De index wint (bijna) altijd

Beleggingsfondsen slagen er niet in de index te verslaan.

Indexbeleggen is veel effectiever.

Een schrale troost voor beleggers die er regelmatig naast zitten op de beurs: zelfs analisten van vooraanstaande banken slagen er niet in de aandelenkoersen te voorspellen, zo bleek eind 2006 uit onderzoek van Bloomberg. De nieuwsdienst volgde twee jaar lang adviezen van 2.500 analisten, van 350 financiële instellingen.

Merrill Lynch kwam er het beste vanaf: 34 procent van de adviezen van de zakenbank bleken winstgevend. Bij de nummer tien op de ranglijst, Citigroup, klopte slechts 16 procent van de adviezen. Indexbelegger Hendrik Meesman kijkt er niet van op: „Beurskoersen zijn niet te voorspellen doordat financiële markten altijd efficiënt zijn. Alle beschikbare informatie wordt direct in de koersen verwerkt.”

Volgens Meesman is dat niet bij te houden. In 2005 richtte hij daarom, samen met een compagnon, het bedrijf Meesman Index Investments op, dat vier indexfondsen voor verschillende regio’s aanbiedt. Indexbeleggen betekent dat je in precies dezelfde aandelen belegt die in een index zitten, bijvoorbeeld de AEX-index.

Meesman werkte eerder als analist en beleggingsadviseur bij Goldman Sachs in Londen, MeesPierson en Robeco. Tijdens zijn carrière merkte hij dat indexbeleggen op termijn veel meer oplevert dan actief beleggen. Vooral het kostenaspect weegt hier zwaar in mee. Meesman: „Bij indexbeleggen blijven de kosten laag, vooral doordat er geen dure analisten nodig zijn.” Bij beleggingsfondsen kunnen de jaarlijkse kosten oplopen tot 8 procent, becijferde de Autoriteit Financiële Markten in 2004.

„Bij de meeste gewone beleggingsfondsen bedragen doorlopende kosten circa 2 procent”, relativeert Meesman, „terwijl ze bij indexfondsen rond de 0,5 procent liggen.” Dat kostenverschil leidt tot heel andere resultaten. Een belegging van 50.000 euro in een indexfonds levert na 20 jaar 212.000 euro op, uitgaande van een jaarlijks rendement van gemiddeld 8 procent. Eenzelfde bedrag in een actief beheerd fonds met hetzelfde rendement levert dan 160.000 euro op.

Toch zijn er beleggingsfondsen die de index verslaan. Moet je niet gewoon daarin beleggen? „Zo eenvoudig is dat helaas niet”, zegt Meesman. „Je kunt pas achteraf vaststellen dat een fonds het goed heeft gedaan.”

Indexbeleggen groeit in populariteit. Voor Nederland zijn geen cijfers bekend, maar de Amerikaanse vermogensbeheerder Vanguard schat dat inmiddels eenderde van het belegd vermogen in de VS in indexproducten zit. In Nederland bieden de meeste financiële instellingen die niet actief aan.

Er zijn twee mogelijkheden om makkelijk de index te volgen: trackers en indexfondsen. De eerste zijn beursgenoteerd en dus via een beleggingsrekening op de beurs aan te kopen. Indexfondsen zijn vaak niet beursgenoteerd en worden door een handvol instellingen aangeboden, zoals Aegon, SNS en Meesman Index Investment.

Er zijn ook vermogensbeheerders die actief adviseren een flink deel van hun vermogen in indexproducten te stoppen. „Bij ons is dat echt iets van de laatste jaren”, zegt Jan van de Ven, portefeuillemanager bij Schretlen & Co, de vermogensbeheerdochter van de Rabobank. „Wij hebben indexproducten die een extra boost geven bij een koersstijging of juist bescherming bieden bij daling, waardoor je in bepaalde scenario’s toch hoger uitkomt dan de index.” Ook het uitgekeerde dividend wordt gebruikt om extra rendement te creëren. „Het blijft een uitdaging om de index te verslaan.”

Informatie over trackers en indexfondsen op ishares.nl en indexfunds.com

    • Heidi Klijsen