Met geweer in hand onderhandelen over een waterput

Volgens Amerikaanse militairen neemt het aantal zelfmoordaanslagen in Afghanistan toe.

Vrijdag raakten vijf Nederlanders gewond.

De Nederlandse militairen in Uruzgan werden vrijdag voor het eerst slachtoffer van een zelfmoordactie. Vijf soldaten die op patrouille waren vanuit de vooruitgeschoven post Poentjak, raakten gewond toen een zelfmoordenaar zich in een auto opblies. Poentjak, ingericht nabij de pas die toegang geeft tot de Baluchi-vallei, is de eerste stap om die vallei toe te voegen aan de Nederlandse ‘inktvlek’. Van daaruit patrouilleren de Nederlanders om met de plaatselijke bevolking in contact te komen en de mensen te laten merken dat er een alternatief is voor de Talibaan. Gisteren zijn Nederlandse militairen opnieuw beschoten, dit maal vielen er geen gewonden.

De combinatie van ‘opbouwwerk’ en een harde militaire hand – zo zegt de NAVO deze maand te hebben afgerekend met de Talibaan in de Panjwayi-vallei in Kandahar. Bij het daar gevoerde offensief Baaz Tsuka zijn volgens commandant Ton van Loon „nul verliezen” geleden onder militairen of burgers.

De grote vraag is nu of de NAVO door acties als in de Panjwayi, kan voorkomen dat de Talibaan straks weer een maandenlang offensief kunnen ondernemen. Vorig jaar gebeurde dat ook tijdens de zomer, als het weer voor zo’n guerrilla gunstiger is.

Het aantal zelfmoordaanslagen in Afghanistan stijgt, vertelde een Amerikaanse militair deze week tegen het persbureau AP: van 27 in 2005 naar 139 in 2006. Hetzelfde geldt voor het aantal aanslagen met bermbommen: van 783 naar 1.677, en het aantal directe aanvallen door de Talibaan: van 1.558 naar 4.542. Lichtpuntje is dat de nieuwe Amerikaanse minister van Defensie, Robert Gates, bij zijn bezoek aan Afghanistan vorige week meer Amerikaanse militairen voor Afghanistan heeft toegezegd. Want met ‘opbouw’ alleen laat de opstand zich niet bedwingen, dat is na een half jaar ISAF-missie in Zuid-Afghanistan wel duidelijk.

Scène in een buitenwijk van Tarin Kowt, vorige week: een Nederlandse kapitein, lid van het Nederlandse Provinciale Reconstructieteam (PRT), biedt aan in deze nieuwe wijk te helpen met het boren van een gemeenschappelijke waterput. Nu zijn de bewoners, die meestal uit andere delen van de provincie gevlucht zijn, bezig ieder hun eigen put te graven. Ze doen dat met de hand, met hamers en beitels. Om dan, na vele dagen graven, tot de ontdekking te komen dat het grondwater niet wordt bereikt.

Omringd door infanteristen die zijn missie beveiligen, poogt de kapitein de mannen die hij toevallig op straat tegenkomt, ertoe te bewegen een afvaardiging naar de receptie van het PRT te sturen, om over een centrale put te overleggen. Daar lijken sommige buurtbewoners wel voor te voelen. Eerder die dag was aan de hemel boven Tarin Kowt de zuiver militaire kant van de ‘counterinsurgency’ te zien: twee Britse Harrier-straaljagers schoten een colonne van het Afghaanse leger die door de Talibaan was overvallen te hulp. Bijna elke hinderlaag wordt beëindigd door luchtsteun.

De Talibaan blijken zich van dat luchtoverwicht bewust. Boven Tarin Kowt was hun nieuwe luchtafweer te zien: een bom die in de lucht ontploft en een wolk metalen deeltjes verspreidt. De Harrier wist die te ontwijken. Later in de week keerde een Nederlandse Apache met een kogel in een van de camera’s terug.

Lees het rapport ‘An Assessment of the Hearts and Minds Campaign in Southern Afghanistan’ dat in december vorig jaar verscheen op: www.senliscouncil.net