Maffe Brit met warme stem

Concert: Jarvis. Gehoord: 22/1 Paradiso, Amsterdam.

„Jarvis” is Jarvis Cocker, de man die al een half leven in de popmuziek doorbrengt, met wisselend resultaat. Als Pulp-zanger kreeg hij ten langen leste succes, wat hij al snel verspeelde. Daarna maakte Cocker een comeback als groen geschilderde voorman van electro-duo Relaxed Muscle en nu is hij terug als crooner, met een vijfkoppige band. Gisteravond trad hij op in een goed gevuld Paradiso in Amsterdam. Jarvis kwam, at een Milky Way en won onze harten. Opnieuw.

Dat dat lukte lag niet aan de begeleidingsband, die er stijfjes bijstond. Het lag ook niet per se aan de muziek, die mooi maar wat tam is. Het lag vooral aan de uitzonderlijke zanger, die niet alleen een prachtige stem heeft, warm en behaaglijk als een ruimvallende bontjas, maar ook de mafste Brit is die we sinds jaren op het podium zagen. Hij kwam bijna niet aan spelen toe, zoveel had Jarvis deze avond met het publiek te bespreken: van de lengte van zijn broek tot de spirituele kwaliteit van onze hoofdstad, waar hij ooit een fiets had gestolen omdat hij verdwaald was, die dan weer een lekke band had - enzovoort.

Als een nummer op gang kwam, zong hij met veel handgebaren en stuiptrekkende sprongen, vouwde zich dubbel om de eerste rijen een glas wijn aan te reiken, of een joint, en liet horen dat zijn zang minder hoog en panisch is dan vroeger, in de tijd van Pulp. Ook de muziekstijl is anders, Jarvis heeft nu een voorkeur voor ballades met subtiele begeleiding – gisteravond soms zo subtiel dat je niet kon geloven dat er vijf muzikanten aan het spelen waren.

De grote populariteit die hij met Pulp in het Britpop-tijdperk verwierf, lijkt Jarvis niet meer te willen. Hij gedraagt zich nu als een underachiever. Hoewel Cocker achter de schermen als liedjesschrijver betrokken is bij platen van Nancy Sinatra en Charlotte Gainsbourg (haar prachtige solo-cd 5.55) zorgt hij er in zijn eigen carriere voor dat de muziek niet al te opwindend wordt. Liedjes als Big Julie en Heavy Weather zijn mooi, maar net als op de cd was het jammer dat de muziek niet meer tegenwicht geeft aan Jarvis' stem, die nu leek te verwaaien in een romantisch niets. In de steviger nummers (als Fat Children, en Jimi Hendrix’ Purple Haze), als de gitaristen hun instrument hard aanpakten, kwam hij beter tot zijn recht. Bezadigdheid is niets voor Cocker, die met nummers als The Cunts Are Still Running The World laat horen dat hij niet in dezelfde popcategorie past als Idols-kandidaten – al laat ook hij zich bij zijn voornaam noemen.