Eenvoud in ‘Entführung’

Voorstelling: Die Entführung aus dem Serail van Mozart o.l.v. Jed Wentz. T/m 15/2. Info: www.reisopera.nl

Weinig opera’s lenen zich zó voor actualisering als Mozarts Die Entführing aus dem Serail (1782). De gijzeling van de westerse Konstanze door een pasja in Turkije verbeeldt de botsing tussen christendom en islam. De opera was destijds al politiek geladen – de Turken hadden bijna een eeuw eerder Wenen belegerd – en is dat nu nog steeds.

Toch maakt de Nationale Reisopera van Bassa Selim geen terrorist en van Belmonte geen Bush die orde op zaken komt stellen. In eenvoudige decors concentreert de voorstelling zich op de twee kernen van het verhaal: laat liefde zich afdwingen en hoe ver kan wraak gaan? De persoonlijke botsingen hebben zeker cultuurverschillen als achtergrond, maar in de kostumering ogen moslims en christenen gelijk.

En dat is wel een moreel statement van het regisseursduo Tobias Hoheisel en Imogen Kogge: alle mensen zijn gelijk, in het goede en het kwade. Uiteindelijk geeft Bassa Selim – een ingetogen spreekrol van Thomas Gerber – de vrijheid terug aan Konstanze. Ook neemt hij geen wraak op Belmonte, hoewel hij met hem de zoon in handen heeft van de westerse machthebber van Oran, die zijn leven verwoestte.

Niettemin: cultuurverschillen bestaan er genoeg in de tekst en in de dramatische situatie. En het publiek kan daaraan zelf actuele conclusies verbinden: de positie van de vrouw, het verbod van Allah op alcohol. De harembewaker Osmin – Dimitri Ivastsjenko is geen cliché-Moor maar een gewone potige kerel – heeft geen moeite om de Koran even te vergeten.

Voor het overige is dit een voorstelling op zijn eenvoudigst en intiemst en dat heeft voordelen. Ondanks de uiterst beperkte dirigeertechniek van Jed Wentz, produceert het kleine orkest Musica ad Rhenum een levendige en soms roerige begeleiding.

De vocale cast is goed en evenwichtig samengesteld, zonder in deze soms extreem veeleisende muziek, zoals de aria Martern aller Arten, overigens de hoogste toppen te bereiken. En na de recente Mozart-trilogie van de Nederlandse Opera valt extra op hoe Mozarts personages in verschillende opera’s op elkaar lijken. Konstanze’s opgewekte hulpje Blonde, een leuke rol van Henrike Jacob, is een zus van Despina (Così) en Suzanna (Le nozze di Figaro). Belmonte’s gedienstige Pedrillo (Eberhard Lorenz) heeft veel van de speelse, handige Figaro. En Belmonte (Eric Laporte) zelf is weer net zo houterig als Don Ottavio in Don Giovanni.

    • Kasper Jansen