provincie vreesde voor onrust bij omwonenden, want uranium staat voor velen gelijk aan radioactieve straling, aan gevaar. Volgens deskundigen is dat onterecht. Uranium komt gewoon in de natuur voor, iedereen heeft een hele lage dosis in zijn lichaam.

Rond de stortplaatsen bleef paniek uit, precies zoals de provincie voor ogen had. Sterker, op twee basisscholen in Gilze wisten de de meeste ouders vanochtend van niets. „Het doel is bereikt, het verhaal is in al zijn genuanceerdheid overgekomen”, zegt Paul Burm, milieuwoordvoerder van Noord-Brabant desondanks. Dankzij een nieuwe onderzoeksmethode van TNO werd bij de voormalige stortplaatsen een verhoogde concentratie natuurlijk uranium in het grondwater aangetroffen. In Oosterhout ging het om 34 microgram uranium per liter gemeten, bij Gilze om 178 microgram.

Opmerkelijk hoge concentraties, vertelt TNO-onderzoeker Bertil van Os. Sinds 2003 doet het instituut grondwateronderzoek naar veel voorkomende zwaardere metalen. „Daarbij hebben we nooit een concentratie van meer dan één microgram gemeten.”

Het uranium komt waarschijnlijk van de stortplaatsen (de laatste was tot 1975 in gebruik). Zo werd het vroeger gebruikt om wijnflessen te kleuren. Andere mogelijke oorzaken zijn gips en isolatiemateriaal. Verder onderzoek moet deze vermoedens bevestigen.

Deskundigen zijn het er over eens dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is. Het gaat bij de vondsten om natuurlijk uranium en niet om verrijkt uranium, dat wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, of verarmd uranium. Natuurlijk uranium veroorzaakt, in tegenstelling tot de verrijkte variant nauwelijks, straling. Stralingsdeskundige F. Draaisma van het nucleair centrum NRG in Petten vergelijkt het gevaar van de gevonden concentraties met hooguit het inhaleren van „één trekje van een sigaret”.

Dat mensen het uranium zullen binnenkrijgen is overigens vrijwel uitgesloten. Het uranium bevindt zich op een dergelijke diepte zodat het „niet mobiel” is. Daardoor kan het niet in het drinkwater terechtkomen. BrabantWater vond tot op heden geen verhoogde concentraties in het drinkwater. En dat terwijl er op driehonderd meter van de stortplaats bij Gilze grondwater wordt gewonnen.

Er is echter niet overwogen om daarmee te stoppen, benadrukt gedeputeerde Moons (Milieu, PvdA). Zij overweegt alleen een onttrekkingsverbod van grondwater in de buurt van de stortplaatsen. Overigens komen er in Scandinavië concentraties uranium in het drinkwater voor die vele malen hoger liggen dan zijn aangetroffen in het Brabantse grondwater.

Eigenlijk was er dus niet zoveel aan de hand. Burgemeester René Roep van Gilze-Rijen: „Je vraagt jezelf af: moest dat met zoveel tamtam?” Hij en zijn collega Helmi Huijbregts-Schiedon van Oosterhout werden gisterochtend pas ingelicht. „Voordat wij terugkwamen uit Den Bosch wist de wereld er al van en stonden de camera’s al op de stoep”, vertelt Huijbregts-Schiedon. „Het was scherp op de klok, maar we zijn net op tijd ingelicht.” Gedeputeerde Moons: „We hebben er expres voor gekozen om het zo kort op elkaar te plannen. Wij wilden als provincie de regie in handen houden.”

Een ander doel was om ook andere provincies te attenderen. Ook dat is gelukt. Ciska Zuur, stralingsdeskundige bij het ministerie van VROM, maakte namelijk gisteren bekend dat ze ook andere provincies adviseert om voormalige stortplaatsen te onderzoeken.

Bijdrage: Leoni van de Schraaf