Democraten in Servië liggen elkaar niet erg

In Servië hebben de democraten een meerderheid in het parlement. Nu moeten ze er nog iets mee gaan doen. Maar zelfs de vorming van een regering is moeilijk.

Rotterdam, 23 jan. - In Servië kunnen de democraten gaan regeren: bij de parlementsverkiezingen van zondag zijn de ultra-nationalisten van de Servische Radicale Partij (SRS) weliswaar de grootste partij gebleven, maar drie democratische partijen, de Democratische Partij DS, de Democratische Partij van Servië DSS en de radicale hervormers van G17 Plus hebben samen een ruime meerderheid, zeker als, zoals de bedoeling is, ook de kleine partijtjes van de nationale minderheden in Servië zich bij de coalitie aansluiten.

Dat is een compliment aan de Servische kiezer, want heel vanzelfsprekend was zijn keus – voor democratie, de rechtsstaat en de weg naar Europa – niet. Vanuit zijn standpunt houdt dat Europa hem nu al jaren in het verdomhoekje en al jaren vertellen dag in dag uit alle politici in Servië de kiezer hoe onrechtvaardig dat is. Die kiezer ziet hoe Europa de weg richting EU afsluit omdat één man, Ratko Mladic, niet in het gevang zit. De NAVO heeft hem gebombardeerd. De internationale gemeenschap pakt hem Kosovo af. De Serviër kan zonder visa zijn land niet uit. Zeventig procent van de studenten in Servië is nooit in enig buitenland geweest.

Het isolement draagt mede bij aan een lage levensstandaard: Servië is een verpauperd land. Een derde van de Serviërs is werkloos. Hun geestelijke gezondheid is een catastrofe. 44 procent van hen is depressief en gemiddeld drinkt de Serviër drie keer zo veel alcohol als melk. Een hele generatie van Serviërs, zo oordeelde al twee jaar geleden het Servisch Klinisch Centrum, leeft op kalmeringsmiddelen.

En toch heeft de Servische kiezer verstandig gekozen. Nu de Servische politici nog. Want de samenwerking tussen de drie democratische partijen DS, DSS en G17 Plus is verre van vanzelfsprekend. De DS en de DSS, de partij van premier Vojislav Koštunica, hebben de afgelopen maanden een aantal geschilpunten uit de weg geruimd. Zo eist de DS niet langer het ontslag van Miloševic-getrouwen uit hoge staatsfuncties en althans naar buiten toe zijn de twee partijen het eens over de kwestie-Kosovo en de onlangs aangenomen grondwet.

Maar de kans is groot dat die geschilpunten weer opduiken zodra – bijvoorbeeld – de kwestie-Kosovo actueel wordt. En dat gebeurt al heel gauw: vrijdag al presenteert VN-bemiddelaar Ahtisaari zijn voorstel over de voorwaardelijke onafhankelijkheid van Kosovo. Dan zal wellicht blijken wat al eerder bleek: de DS is veel flexibeler wat Kosovo betreft dan de partij van de halsstarrige conservatief en nationalist Koštunica. De DS wil ook veel sneller economisch hervormen dan de DSS, ze wil meer samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal, ze wil sneller richting EU en ze wil meer doen voor buitenlandse investeerders. Uiteindelijk zijn DS en DSS eerder rivalen dan bondgenoten.

Zondagavond, nog voor de stemmen waren geteld, raakten ze al slaags. De ruzie betreft de vraag wie premier mag worden. De DSS is kleiner dan de DS, maar Koštunica wil het premierschap (en het ministerie van Binnenlandse Zaken) voor geen prijs opgeven. Zijn DSS wil ook voor geen prijs de DS-kandidaat voor het premierschap, Bozidar Djelic, accepteren. Djelic was minister van Financiën onder de in 2003 vermoorde premier (en DS-leider) Zoran Djindjic. Als minister beval hij de terugbetaling van 40 miljoen euro aan de dubieuze (inmiddels voortvluchtige) tycoon Bogoljub Karic. Hij deed dat nadat het Hooggerechtshof had bepaald dat er bij het innen van dat bedrag procedurefouten waren gemaakt door de belastingdienst. Sindsdien bestempelt de DSS Djelic als „de kassier van Karic”. Dat Djelic een goede minister was die een eind heeft gemaakt aan de grootschalige smokkel van sigaretten en drugs is voor de DSS geen verzachtende omstandigheid. Zij sloot tijdens de verkiezingscampagne samenwerking met de DS uit als Djelic niet als kandidaat-premier zou worden teruggetrokken.

Aldus is de beoogde samenwerking van ‘de democraten’ in Servië vooralsnog geen vanzelfsprekendheid. Niet voor niets heeft de DS de afgelopen jaren in de oppositie gezeten. En niet voor niets is G17 Plus, de partij van de radicale economische hervormers, uit de regering van Koštunica gestapt omdat die niet samenwerkt met het Joegoslavië-tribunaal en met Europa. De Servische kiezer kan om zijn verstandig gedrag een compliment verdienen – het betekent nog niet dat zijn politici zich even verstandig gedragen.