Een sociale paraplu

Er komen in Europa steeds meer flexbanen. Maar de sociale bescherming daarbij is vaak onvoldoende.

Is dit een zaak voor Brussel?

Actie bij Albert Heijn, in juli vorig jaar, onder meer tegen de inzet van flexwerkers. Foto Maarten Hartman Nederland ,Zaandam, 17-7-2006 Medewerkers distributiecentra van Albert Heijn verzamelen zich bij het distributiecentrum om aktie te gaan voeren bij het hoofdkantoor. In het distributiecentrum in Zaandam leggen zo'n honderd mensen voor drie uur het werk neer. Volgens Groot komt de bevoorrading van de winkels daardoor niet in gevaar. De ongeveer vierduizend werknemers van de zes distributiecentra willen een loonsverhoging van twee procent en een verminderde inzet van uitzendkrachten en andere flexwerkers. De inzet van tijdelijke arbeidskrachten zou ten koste gaan van de werkgelegenheid van de vaste werknemers. Die worden daardoor minder vaak ingeroosterd, stellen de vakbonden. Aktie van CNV en FNV. Foto Maarten Hartman Hartman, Maarten

Ontslagen bij Flextronics, de kopieermachinefabrikant in Venray? Geen nood. Het personeel kan deels verderop terecht: bij Flextronics Logistics. Op één voorwaarde: 25 procent van het salaris inleveren.

„Ze gaan minder verdienen en ze krijgen geen CAO”, zegt Jacques Christiaens van FNV Bondgenoten, die hard vecht voor een sociaal plan. Maar er is geen ontkomen aan. Het ene bedrijf – Flextronics – wordt afgebouwd, het andere – Logistics – groeit als kool. Productiewerknemers met een ‘vast’ contract ruimen het veld; voor de dienstverlenende flexwerker wordt de loper uitgelegd.

Wat bij de kopieerfabrikant in Venray gebeurt, is een voorbode van de arbeidsverhoudingen-nieuwe-stijl. Minder zekerheid, schampert de vakbondsman. Meer flexibiliteit, verzuchten werkgevers. De sterke stijging van het aantal flexwerkers spoorde Europees Commissaris Vladimir Spidla aan een zogenoemd Groenboek te maken over modernisering van het arbeidsrecht. Vandaag praat de Tweede-Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid hierover. Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) heeft de Sociaal-Economische Raad al om advies gevraagd.

Alle lichten staan op rood, want iedereen weet: een Groenboek is Brussels jargon voor het prilste stadium van wetgeving. En van Europese bemoeienis met het nationale arbeidsrecht zijn weinigen gediend. De Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets van de Kamer, die sinds vorig jaar toetst of iets Europees of nationaal moet worden geregeld, heeft enkele kritische vragen opgeworpen. Leidt dit niet tot een „harmonisatie van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van lidstaten”, waartoe de EU niet bevoegd is, vraagt ze zich in een voorlopig advies af.

„Ik krijg geen warme gevoelens bij de gedachte dat Europa hierover richtlijnen wil afkondigen”, reageert Tweede-Kamerlid Ton Heerts (PvdA), woordvoerder arbeidsrecht van de Kamercommissie Sociale Zaken. Dit onderwerp heeft voor Nederland niet de grootste urgentie, meent de voormalig bestuurder van de FNV. „Er zijn verregaande sociale hervormingen doorgevoerd zoals een stevige herziening van de werkloosheidsvoorziening. Ook is het nodige gedaan aan een activerend arbeidsmarktbeleid. Maar een van de grote knelpunten is de onderkant van de arbeidsmarkt. Dat los je niet op met nog meer flexibele contracten.”

De werkgevers grijpen het Groenboek graag aan om de discussie over een flexibeler arbeidsmarkt via Brussel te voeren. Want de insiders met een vaste baan worden te zwaar beschermd. „Modernisering van contracten voor onbepaalde tijd is in Nederland buiten schot gebleven”, zegt Loes van Embden, secretaris internationale sociale zaken van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Een soepeler ontslagrecht (lees: verlaging van de ontslagvergoeding) staat hoog op de werkgeversagenda. „Maar daar moeten sociale partners in de lidstaten zelf uitkomen”, zegt Van Embden. Europese wetgeving is ongewenst. Evenals Europese afspraken over basisrechten voor werknemers.

Alleen voor vakbondsman Christiaens in Venray mag Brussel nog een stap verder gaan. „Er komt steeds minder zekerheid. We zijn hard toe aan een Europese minimum-CAO, met basisbepalingen voor inkomens, pensioenen en vakantie. Een Poolse of Duitse champignonkweker hoeft toch niet de helft te krijgen van z’n Nederlandse collega. Hetzelfde loon voor hetzelfde werk. Dat lijkt me goed voor Europa.”

    • Michèle de Waard