De rebel van God en een heilige lastpost

De Franse priester Abbé Pierre werd in 1954 beroemd met zijn hulp aan daklozen.

Gisteren overleed hij, nog net zo populair als toen.

‘Abbé slaapt in vrede, de strijd gaat door’. Opschrift bij een tentenkamp van de actiegroep voor daklozen ‘Kinderen van Don Quichotte’ in Lille. Foto Reuters A placard reading " Abbe Pierre sleep in peace" is hanged on a tree in an camp set by the Association "Les Enfants de Don Quichotte" (The Children of Don Quixote), 22 January 2007 in Lille, northern France, after the death of Abbe Pierre, a priest who became the conscience of the French nation during more than half a century of campaigns for the homeless, and who died today at the age of 94. AFP PHOTO PHILIPPE HUGUEN AFP

‘Il a essayé d’aimer’, hij heeft gepoogd lief te hebben. Die tekst zou Abbé Pierre het liefst op zijn grafsteen hebben. Op 1 februari 1954, het vroor dertien graden, richtte hij via de radio een gepassioneerde oproep tot de Fransen om daklozen huisvesting te bieden: „Vrienden! Help! Om drie uur vannacht stierf een vrouw door bevriezing op de boulevard de Sébastopol. In haar hand hield zij een uitzettingsbevel dat zij eergisteren had ontvangen.”

Die oproep maakte Abbé Pierre tot de schutspatroon van de Franse daklozen, wiens naam in één adem wordt genoemd met die van Jeanne d’Arc en Charles de Gaulle. Rebel van God, heilige lastpost, geweten van Frankrijk – dat zijn epitheta die hem in de loop van zijn leven zijn toegekend. Gisteren overleed hij op 94-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Parijs.

Abbé Pierre werd als Henri Grouès op 5 augustus 1912 geboren in Lyon als vijfde van acht kinderen. Hij was de zoon van een welgestelde zijdefabrikant, die bekend stond om zijn filantropie. Na zijn gymnasiumtijd ging Henri theologie studeren en trad toe tot de uiterst strenge, contemplatieve orde der kapucijnen. In 1938, het jaar dat hij tot priester werd gewijd, moest hij het kloosterleven opgeven, omdat hij aan tbc leed.

In 1942 kwam Grouès in contact met het verzet, waarbij hij de schuilnaam Abbé Pierre aannam. Hij verborg joden, leerde papieren vervalsen en hielp vluchtelingen de grens over naar Zwitserland, onder wie een jongere broer van generaal De Gaulle.

Na de Tweede Wereldoorlog zat hij enkele jaren in het Franse parlement, maar hij is vooral bekend geworden als oprichter van de Emmaüs-beweging, die daklozen onderdak bood. De naam ontleende hij aan het bijbelverhaal (Lucas 24, 13-35) dat vertelt van twee leerlingen die Jezus herkennen in de gast die ze, na een wandeling van Jeruzalem naar het dorpje Emmaüs, aan tafel krijgen. Toen in de winter van 1954 meer dan tweeduizend daklozen over straat zwierven, richtte Abbé Pierre zijn fameuze oproep tot het Franse volk. Honderden mensen kwamen naar hem toe, met dekens, voedsel en geld, zo’n zeventig miljoen gulden. Het was het begin van zijn immense populariteit, die versterkt werd door zijn mediagenieke voorkomen: een grote grijze baard, een Baskische muts, de pij en zijn wandelstok. Hij legde de basis voor een wereldwijd netwerk van 350 Emmaüs-vestigingen, woongemeenschappen die geld verdienen door tweedehands spullen te verkopen.

Zijn populariteit liep een deuk op toen Abbé Pierre steun betuigde aan de omstreden opvattingen van een vriend, de filosoof Roger Garaudy, die in een boek vraagtekens zette bij de Holocaust. Hij maakte publiekelijk zijn excuses voor zijn misstap en vroeg om vergeving.

Ook na zijn terugkeer naar Parijs is Abbé Pierre zich blijven inzetten voor de daklozen. In februari 2004, vijftig jaar na zijn eerste oproep, lanceerden zijn aanhangers een ‘Manifest tegen de armoede’. Abbé Pierres doel was nog altijd niet verwezenlijkt, want in dat jaar leefden er in Frankrijk een half miljoen mensen op straat.

    • Herman Amelink