De daders hebben nooit berouw getoond

In Duitsland woedt een discussie over mogelijke gratieverlening aan de laatste veroordeelde RAF-terroristen die nog gevangen zitten. „Iemand die zo lang in de cel zit moet kans krijgen om in de samenleving terug te keren.”

Straf of genade? De mogelijke vervroegde vrijlating van twee voormalige terroristen van de linkse Rote Armee Fraktion (RAF) heeft in Duitsland tot een debat geleid over strafmaat, berouw en het wezen van de rechtsstaat.

Tegenstanders van gratieverlening wijzen erop dat de terroristen tijdens een kwart eeuw in de cel nooit berouw hebben getoond. Voorstanders vinden dat de rechtsstaat zich van zijn sterkste kant kan laten zien door barmhartigheid te tonen. Het strafrecht, zeggen zij, moet streng zijn én humaan.

De RAF, een anarchistische stadsguerrilla naar Latijns-Amerikaans voorbeeld, deed in de jaren zeventig, tachtig en begin jaren negentig van zich spreken met ontvoeringen en moordaanslagen. In totaal heeft de groepering 34 mensen, onder wie enkele bekende Duitsers, vermoord.

De organisatie valt uiteen in drie ‘generaties’. Een aantal oprichters, onder wie Ulrike Meinhof en Andreas Baader, pleegde in de gevangenis Stuttgart-Stammheim zelfmoord, in 1977. In die tijd nam een tweede generatie de fakkel over. Eind jaren tachtig flakkerde het geweld opnieuw op. In 1998 kondigde de groepering haar opheffing aan.

In totaal werden 26 terroristen tot levenslang veroordeeld. Een aantal toonde berouw, werkte samen met justitie en kwam vervroegd vrij. Vier tot levenslang veroordeelde terroristen zitten nog vast: Eva Haule, Birgit Hogefeld, Christian Klar en Brigitte Mohnhaupt (zie inzet).

Klar (54) heeft een verzoek om gratie ingediend, waarover het staatshoofd, bondspresident Köhler, op afzienbare termijn een besluit wil nemen. Mohnhaupt (57), zo bleek gisteren, maakt een goede kans om dit voorjaar vervroegd vrij te komen. De hoogste federale aanklager hield voor een rechtbank in Stuttgart een pleidooi voor vervroegde vrijlating van Mohnhaupt. Haar resterende straf zou omgezet worden in voorwaardelijk. De rechtbank wil volgende maand een besluit nemen.

Brigitte Mohnhaupt staat te boek als een aanvoerder van de tweede generatie die in 1977, tijdens de zogenoemde Duitse Herfst, een reeks aanslagen pleegde die de Duitse rechtsstaat in zijn voegen deed kraken. Voor haar aandeel in de moorden op werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer, op de hoogste federale aanklager, Siegfried Buback, en op de bestuursvoorzitter van de Dresdner Bank, Jürgen Ponto, werd Mohnhaupt in 1985 veroordeeld tot vijfmaal levenslang plus vijftien jaar. Klar kreeg zes keer levenslang plus vijftien jaar.

Mohnhaupt heeft vorig jaar al eens voor vervroegde vrijlating gepleit. Toen wees de rechtbank het verzoek af en legde de minimaal uit te zitten gevangenisstraf vast op 24 jaar. Die tijd is dit voorjaar om. Klar zit eveneens 24 jaar vast, zijn minimale straf bedraagt 26 jaar.

Mohnhaupt zat begin jaren zeventig al eens in de gevangenis, maar keerde daarna terug tot het terrorisme. Begin jaren negentig zette de toenmalige minister van Justitie, de liberaal Klaus Kinkel, zich in voor een dialoog tussen de terroristen en de overheid om de geweldsspiraal te doorbreken. Menig RAF-lid toonde toen berouw, Mohnhaupt niet.

Kinkel maakt zich desondanks sterk voor vervroegde vrijlating van Mohnhaupt en Klar. „Men mag een mens niet tot het einde van zijn leven veroordelen”, zei hij. „Ik geloof dat iemand die zo lang in de cel zit de kans moet krijgen om in de samenleving terug te keren.” De staat heeft het recht en de plicht om te straffen, maar toont zijn kracht, volgens Kinkel, juist door genadig te zijn.

Horst Herold, in de jaren zeventig chef van de federale recherche en bevriend met Siegfried Buback, is tegen een spoedige vrijlating. „Ik vind dat de moordenaars op zijn minst 60 moeten zijn, voordat men ze vrijlaat”, zei hij tegen de Süddeutsche Zeitung. De terroristen waren hardnekkig, hun daden gruwelijk.

De familieleden van de slachtoffers zijn terughoudend of staan ronduit afwijzend tegenover mogelijke vrijlating. Michael Buback, zoon van Siegfried, is blij dat familieleden niet betrokken zijn bij gratieverlening. Waltrude Schleyer, weduwe van Hanns-Martin Schleyer, riep in de Bild Zeitung op de terroristen niet vrij te laten. „Ze wisten precies wat ze deden, ze hebben geen berouw getoond. Ik zou zeer gekrenkt zijn als ze vrijkomen.”