‘Erg veel nadruk op olie en gas’

Olie en gas blijven nog lang de dominante brandstoffen voor de wereld. Daarom is het onderzoek van Shell vooral gericht op het verbeteren van de winning en productie van olie en gas.

Offshore windpark Egmond aan Zee, gebouwd door een samenwerkingsverband van Nuon en Shell, kan energie leveren voor meer dan 100.000 huishoudens. Foto Rob Huibers Nederland, Egmond aan Zee, 21-1-2006. Foto: Rob Huibers. Windmolens in de Noordzee tien kilometer van de kust. Offshore Windpark Egmond aan Zee omvat 36 windmolens met een totale capaciteit van 108 Megawatt, energie voor meer dan 100.000 Nederlandse huishoudens. Met het project is een investering van ruim 200 miljoen euro gemoeid. Het offshore windpark is gebouwd door NoordzeeWind, een samenwerkingsverband van Nuon en Shell, is een initiatief van de Nederlandse overheid en is in november 2006 voltooid. Huibers, Rob

Drie studenten. Alle drie zijn ze bezig met energievraagstukken. Hoe je bijvoorbeeld op zee de winning van olie en gas kunt verbeteren, of hoe de groeiende transportsector zijn uitstoot van het broeikasgas CO2 kan verminderen. Energieconcern Shell heeft de drie studenten uitgenodigd hun visie te geven op het net verschenen technologierapport van de multinational. Daarin zijn 27 technologieën geselecteerd die het energieconcern belangrijk acht voor zijn strategie in de komende decennia. De studenten discussiëren erover met hoofd technologie Jan van der Eijk.

„Er ligt in het rapport erg veel nadruk op olie en gas. Oude bronnen dus, die we verder uitputten”, zegt bioloog Thomas Kruithof, die duurzame ontwikkeling studeert aan de Universiteit Utrecht. „Waarom niet meer aandacht voor wind- en zonne-energie, of voor de opslag van CO2? Ik zie weinig maatschappelijke betrokkenheid.”

Geofysicus Natasha Marinova, die milieu-en grondstoffenmanagement studeert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, vraagt zich hetzelfde af. „Als Shell meer investeert in duurzame energie, vergroot het toch zijn overlevingskansen? Want over een jaar of 25 is de olie op.”

Jan van der Eijk: „Feit is dat de energievraag nog steeds stijgt. Dat is de realiteit. En Shell is een energie- en petrochemiebedrijf. Dat blijven we. Olie en gas, en de daarvan afgeleide producten, bepalen 95 procent van onze huidige omzet. Het zijn de dominante brandstoffen op dit moment, en we geloven dat ze dat ook tot ver in deze eeuw blijven. Het klopt dat de gemakkelijk te winnen olie aan het opraken is, maar er blijven genoeg andere bronnen. De teerzanden in Canada, olie en gas in de diepzeeën, in het Arctisch gebied, en ook duurzame bronnen zoals wind- en zonne-energie. Alleen, je zult meer moeite moeten doen om bij die bronnen te komen. Je hebt nieuwe technologieën nodig. Trouwens, het probleem met CO2 dat aan fossiele brandstoffen kleeft, kun je deels aanpakken door het broeikasgas ondergronds op te slaan. Of door CO2 te mineraliseren. Daar doen we onderzoek naar.”

„Maar hoeveel besteden jullie dan aan technologisch onderzoek, en hoeveel gaat daarvan naar duurzame energie”, vraagt Tieneke Postma, die offshoretechnologie studeert aan de Technische Universiteit in Delft, en nu bij Shell een onderzoekstage loopt.

Van der Eijk: „Hoeveel we precies uitgeven weet ik niet. Ik schat ruim een miljard euro. Als percentage van de omzet [in 2005 bedroeg die 238 miljard euro, red.] is dat relatief weinig als je het vergelijkt met bijvoorbeeld de farmaceutische industrie, of de ICT-sector. Shell heeft aangekondigd vooral te willen groeien in de winning en productie van olie en gas. Dat wordt weerspiegeld in ons onderzoek. Veruit het grootste deel van het budget gaat naar technologieën om winning en productie te verbeteren.”

Postma: „De omslag die we moeten maken naar een duurzamer energiegebruik is enorm groot. Ik vind dat er op Europees niveau te weinig wordt samengewerkt tussen overheden, non-gouvernementele organisaties en energieconcerns zoals Shell om die omslag te realiseren. In Noorwegen gebeurt dat bijvoorbeeld wel, en met veel succes. Waarom op Europees niveau niet?”

Van der Eijk: „Het probleem van de energievoorziening, in combinatie met de klimaatverandering, is te groot voor een enkel land, of een enkel bedrijf, om op te lossen. De kritiek dat de EU te weinig doet, deel ik niet. De Europese Commissie heeft twee weken geleden haar energiestrategie gepresenteerd, en je ziet duidelijk dat ze de noodzaak tot verandering herkent. Ze stelt hoge doelen om de CO2-uitstoot terug te brengen, om het aandeel duurzame energie te vergroten. En die zullen we met zijn allen moeten bereiken.”

Kruithof: „Het aandeel van de transportsector in de mondiale CO2-uitstoot is groot en zal verder groeien, zo is de verwachting. Wat doet Shell op dit gebied?”

Van der Eijk: „Er zijn drie concurrerende ontwikkelingen wat betreft mobiliteit. In het eerste scenario blijven koolwaterstoffen, zoals benzine, diesel en gas, dominant. We doen onderzoek naar een betere samenstelling van de motorbrandstof. Daar is nog veel te halen. Motoren zijn nog steeds erg inefficiënt, met een rendement van minder dan 30 procent. We kijken ook naar de omzetting van gas in diesel, en van biomassa in diesel of ethanol.

„Het tweede scenario gaat ervan uit dat waterstof een belangrijke plaats gaat innemen. We doen onderzoek naar waterstof als brandstof, en aan manieren om die waterstof op CO2-arme wijze te maken. En het derde scenario kijkt naar de elektrische auto. Met name de auto-industrie doet veel onderzoek naar betere accu’s. Alle ontwikkelingen hebben hun plussen en minnen. Wij kunnen nu niet voorspellen welke ontwikkeling er als winnaar uit naar voren zal komen.”

    • Marcel aan de Brugh