Gezocht: zondebok (m/v)

Gezocht: zondebok (m/v) Mensje van Keulen beschrijft in haar nieuwe roman De laatste gasten (Atlas, € 18,50) de kunstenaars in een Wassenaars landhuis, midden jaren ’70. Elsbeth Etty oordeelde: ‘Uit eerder werk van Mensje van Keulen valt op te maken dat ze intellectuele en kunstminnende Wichtigmachers graag belachelijk maakt en soms ook de neiging heeft ‘gewone mensen’ te verheerlijken. In De laatste gasten ontsnapt ze aan dergelijke karikaturen door diverse milieus met elkaar te vergelijken en tot de ontdekking te komen dat oplichters en rotzakken in alle kringen voorkomen. De laatste gasten, briljant geschreven en vol scherpe observaties, is een verhaal over desintegratie, zowel van personen als van een instituut. De meeste gasten in d’Meihof zijn anders dan ze zich voordoen en voelen zich diepongelukkig. Het uiteenvallen van het collectief voltrekt zich zoals overal elders. Het begint met jaloezie en roddel en eindigt met verdachtmakingen, beschuldigingen, verraad en het aanwijzen van een zondebok. Op het eerste gezicht lijkt dit een verhaal van grote eenvoud. Lees je De laatste gasten twee of drie keer, dan blijkt hoe geraffineerd het in elkaar zit.’ Mensje van Keulen beschrijft in haar nieuwe roman De laatste gasten (Atlas, € 18,50) de kunstenaars in een Wassenaars landhuis, midden jaren 70. ‘Briljant geschreven’, volgens Elsbeth Etty. Zie pagina 33 Lent, Richard van

Mensje van Keulen beschrijft in haar nieuwe roman De laatste gasten (Atlas, € 18,50) de kunstenaars in een Wassenaars landhuis, midden jaren ’70.

Elsbeth Etty oordeelde: ‘Uit eerder werk van Mensje van Keulen valt op te maken dat ze intellectuele en kunstminnende Wichtigmachers graag belachelijk maakt en soms ook de neiging heeft ‘gewone mensen’ te verheerlijken. In De laatste gasten ontsnapt ze aan dergelijke karikaturen door diverse milieus met elkaar te vergelijken en tot de ontdekking te komen dat oplichters en rotzakken in alle kringen voorkomen.

De laatste gasten, briljant geschreven en vol scherpe observaties, is een verhaal over desintegratie, zowel van personen als van een instituut. De meeste gasten in d’Meihof zijn anders dan ze zich voordoen en voelen zich diepongelukkig. Het uiteenvallen van het collectief voltrekt zich zoals overal elders. Het begint met jaloezie en roddel en eindigt met verdachtmakingen, beschuldigingen, verraad en het aanwijzen van een zondebok.

Op het eerste gezicht lijkt dit een verhaal van grote eenvoud. Lees je De laatste gasten twee of drie keer, dan blijkt hoe geraffineerd het in elkaar zit.’