Een woesteling die in zijn blootje door de regen fietst

Ik hoorde dat schoenenfabrikant Van Bommel in zee ging met Rutger Hauer. Opmerkelijk, want Rutger Hauer vind ik een woesteling die in zijn blootje door de regen fietst (oude, warrige Turks Fruit-associaties), terwijl Van Bommel schoenen maakt voor brave mannen die het al guitig vinden als de voering van hun krijtstreeppak lichtblauw is in plaats van donkerblauw.

Maar daar zat hij, Hauer himself. Bij de persconferentie, tussen de broertjes Van Bommel. Een van de Bommels vertelde hoe ze bij Rutger Hauer waren gekomen: „Af en toe vinden mijn broer en ik het leuk om te fantaseren over dingen die we met onze schoenenfabriek kunnen doen.” (O, om deze glorieuze zin zo terloops te mogen uitspreken. ‘Onze schoenenfabriek’. Wat een heerlijk Sjakie-leven moeten die jongens hebben.)

Daarna sprak Hauer, langdurig en zonder samenhang. Filmsterren en bejaarden – Hauer is allebei – hebben die luxe; niemand durft ze te onderbreken. „Ik reis de hele wereld rond en ik heb veel gezien en als je ouder bent zie je meer, dat is aardig, ook de onaardige dingen, dat is de balans, ik ben in Roemenië geweest, ik ben in India geweest, in het Caraïbisch gebied op een eiland, ik weet niet meer welk eiland, er komen alleen maar Duitsers, die worden in het vliegtuig dronken gevoerd, en daar was veel aids, bijna net zoveel als in Afrika, en ik dacht: daar ga ik wat mee doen, een eiland is een interessant ding, want je bent altijd afhankelijk van navelstrengen.”

Verward luisterde ik naar Hauers verhaal. Aids kwam er in voor, en de stichting die hij daarvoor had opgericht. De stichting sponsorde ook een boek over dieren die van kralen waren gemaakt, zei hij. Hij was me kwijt.

Wel begreep ik dat de Bommels geld aan de stichting hadden gegeven. Maar waarom? Ik vroeg: „Meneer Hauer, gaat u adverteren voor Van Bommel?” „Nee!” antwoordde hij boos. „Ik draag alleen Japanse schoenen!” Ik wendde me tot de Bommels. „Wat hebben jullie aan de samenwerking met meneer Hauer?” Hauer onderbrak me. „Niet op antwoorden!” zei hij tegen de Bommels. „Journalisten! Willen altijd een invalshoek.” Het woord invalshoek sprak hij uit alsof het ‘massavernietigingswapen’ betekende. Hij gaf het woord aan een journaliste die vroeg hoe hij zijn verjaardag ging vieren.

Zelden zo’n ondoorgrondelijk modenieuwtje verslagen. Maar ik had ruzie gehad met Rutger Hauer. Dat was ook wat waard.

    • Aaf Brandt Corstius