‘ Buiten het matras zitten enge krokodillen’

Vrouwkje Tuinman maakt van haar neuroses poëzie. „Zo'n particuliere afwijking vergroot ik uit tot levensangst.” Donderdag, tijdens Gedichtendag, treedt ze op in Utrecht.

Vrouwkje Tuinman Foto: NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Vrouwkje Tuinman (1974), auteur;columniste;dichter. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Utrecht,22 januari 2007 Mentzel, Vincent

Vrouwkje Tuinman schrijft regels die in je hoofd resoneren: „Er zit een haai in mij, een kreeft, een grasparkiet./ Ik sta altijd aan, ben altijd afgemeld. Om te ademen/ moet ik zwemmen, heb ik wasknijpers op/ mijn oogleden gezet. Soms ga ik even liggen/ in het gangpad van de bus, op de bodem van het warenhuis.”

Mooi, en goed te volgen, maar zeer vervreemdend. Zo knalgek gaat het er niet een bundel lang aan toe, maar het net verschenen Receptie leeft van dit soort concies gezette eigenaardigheden. De ik-figuur kenmerkt zich door een neiging tot hysterie, tot afzondering, tot het scheppen van een eigen wereld. „Dat zijn afwijkende eigenschappen die ik wil onderzoeken,” zegt Tuinman.

De 32-jarige schrijfster is ook actief als journaliste, columniste en organisator van literaire evenementen. „Ik sta behoorlijk in de wereld. Maar dat is niet interessant om uit te vergroten.” Ze zoekt het liever bij haar andere kanten, bij neurotische trekjes. „Ik kan er bijvoorbeeld niet tegen dat iemand zijn jas over de mijne heen hangt. Dan loop ik de gang in en verander dat.”

Tuinman schreef eerder de poëziebundel Vitrine en de roman Grote acht – werken die sterk focussen op de ik-persoon. Haar drie boeken delen een sfeer van beklemming en eenzaamheid. Daarvoor vindt ze een bron in zichzelf, zegt ze. „Ik ken veel mensen, maar ik ben niet zo sociaal begaafd.” En ze is graag alleen. „Dat lukt me door streng een agenda aan te houden. Maar er zijn wel periodes dat het me aanvliegt.”

In de poëzie redt de ik-persoon zich door een strakke regie en door de wereld klein en overzichtelijk te houden. Zie openingszinnen van gedichten als: ‘Mijn wereld is drie kamers groot’; ‘De vier mensen die ik ken hebben elk een ander leven.’ ‘Bij drie stoeltjes altijd de buitenste nemen.’ ‘Er zijn mensen die zonder draaien over glazen vloeren gaan.’

Tuinman: „Om eerlijk te zijn schreef ik het gedicht met een wereld van drie kamers eigenlijk over mijn kat, voor de Libelle. Maar ik heb alle verwijzingen naar de kat eruit gehaald. Dat maakt het benauwend, ook omdat de ik-figuur zijn beperking koestert en zijn bewegingsruimte niet wil uitbreiden.”

Die controledrang is een van die hang-ups die ze uitvergroot en die een belangrijke rol spelen in haar werk. In die wereld zijn anderen inbrekers en privacyschenders; zelfs een postbode wordt tot spion gebombardeerd.

„Ik weet dat postbodes geen spionnen zijn. Maar ooit heb ik heus postbodes gewantrouwd, toen er twee brieven geopend arriveerden. Het is leuk om dat wantrouwen toe te laten en in een gedicht om te zetten.”

Het gedicht over de glazen vloeren wortelt in een ander complex. „Over glazen vloeren lopen durf ik echt niet. Als ik zoiets merk bij mezelf, leidt dat tot een gedicht. Ik zoek het onbekende op. In het gedicht groeit het uit tot levensangst, tot de angst uit de wereld te worden gezogen.”

Ter plekke bedenkt ze een parallel. „Zoals je vroeger niet met je teen buiten het matras mocht komen. Daar zaten de enge vissen, de krokodillen. Een deel van die angst is niet irreëel en kan een kind uren op bed houden. Die ervaring, en dan bij volwassenen.”

De bundel kent twee afdelingen, 1 en 2. In ‘2’ komt er een tweede persoon bij. Er zitten zelfs enkele bijna mierzoete liefdesgedichten in. Bijna, want liefde voor altijd leidt direct tot gedachtespinsels over de dood van de ander. „Overgave aan de buitenwereld, aan de ander, blijkt niet meer dan een volgende manier om aan het leven onderdoor te gaan.”

De liefde kan nog dertig jaar duren, maar het graf is al gegraven. „Dat klopt binnen het verhaal. De hoofdpersoon van het eerste deel kan niet plots een gezond liefdesleven krijgen.”

De titel van de bundel is te lezen als ander woord voor „ontvangst” en „interpretatie”. Over hoe je dat doet. Passend, zegt de schrijfster, want veel gedichten gaan over het zintuiglijk buitensluiten van signalen.

Dan gaat de deurbel. Een enquêteur. Als ze weer gaat zitten, zegt Tuinman: „Ik ben blij dat ik niet ben als mijn hoofdpersoon, die bang is voor metermannen. Ik deed gewoon open, zag je dat?”

Vrouwkje Tuinman: ‘Receptie’. Nijgh & Van Ditmar, €14,90. Donderdag 25 januari, Gedichtendag, treedt Tuinman op tijdens het festival Huis van de Poëzie, Utrecht, 20.00 uur.

    • Ron Rijghard