Droge zomers, natte winters

Dat de mens de aanstichter is van de verandering van het klimaat, is voor de VN-commissie IPCC nu zeer waarschijnlijk. De oceaan verzuurt en de noordelijke poolzee wordt ijsvrij.

Een koe ligt op het rivierstrand bij de Lek, tijdens warm zomerweer. De zomers zullen deze eeuw droger worden in West-Europa, volgens het IPCC. Foto Evelyne Jacq Nederland, Vianen, 13-07-2003 Vakantie pret op de rivier de Lek (Rijn). Koeien op het strand van de rivier gedurend het warm weekeinde. Recreatie, toerisme, waterpret, zomervakantie in eigen land. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Karel Knip

‘Het is ‘uiterst onwaarschijnlijk’ dat de klimaatverandering van de laatste halve eeuw een natuurlijk proces is. Dit is de nieuwe formulering waarmee het IPCC de rol van de mens in de huidige klimaatverandering beschrijft in zijn laatste klimaatanalyse. ‘Uiterst onwaarschijnlijk’ betekent dat de kans dat de mens geen blaam treft, kleiner is dan 5 procent.

Het IPCC is het in 1988 opgerichte VN-orgaan dat om de zes jaar alle recente kennis over klimaatverandering in een wetenschappelijke analyse bijeenbrengt. Volgende week wordt in Parijs vergaderd over de tekst van de samenvatting die de betrokken wetenschappers hiervan hebben gemaakt. Delen van het concept lekten dit weekend uit. De IPCC-analyses zijn de basis voor het mondiale broeikas-beleid.

De formulering die het IPCC in het concept voorstelt staat niet ver van de constatering dat het optreden van een door de menselijk handelen (vooral: door CO2-uitstoot) versterkt broeikaseffect wetenschappelijk bewezen is. Tot die slotsom zal het in Parijs zeker niet komen, want de ervaring leert dat vooral uit hoek van OPEC-staten alles in het werk wordt gesteld om IPCC-conclusies af te zwakken. Er wordt tot in de avond gedelibereerd over elke zin, soms elk woord, uit de samenvatting.

Blijven de conclusies ook onder politieke druk gehandhaafd, dan is dit van grote betekenis in de onderhandelingen over uitvoering en uitbreiding van het Kyoto-protocol. Vandaar ook dat het IPCC uitlegt waarop de toegenomen zekerheid is gebaseerd: niet alleen op onderzoek van de mondiale temperatuurstijging, maar ook op analyse van regionale temperatuurveranderingen, gewijzigde circulatiepatronen en opgetreden extreme weerssituaties.

Voor Nederland is voorlopig de belangrijkste conclusie dat de verwachte zeespiegelstijging opnieuw naar beneden is bijgesteld. Hij zal nu tot het eind van de eeuw, afhankelijk van de energie-scenario's die werkelijkheid worden, waarschijnlijk onder de 38 cm blijven. Het IPCC tekent erbij aan dat nog veel onzekerheid bestaat over het gedrag van de grote ijskappen van Antarctica en Groenland. Als het onlangs geconstateerde versnelde ijsverlies van Antarctica en Groenland in evenredigheid met de temperatuurstijging doorzet kan de zee tot 2100 nog 4 tot 9 cm extra stijgen. De laatste tien jaar is een versnelling in de stijging van het zeeniveau geconstateerd, naar het IPCC weet niet of dit een trend is. Tijdelijke versnellingen zijn eerder waargenomen.

In de concept-samenvatting worden een groot aantal gevolgen van broeikaseffect en klimaatverandering opgesomd. Door opname van CO2 kan het oceaanwater sterk verzuren: een pH-daling van 0,14 tot 0,35 pH-eenheid is niet uitgesloten. Diverse kalkafzettingen kunnen daardoor in oplossing gaan. De verwachte mondiale temperatuurstijging aan het eind van de eeuw zal, zoals eerder voorspeld, ergens tussen de 1,7 en 6,3 graden Celsius liggen, met zo’n 3 graden als centrale waarde. Regionaal kan deze waarde sterk worden overschreden. Rond de Noordpool zal de temperatuur zo sterk stijgen dat de poolzee in het tweede deel van de eeuw ‘s zomers ijsvrij zal zijn. In zijn algemeenheid zal de mondiale opwarming vooral boven land, en dan in de eerste plaats op hoge noordelijke breedtes, tot uitdrukking komen. De winterse sneeuwbedekking op het noordelijk halfrond zal afnemen. De klimaatmodellen voorspellen dat het jaarlijkse aantal tropische cyclonen zal verminderen maar dat de intensiteit van de cyclonen juist zal toenemen.

In kleine diagrammen laat het concept-rapport zien hoe het neerslagpatroon op aarde zal veranderen. De landen rond de Middellandse Zee krijgen vrij zeker te maken met toenemende droogte, zowel ‘s zomers al ‘s winters. Nederland, België en Duitsland (het stroomgebied van Maas en Rijn) moeten rekening houden met meer neerslag in de winter, maar juist minder in de zomer.

De zogenoemde klimaat-sceptici krijgen door het IPCC veel wapens uit handen geslagen. Het IPCC relativeert de invloed van de toegenomen zonne-activiteit op de klimaatverandering. Ook noteer het dat satellieten en weerballonnen de temperatuurstijging in de troposfeer adequaat weergeven. De hoge temperaturen op het noordelijk halfrond zijn ‘waarschijnlijk’ de laatste 1300 jaar niet eerder voorgekomen.