China bedreigt belangen VS in de ruimte

China heeft onlangs laten zien dat het een eigen satelliet uit de lucht kan schieten.

Nu beseft Washington dat ook Amerikaanse satellieten doelwit kunnen worden.

Met een welgerichte raket schoot China eerder deze maand niet alleen een afgedankte Chinese weersatelliet uit de lucht. Peking vernietigde ook de illusie, als iemand die nog koesterde, dat China lijdzaam zou toezien hoe de Verenigde Staten hun suprematie uitbreiden tot in de ruimte. Het is nog te vroeg om te zeggen of het verrassende vertoon van Chinees technisch kunnen het startschot is voor een nieuwe wapenwedloop – deze keer in de ruimte. Maar een militarisering van de ruimte lijkt wel dichterbij gekomen.

De bezorgdheid waar Japan, Groot-Brittannië, Australië, Canada en vooral de Verenigde Staten meteen blijk van gaven, was groot en gemeend. Als satellieten door een rivaliserende (en ooit misschien vijandige) macht uit de lucht geschoten kunnen worden, is dat een bedreiging – voor een modern leger als het Amerikaanse, voor inlichtingendiensten, maar ook voor de economie, waarin internet, e-mail en telefonie afhankelijk zijn van satellieten. En Washington beschouwt China zeker niet alleen als een economische, maar ook als een politieke en strategische rivaal.

Het strategische belang van de ruimte voor de nationale veiligheid onderkende Washington vorig jaar uitdrukkelijk, toen het voor het eerst in tien jaar een nieuwe doctrine voor zijn beleid in de ruimte afkondigde. De VS verklaarden daarin dat ze „zo nodig zullen verhinderen dat tegenstanders slagkracht in de ruimte verwerven die op gespannen voet staat met Amerikaanse belangen”.

„Dat klinkt als een opmaat naar een militarisering van de ruimte”, zei de Amerikaanse ruimtedeskundige Bill Martel daarover tegen de denktank Council on Foreign Relations. Volgens de Chinese ontwapeningsdeskundige Teng Jianqun ruikt het nieuwe beleidsdocument „sterk naar buskruit” en laat het zien dat de Amerikanen niet verhullen dat ze streven naar dominantie in de ruimte. Het conservatieve Amerikaanse weekblad The Weekly Standard concludeerde onomwonden dat heerschappij in de ruimte nu beleid van de VS is.

De Chinese regering is tot nu toe opvallend zwijgzaam over de test van het antisatellietwapen. Op 11 januari vond de operatie plaats, maar het nieuws lekte pas uit toen het vakblad Aviation Week er lucht van kreeg.

De actie was de Amerikaanse regering wel opgevallen, maar die deed er het zwijgen toe in de hoop dat Peking het nieuws zélf naar buiten zou brengen en meteen een verklaring zou geven over het waarom. Maar ook na de fel afwijzende reacties uit het buitenland bleef het stil in Peking.

De Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur Stephen Hadley oppert in The New York Times dat de Chinese leiders mogelijk niet wisten waar de strijdkrachten mee bezig waren. Maar dat lijkt onwaarschijnlijk: eerder deed China al twee vergeefse pogingen een eigen satelliet uit de lucht te schieten. In oktober veroorzaakte China al internationale onrust toen het met laserapparatuur een Amerikaanse spionagesatelliet boven zijn grondgebied tijdelijk ‘verblindde’. Aangenomen wordt dat Washington in reactie daarop de nieuwe ruimtedoctrine openbaar maakte.

Tot in de jaren tachtig hebben de VS en de Sovjet-Unie antisatellietraketten getest. Zij stopten daarmee, onder meer omdat de rondslingerende brokstukken van kapot geschoten doelwitten zware beschadigingen kunnen veroorzaken aan het snel groeiende aantal satellieten. Dat zou nog extra gevaarlijk kunnen zijn, omdat een land dat opeens kampt met een vernietigde satelliet, zou kunnen concluderen dat een vijandige macht dit opzettelijk gedaan heeft en dat een (nucleaire) aanval op handen is.

Rusland en China hebben er bij de VS op aangedrongen de ruimte tot een wapenvrije zone te maken. Maar de Amerikanen, die commercieel en militair een grote voorsprong hebben in de ruimte, voelen daar niets voor. Al sinds de jaren tachtig werkt Washington bovendien aan een defensiesysteem tegen inkomende raketten, waarvan een deel in de ruimte gestationeerd zou moeten worden.

De onkwetsbaarheid tegen raketten die de VS daarmee kunnen bereiken, schept volgens Moskou en Peking een strategische onevenwichtigheid. Mede daarom stelden ze in 2002 voor om onderhandelingen te beginnen over een verdrag dat militarisering van de ruimte moet voorkomen. Maar de regering-Bush wil zich niet in haar bewegingsvrijheid beperken.

Sommige analisten denken dat China met hun actie de VS onder druk willen zetten om tóch te gaan praten over ontwapening in de ruimte. Anderen zien het vooral als stap in de Chinese ambitie de strijdkrachten in hoog tempo op een hoger technologisch niveau te brengen.

Daarover maakt ook Taiwan zich zorgen, dat door China als een afvallige provincie wordt beschouwd. Gisteren wees de regering in Taipee erop dat het grote aantal op het eiland gerichte raketten (nu 900) en de test van de antisatellietraket op gespannen voet staan met de Pekings bewering dat het slechts werkt aan een „vreedzame opkomst” in de wereld.

    • Juurd Eijsvoogel