Geld voor China is staatssteun aan bedrijven ‘Hulp aan China moet zo snel mogelijk stoppen’

China geeft miljarden ontwikkelingshulp aan Afrika. Nederland geeft nog altijd vele miljoenen ontwikkelingshulp aan China. In feite komt die hulp neer op staatssteun aan Nederlandse bedrijven.

Twee weken geleden tekende ingenieursbureau Grontmij een contract met de burgemeester van de Chinese miljoenenstad Wuhan. Het gebeurde onder toeziend oog van Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat, CDA), op bezoek in China. Grontmij mag voor de Chinezen een afvalscheidingsfabriek gaan opzetten. De Nederlandse staat betaalt 35 procent van de rekening van in totaal 10 miljoen euro. Geld dat komt uit de subsidiepot voor ontwikkelingslanden.

De stad Wuhan in het midden van China groeit net als de rest van het land in adembenemend tempo. „Het gaat heel hard. De stad ligt op een strategisch punt in het midden van China, aan de rivier Yangtze. Per jaar komen er een half miljoen inwoners bij. Wolkenkrabbers en vierbaanssnelwegen bepalen het gezicht. Je ziet veel grote westerse en Japanse auto’s. Als je er doorheen rijdt en iemand zegt dat het Houston is, geloof je het ook”, zegt Eep Visser, leidinggevende bij Grontmij.

Door de snelle groei loopt net als de rest van China ook Wuhan tegen ernstige afval- en milieuproblemen aan. Grontmij helpt de Chinezen het afval op een milieuvriendelijke manier te verwerken en opnieuw te gebruiken. Visser is blij met de subsidie. „De Chinezen vinden het wel zo prettig als de Nederlandse overheid zich betrokken toont. Zij hechten sterk aan relaties. Vertrouwen is daarvoor heel belangrijk. Als de Nederlandse overheid ons steunt, dan versterkt dat het vertrouwen in ons.”

China is verreweg het rijkste land in de wereld dat Nederlandse ontwikkelingshulp ontvangt. Nederland doet dat sinds 1985. Vooral het bezoek van premier Kok in 1995 aan China betekende een impuls. Kok beloofde voor zeven jaar in totaal 1,3 miljard gulden aan steun voor Nederlandse bedrijven in China, waarvan een deel als zachte lening. Kok noemde de Nederlandse hulp „een signaal aan China dat Nederland belang hecht aan langdurige economische samenwerking”.

De Chinese levensstandaard is inmiddels zo sterk gegroeid, dat China zelf ontwikkelingshulp geeft. Miljarden euro’s. Met name aan het grondstoffenrijke Afrika. Eind vorig jaar tijdens de Chinees-Afrikaanse top in Peking kondigde de Chinese president Hu Jintao een reeks activiteiten aan die de hulp van het grondstoffenhongerige China in drie jaar moet verdubbelen. Chinese bedrijven in Afrika krijgen 5 miljard dollar extra aan subsidie. Voor extra zachte leningen komt nog eens 5 miljard dollar beschikbaar. China traint daarnaast 15.000 Afrikanen, zendt 100 landbouwdeskundigen uit, bouwt 60 ziekenhuizen en malariaklinieken, verschaft malariamedicijnen, bouwt 100 scholen.

(Vervolg China: pagina 14)

ACHTERGROND: HOE NEDERLAND NOG ALDOOR ONTWIKKELINGSHULP GEEFT AAN CHINA

CHINA

‘Hulp aan China moet zo snel mogelijk stoppen’

De Nederlandse staatssteun voor ingenieursbureau Grontmij komt uit het Nederlands budget voor ontwikkelingshulp. Het gaat daarbij om het zogeheten ‘Programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties’ (ORET). Van deze subsidie profiteren vooral grote bedrijven die al in China actief zijn. De gesubsidieerde projecten moeten goed zijn voor werkgelegenheid, vrouwen, milieu en armoede, „of in ieder geval geen negatieve effecten hebben”, zo staat in een recente brief van minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) aan de Tweede Kamer.

Grontmij uit De Bilt heeft al eerder geprofiteerd van subsidies voor activiteiten in Wuhan. Zo betaalde de Nederlandse overheid 60 procent van de kosten van het inrichten van een vuilstortplaats in de Chinese stad. Deze opdracht was 9,4 miljoen euro waard. Grontmij hoopt ook op subsidie voor het bouwen van een slibverwerkingsfabriek in Wuhan. Daar wordt nog over onderhandeld. In de toekomst hoopt Grontmij samen met het bureau buitenland van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een ‘afvalmasterplan’ voor de stad op te stellen. „Dat vinden de Chinezen ook prettig, zo’n VNG die alle Nederlandse gemeenten vertegenwoordigt. Dat maakt het verhaal beter”, zegt Visser van Grontmij.

China ontving van Nederland in 2005 iets meer hulp dan Burundi en iets minder dan Rwanda. Het gemiddelde inkomen per hoofd ligt in China tien keer hoger dan in Burundi en vijf keer hoger dan in Rwanda (gecorrigeerd voor koopkrachtverschillen). Volgens gegevens van de OESO, de club van 30 industrielanden in Parijs, gaf Nederland in 2005 in totaal 21,4 miljoen euro hulp aan China. In 2006 is in ieder geval 18 miljoen euro uitgegeven, maar het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft nog geen definitief overzicht. Ook dit jaar lopen de hulpprogramma’s gewoon door.

„De subsidies zijn al lager dan voorheen”, zegt Visser van Grontmij. „Eerst kregen we 60 procent vergoed, nu 35 procent. Dat is een politieke beslissing. De verlaging van de subsidie, dat snappen de Chinezen ook wel. Maar hoe meer steun, hoe eerder de Chinezen geneigd zijn het project uit te voeren. Met subsidie kan je het project makkelijker lostrekken.”

Nederland concurreert met andere westerse landen om opdrachten in China. „Als Franse bedrijven meer steun krijgen, krijgen zij sneller projecten. Zo zijn de Chinezen ook wel weer”, zegt Visser. En de Fransen zijn bijzonder actief in Wuhan. Twee maanden voor het bezoek van minister Peijs was de Franse president Chirac in de stad. Volgens Franse media lobbyde Chirac tijdens een lunch met het gemeentebestuur openlijk voor de Franse industriële conglomeraten Alstom en Veolia. Alstom is in een strijd met het Duitse Siemens verwikkeld om een spoorverbinding tussen Wuhan en Guangzhou aan te mogen leggen. Veolia hoopt op contracten voor de drinkwatervoorziening van de stad.

„Het is met die ontwikkelingssubsidies net als met de staatssteun destijds aan de scheepsbouw’’, zegt Visser.

China kreeg in 2005 in totaal 1,3 miljard euro aan buitenlandse ontwikkelingshulp. Van alle landen geeft Japan de meeste hulp (63 procent). In China wordt de Japanse hulp als herstelbetaling gezien voor het oorlogsleed dat Japan het land heeft aangedaan, zo schreef He Liping, hoogleraar aan de Beijing Normal University, in een recent artikel voor het Europese Instituut voor Japanse Studies in Stockholm. Onder binnenlandse politieke druk heeft Japan zijn hulp verlaagd. De oppositie in het Japanse parlement wijst op de groeiende concurrentie van veel Chinese bedrijven en de hoge defensie-uitgaven van China. Naast Japan zijn Duitsland en Frankrijk grote donoren van China (samen 25 procent).

Volgens OESO-richtlijnen zijn subsidies alleen dan toegestaan wanneer zij een duidelijke ontwikkelingsdoelstelling hebben. Is dat het geval? Een recente evaluatie van het ORET-programma door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) zet vraagtekens bij de Nederlandse hulp aan China. De hulp blijkt ten aanzien van de ontwikkelingsdoelstellingen (armoede, vrouwen en milieu) „minder relevant dan gehoopt”, gaf minister Van Ardenne september vorig jaar toe naar aanleiding van de evaluatie.

Tweede Kamerlid Ten Hoopen (CDA), vindt dat het nieuwe kabinet de criteria voor ontwikkelingshulp zo moet aanpassen, dat een land als China er niet meer voor in aanmerking komt. „Het is een rare zaak dat Nederland subsidies geeft aan een land dat zo hard groeit”, zegt Ten Hoopen. „Dat moet zo snel mogelijk stoppen.”

    • Ben Vollaard