Johannes Paulus II wilde pensioenleeftijd

Paus Johannes Paulus II wilde een pensioenleeftijd – van 80 jaar – invoeren voor pausen, die normaliter voor het leven worden gekozen. Hij liet zich inspireren door de bepaling dat kardinalen boven de tachtig niet mogen deelnemen aan pausverkiezingen. In 2000 overwoog de paus zelf af te treden – wegens zijn slechte gezondheid.

Dit staat in een nieuw boek van de Poolse kardinaal Stanislaw Dziwisz, die de in 2005 overleden paus veertig jaar lang als privésecretaris diende. Het boek verschijnt morgen in Italië en maandag in Polen.

Dziwisz vertelt ook over beroemde ontmoeting in de gevangenis tussen Johannes Paulus II en Mehmet Ali Agca, de Turk die in 1981 een mislukte moordaanslag op de paus pleegde. Volgens Dziwisz heeft Agca, anders dan vaak wordt aangenomen, bij die gelegenheid geen excuses aangeboden aan de paus.

„Ik heb niet direct deelgenomen aan het gesprek”, aldus Dziwisz. „Maar ik stond er enkele meters vandaan. Ik had de indruk dat Ali Agca gekweld werd door het feit dat er krachten bestaan die sterker zijn dan hijzelf. Hij had gericht, maar het slachtoffer was niet overleden. […] De paus heeft nooit de woorden ‘het spijt me’ gehoord en hij dacht hier nog vaak en vertwijfeld aan terug.”

Wat Dziwisz betreft staat het vast dat de Sovjet-Unie achter de aanslag zat. De paus kwam uit Polen, waar de vrije vakbond Solidariteit in 1980 het gezag van het regime ondermijnde, en was voor velen daar een symbool van de strijd tegen het communisme. De paus werd gezien als „gevaarlijk en lastig”, aldus Dziwisz.

Op latere leeftijd kreeg de paus steeds meer last van de ziekte van Parkinson. Hij besloot toch niet af te treden na overleg met zijn adviseurs, onder wie kardinaal Ratzinger, de huidige paus Benedictus XVI. „Hij kwam tot de conclusie dat hij zich aan Gods wil moest onderwerpen”, aldus Dziwisz.