Buitenlandse investeringen afgenomen

Buitenlandse bedrijven hebben vorig jaar beduidend minder geïnvesteerd in Nederland dan in 2005. Veruit de meeste investeringen komen nog steeds uit de Verenigde Staten, maar China is in opkomst.

Dat blijkt uit cijfers die het ministerie van Economische Zaken gisteren heeft bekendgemaakt.

Vorig jaar investeerden buitenlandse bedrijven in totaal 357 miljoen euro in Nederland. In 2005 lag dat bedrag op 506 miljoen euro.

Het investeringsbedrag varieert erg van jaar tot jaar, omdat het gevoelig is voor incidentele hoge uitgaven van bedrijven. Zo vestigde het Amerikaanse bedrijf Sitel in 2005 een groot callcenter in Arnhem waar circa 500 mensen werken.

Veruit de meeste investeringen komen nog steeds uit de Verenigde Staten, 56 procent van het totale bedrag. Daarnaast staken bedrijven uit Japan, Groot-Brittannië, Taiwan en Korea geld in Nederland, zoals ze al jaren doen. Opvallend is de stijging van investeringen door Chinese bedrijven. Vorig jaar ging het om 12 miljoen euro, terwijl het in 2005 en 2004 respectievelijk 4 en 5 miljoen euro was.

Nederland is vooral in trek als locatie voor Europese verkoopkantoren en distributiecentra. Zo opende het Amerikaanse farmacieconcern Abbott in Breda een distributiecentrum voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika. In dezelfde stad openden overigens ook de Zuid-Koreaanse bedrijven Ssangyong (auto’s) en Samsung (consumentenelektronica) vorig jaar een nieuwe vestiging.

De buitenlandse investeringen in onderzoek en ontwikkeling (r&d) stegen vorig jaar wel ten opzichte van een jaar eerder. Zo is de Chinese tv-maker Hisense vorig jaar in Eindhoven met r&d-activiteiten begonnen, aldus een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken.

Verdeeld over Nederland trok de provincie Noord-Brabant vorig jaar de meeste investeringen aan, 95 miljoen euro, gevolgd door Zuid-Holland en Noord-Holland.